Voetbaltaal (29)

Het WK voetbal loopt op zijn eind en even is Nederland tweetalig; de ene helft beheerst voetbaltaal, de andere helft niet....

Een opmerking waar u zich nooit een bult aan kunt vallen en die u veel respect zal opleveren, is de volgende: ‘Ze moeten het veld wel klein houden’, of een variant daarop. Voor niet-voetbaltaalsprekers behoort u nu ook onmiddellijk tot de ingewijden die achteloos iets volslagen onbegrijpelijks naar voren brengen. Dat is een prettig gevoel.

Met ‘het veld klein houden’ wordt eigenlijk bedoeld dat het deel van het veld waarop de wedstrijd zich afspeelt smal wordt gehouden. Dit wordt bereikt door ‘de linies goed op elkaar te laten aansluiten’ of ‘weinig ruimte te laten tussen de linies’. ‘De linies’, voorhoede, middenveld en achterhoede, spelen dicht bij elkaar. Hierdoor heeft de tegenpartij ‘weinig speelruimte’.

Om het veld klein te houden, moeten linies voortdurend ‘op elkaar aansluiten’. Bij balbezit moeten de verdedigers ‘inschuiven’, bij balverlies dienen de aanvallers ‘in te zakken’. Door het veld klein te houden, is het gemakkelijker de buitenspelval ‘open te zetten’, maar het gevaar is tevens, dat een tegenstander met een ‘individuele actie’ ‘oversteekt’ naar het doel en ‘de bal in het netje legt’.

Wanneer een ploeg ‘te veel inzakt’ en ‘naar achteren verdedigt’, wordt de tegenpartij niet langer ‘bij het eigen doel vandaan gehouden’ en ontstaan ‘hachelijke situaties voor de goal’. Je kunt er nu ‘op wachten tot hij valt’, waarna de tegenstander ‘met drie punten op zak’ ‘de thuisreis aanvaardt’.

Maar ondanks talloze ‘doelrijpe kansen’ en een ‘groot veldoverwicht’ weet de keeper zijn doel soms toch ‘op miraculeuze wijze’ ‘schoon te houden’, en dan treedt ‘een oude voetbalwet’ in werking.

Die zegt namelijk, dat als je voortdurend kansen ‘om zeep helpt’, de tegenstander ‘hem er aan de andere kant wel inschiet’. In onervaren gezelschap kunt u deze ‘oude voetbalwet’ nog wel aanhalen, maar elders kan hij oubollig overkomen. Zeg liever: ‘Kansen tellen niet. Hij moet erin.’

Bert Wagendorp

Meer over