InterviewRobin de Kruijf

Volleybalster Robin de Kruijf (29) moet haar piekmomenten gaan kiezen: ‘Mijn lichaam is aan rust toe’

Robin de Kruijf speelt zaterdag met haar Italiaanse club Imoco Conegliano de Champions League-finale in Verona tegen het Turkse Vakifbank. Winst zou haar lange volleybalcarrière compleet kunnen maken. Maar: ‘Ik haat het in de toekomst te kijken.’

Robin de Kruijf in 2020 met een smash in de halve finale van het olympisch kwalificatietoernooi, tegen Duitsland. Beeld ANP
Robin de Kruijf in 2020 met een smash in de halve finale van het olympisch kwalificatietoernooi, tegen Duitsland.Beeld ANP

Het is best een handige eigenschap voor een topvolleybalster als Robin de Kruijf. Zij denkt uitsluitend in het heden. Het verleden valt bij haar weg, als zilverzand in een zeef. ‘De WK gemist door een knieblessure. Ik zit te denken. Echt? Wat was dan dat andere toernooi in Japan?’ De toekomst dan, dat is niet iets waar zij haar hoofd over gaat breken. ‘Heb je toch geen controle op. Ik haat het echt om in de toekomst te kijken.’

Het heden is de Champions League-finale in Verona, met Imoco Conegliano, haar huidige club, tegen het Turkse Vakifbank, waar De Kruijf tussen 2014 en 2016 mede een Nederlands supertrio vulde: Anne Buijs en Lonneke Slöetjes waren haar partners in Istanbul. De Kruijf was al weg, toen Vakifbank de Champions League won. In 2016, haar topjaar, verloor Vakif de grote finale.

Verloren superfinale

Twee jaar geleden verloor De Kruijf met hetzelfde Conegliano de Champions League Superfinale in Berlijn van Novara, dat toen nog Paola Egonu, ’s werelds beste volleybalster, in de gelederen had.

Egonu stapte daarna over naar Conegliano. Met die transfer lijkt voor De Kruijf en de haren de overwinning in Verona een zekerheid. ‘Hoho. Dat zou ik een heel gevaarlijke uitspraak vinden’, pareert zij, autorijdend naar de middagtraining, en intussen handsfree bellend.

‘In Berlijn won Novara, met Paola en toen nog Celeste Plak, maar wij hadden daar ook kunnen winnen. In de competitie wonnen wij dat jaar juist wel van hen en werden we kampioen. Zo zie je maar, als het om één wedstrijd gaat, zo’n Superfinale, dan kan het alle kanten opgaan.’

De Kruijf tegen Italië, waar ze voor Imoco Conegliano speelt. Beeld Ronald Hoogendoorn
De Kruijf tegen Italië, waar ze voor Imoco Conegliano speelt.Beeld Ronald Hoogendoorn

Of we dat maar even in de oren knopen voor zaterdag. ‘Ik ben slechte herinneringen heel snel kwijt’, zegt ze als we haar vragen naar het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van januari vorig jaar, waarin Nederland, de favoriet, in de halve finale van Duitsland verloor. Er waren veel ­tranen. ‘Ik herinner me wedstrijden die we gewonnen of verloren hebben. Niet welke ballen ik heb gekregen. Of dat de spelverdeler mij te ­weinig heeft weten te vinden. Dat is aan haar, hè. Elke speler heeft zijn ­eigen beweegreden om dingen te doen.

‘Ik ga niet zeggen: had ik maar meer ballen gekregen, dan had ik er punten van gemaakt. Joh, misschien had ik er ook helemaal niks mee gedaan. Een beroerde ervaring, die nederlaag bij dat OKT? Nou beroerd, ach, met winnen en verliezen kan ik goed omgaan. De sterkste heeft gewonnen. Daar kan ik wel eeuwig over gaan treuren. Maar er is altijd weer een volgende wedstrijd. Binnen een week meestal.’

30 was altijd oud

Kijken in de toekomst doet de middenspeelster liever niet. Het perspectief van de komende tijd komt toch nooit uit. De uitleg: ‘Ik word volgende week 30. De grap is dat toen ik nog jong was, ik altijd zei: ik stop met volleybal, wanneer ik 30 ben. Want 30 jaar, dat voelde toen echt als een hele leeftijd. Dan was je oud en met alles was wel zo ongeveer klaar. Nu ik die leeftijd bereik, voelt het compleet anders. Ik voel me nog oké, ik draai nog mee op topniveau en ik heb het volkomen naar mijn zin. Volleyballen vind ik nog steeds leuk. Op dit moment denk ik: we gaan nog effe door, Robin.’

Maar verder kijken dan een volgend contract doet De Kruijf niet. ‘Echt, ik haat dat in de toekomst kijken. Er hoeft maar iets te gebeuren en het is klaar. Toch?’

De vaststelling komt, als haar gevraagd wordt of ze volgend jaar, in 2022, haar 193 centimeters in stelling wil brengen aan het net bij het WK in Nederland. Het lijkt een perfecte afsluiting van een fraaie interlandloopbaan. Ze heeft een keer met de nieuwe, oude bondscoach Avital Selinger gesproken, maar meer voorlopig ook niet. Ze kent hem door en door. Over haar mogelijke WK-optreden: ‘Het zou kunnen. Maar ik ga hier geen antwoord op geven. Want ik weet het niet.’

Kortetermijnbubbel

Dan maar de vraag of ze volgende maand aantreedt voor de Volleyball Nations League, een bubbel met zestien landenteams in de Italiaanse badplaats Rimini. Dat is korte termijn en dan kan De Kruijf ook ferm zijn. ‘Die sowieso niet.’

Want? ‘Als ik die grote toernooien wil blijven doen, dan moet ik mijn momenten kiezen. Mijn lichaam is aan rust toe. Sinds mijn zestiende doe ik elke winter een clubseizoen en elke zomer een nationaal-teamseizoen. Er is geen moment in zo’n jaar dat ik mijn eigen leven kan bepalen. Ik ben al veertien seizoenen onderweg, op de zomers na dat ik kampte met knieklachten.’

Ze heeft het voorbeeld bij de hand dat er te veel gevraagd kan worden van een volleybalinternational. Lonneke Slöetjes, generatiegenoot, is gestopt. Het was ‘op’ bij haar, het onmisbare kanon. ‘Volleybal is een teamsport. Waarin ik als mid een dienende rol speel. Wij doen met zijn allen zoveel voor het nationale team, jaar na jaar. We cijferen onszelf weg. Om het team maar niet in de steek te laten. Dat deed Lonneke ook heel erg. Die is op haar tandvlees doorgegaan. Om het team niet te laten vallen. Ik ben blij voor haar dat ze deze beslissing heeft genomen. Ze is voor zichzelf opgekomen. Want dat is het allerbelangrijkste, dat Lon zelf gelukkig is.’

Dan toch maar afsluiten met het heden, de Champions League Superfinale tegen Vakifbank. ‘Ik hoop dat het een mooie finale wordt. Er is veel aandacht voor. Interviews? Ik ben er zo goed in om daar onderuit te komen. Ik kreeg vijf keer een verzoekje voor een interview. Ik was het steeds vergeten, omdat ik zo enorm in mijn eigen bubbel kan opgaan.’

Meer over