InterviewThomas Letsch

Vitesse-trainer Thomas Letsch is meester in het geven van vertrouwen

Aan de hand van de Duitser Thomas Letsch paradeert Vitesse door de eredivisie. Het doet mee aan de spannende strijd om de tweede plaats. ‘We willen ons kwalificeren voor Europees voetbal.’

Thomas Letsch coacht Vitesse in de thuiswedstrijd tegen Heerenveen op 13 december 2020. Beeld ANP
Thomas Letsch coacht Vitesse in de thuiswedstrijd tegen Heerenveen op 13 december 2020.Beeld ANP

Daar was hij dan, de onbekende trainer ­Thomas Letsch (52), vanuit het niets aangesteld bij Vitesse, meegevoerd op de Duitse golf van vernieuwing. Hoe zijn spelers reageerden, gewend als ze waren aan oud-profs als trainer?

‘Ze waren zo slim dat ze niets tegen mij zeiden’, kijkt Letsch terug, in het formidabele trainingscomplex van Vitesse op Papendal. ‘Wat ik weet is dat ze tegen elkaar zeiden: oh jee, een Duitse trainer. Dat betekent veel ­lopen.’ Dat klopt toch ook? ‘Jooooaa. Dat ging wel. In het begin hadden ze geen idee. Zo van: wie is dat? Geen oud-speler, geen grote clubs getraind. Ik begreep dat ze geen wauw zeiden. Het is anders dan wanneer ­Zidane of Ruud Gullit komt.’

Letsch voerde gesprekken, ging trainen en keek welk systeem paste bij de selectie. ‘Na vier weken interesseert het dan niemand meer hoeveel wedstrijden een trainer in de nationale ploeg speelde. Van belang was dat de spelers openstonden voor mijn aanpak, mede door successen in de voorbereiding. Ze hebben zich de nieuwe speelwijze eigengemaakt.’

De Duitser stapte over op het in Nederland vrij zeldzame 3-5-2-systeem, waarmee tegenstanders het moeilijk hebben. Hij weet nog hoe hij benadrukte precies zo te spelen in de eerste topwedstrijd, bij Ajax. Vitesse imponeerde. Ajax maakte de winnende treffer, een minuut nadat rechtsachter Eli Dasa tegen de paal schoot. ‘Die wedstrijd heeft ons sterk gemaakt.’

Letsch baalt dat hij nog te weinig Nederlands beheerst (‘dat is mijn fout’), mede omdat Engels de voertaal in de selectie is. Hij was voorheen ook nooit in Nederland geweest. De rijzige, kale trainer is, mede door ­corona, alleen in Arnhem. Vrouw en dochter verblijven in Oostenrijk. ‘Mijn leven is vooral Papendal.’

Aan Nederlanders, die hij als karakterologisch open en tevreden beschouwt, is hem opgevallen dat ‘ze meer discussiëren dan Duitsers, of het nu spelers zijn of andere medewerkers. Iedereen geeft graag zijn mening. Het is niet eens belangrijk of er een besluit uit zo’n discussie rolt. Nee, het is belangrijk om over het thema te spreken. Dat is echt nieuw voor mij. Op een gegeven moment komt dan het punt dat ik zeg: goed, we hebben erover gesproken, nu gaan we iets beslissen. Ik kan me voorstellen dat de regering het moeilijk heeft op dit moment, in deze tijden van covid.’

Hij zat bij het thuisduel met Sparta, half september, vanwege corona niet op de bank . Hij benadrukt de bevoorrechte positie van het voetbal, hoezeer hij ook verlangt naar volk in het stadion. ‘Het is treurig dat wij best succesvol zijn, terwijl onze supporters er niet kunnen zijn en er geen einde van de crisis in zicht is. We willen onze vreugde delen.’

Van een vorig leven als leraar stak hij op dat iedereen een andere ­aanpak nodig heeft. Hij maakte ­Riechedly Bazoer en Oussama ­Tannane, spelers met een krasje, tot bepalende voetballers. ‘Riechedly heeft vertrouwen nodig. Hij is rustig en gesloten. Als hij zich goed voelt, kan hij topprestaties leveren. Beslissend was dat we een speciale rol voor hem vonden, waarin hij de bes­te speler van de eredivisie was voor de winterstop. Zoals hij zijn rol achterin interpreteert, is fantastisch.

‘Oussama Tannane is een buitengewone speler aan de bal. We hebben hem proberen duidelijk te ­maken dat ook de rest van het spel belangrijk is. Verdediger Danilho Doekhi is weer een ander type. Hij is in alle facetten een echte prof en de gedroomde schoonzoon. Met hem ga ik anders om dan met Tannane, en toch is het belangrijk dat ze allemaal teamspelers zijn. Ook individualisten moeten werken voor de ploeg.’

Boven het bed van de jonge ­Thomas hing in 1974 een poster van het West-Duitse elftal (‘sorry’) dat Nederland versloeg in de WK-finale. ‘Fascinerend, hoewel Nederland beter was. Al besefte ik dat toen nog niet toen ik zes was.’

Hij kan de spelers van vroeger nog uittekenen. Nooit had hij verwacht eens in Nederland te werken. ‘Voetballers zijn hier uitstekend ­opgeleid, technisch en tactisch. De focus ligt op balbezit, bij 4-3-3, met altijd Johan Cruijff in gedachten. ­Totaalvoetbal. Dat is spannend voor mij, om al deze facetten samen te brengen met mijn ideeën. Hoe te spelen als we de bal niet hebben, iets agressiever met name.’

Nog nooit waren zoveel Duitsers actief in de eredivisie. Ruim dertig voetballers en drie Duitse trainers: Letsch, Frank Wormuth (Heracles) en Roger Schmidt (PSV). ‘Voor Duitse spelers heeft de eredivisie een uitstekende naam, als platform voor ontwikkeling, eventueel om als grote speler terug te keren naar de Bundesliga. Waarbij het nieuw is dat ook topspelers als Mario Götze en Philipp Max komen. Bij trainers ligt het anders. Het is positief dat Nederland zich opent voor andere denkwijzen, of die nu uit Duitsland, ­Engeland of elders komen. Ook in voetbal rukt de globalisering op.’

Als middenvelder uit de hoogste regionen van het amateurvoetbal wilde hij trainer zijn bij de profs, maar hoe ging hem dat lukken? Letsch besloot een loopbaan als trainer bij de amateurs te combineren met leraarschap wiskunde en sport. Hij kreeg een kans in Portugal te werken als leraar. ‘In Duitsland en Nederland zijn we bevoorrecht, door goede sociale voorzieningen. Portugal is geen Derde Wereld, maar veel is anders, als ik aan het ­sociale systeem denk, of aan ziektekostenverzekering. Als mens heb ik daar veel opgestoken, ook van het werken met meer nationaliteiten. Het trainerschap is een samenwerking, waarbij je alle levenservaring inbrengt. Het is een totaal andere baan dan voetballer. Een verkeerd woord kan veel kapot maken. Door een verkeerde uitspraak tegen een speler, op het verkeerde moment, kan de vertrouwensband verstoord raken. Precies zoals bij een leraar in de klas en zijn leerlingen. Ik zal nooit vanuit de emotie dingen zeggen of beslissingen nemen, omdat het meestal fout is. Natuurlijk, in een wedstrijd zelf moet je soms snel beslissingen nemen, maar buiten het veld is het beter een nacht te ­slapen over besluiten.’

Letsch is afkomstig uit de stal van Red Bull, uit de Duitse school van de zogenoemde pressing. ‘De focus meer leggen op het balbezit van de tegenstander, dat was hier onbekend. In Nederland willen ze de bal hebben. In Duitsland zijn veel trainers, onder wie Klopp, Tuchel, ­Nagelsmann en Schmidt, met de filosofie van Red Bull in aanraking geweest. Ook onze technisch directeur Johannes Spors. Hij wilde dit type voetbal bij Vitesse en kwam bij mij terecht.’

Jaren eerder belde Ralf Rangnick, de aanvoerder van de Duitse trainersgolf, met de vraag om de jeugdopleiding bij Salzburg vorm te geven. ‘We kenden elkaar niet persoonlijk, maar we hadden wederzijdse kennissen.’ Letsch leidde trainers op bij Salzburg en werkte als trainer bij kleinere clubs.

Red Bull maakt furore, vooral met Salzburg en Rasenball Leipzig. ‘Red Bull had tot 2012 veel geld, maar geen plan. Rangnick had een duidelijke visie hoe hij wilde spelen. De basisgedachte: we gaan niet uit van wat gebeurt bij balbezit, maar bij balbezit van de tegenstander. We willen de bal actief heroveren. Niet afwachten, maar actief zijn, omdat we dan de kans hebben snel om te schakelen. Het tempo ligt dan al hoog en zo kunnen we snel tot kansen en doelpunten komen.’

Bij Vitesse probeert Letsch de aanvalslust van Nederlanders te verenigen met hoge, agressieve druk uit modern Duitsland. ‘Het was fout ­geweest als ik hier was gekomen met de gedachte: vergeet alles, we gaan het anders doen. Belangrijk was welke principes we kunnen toevoegen aan wat we al hadden.’

De laatste twee duels vielen uit de toon, tegen VVV (verloren) en RKC (gelijk). ‘We zijn deze week terug naar de basis gegaan. Wat maakt ons sterk? Als ploeg samen zijn. Het ging op de training de hele week over gezamenlijk verdedigen. Actief zijn, sprints maken om de tegenstander geen tijd te gunnen. FC Groningen wist onlangs niet hoe ze tegen ons moesten spelen. Dat had niet eens veel te maken met ons systeem, meer met onze wijze van voetballen. Tegenstanders stellen zich alleen beter op ons in de laatste tijd. Helaas.’

Over een kampioenschap praten, doen ze niet in Arnhem. ‘In voetbal is alles zwart of wit. Dezelfde mensen die eerder zeiden dat we kampioen konden worden, denken nu dat we in elkaar zullen storten. We zijn realistisch. We willen ons kwalificeren voor Europees voetbal.’

Zaterdag bij Heerenveen wil ­Vitesse de winnende lijn weer oppakken en volgende week is de belangrijke kwartfinale van het bekertoernooi tegen Excelsior. ‘Onze spelers lopen veel. Niet iedereen kan de intensiteit brengen van middenvelder Matus Bero, maar de gezamenlijke inspanning van de ploeg moet genoeg zijn. Dat was het voordeel van de lange voorbereiding. We konden de basis leggen, met veel sprints en intensieve trainingen. Het is belangrijk dat ik niet hoef te zeggen hoe we het gaan doen. Nee, de spelers moeten overtuigd raken dat dit hun speelwijze is, hun sleutel tot succes.’

CV Thomas Letsch

1968: geboren in Esslingen (bij Stuttgart).

Vanaf 2012: assistent, hoofdtrainer en hoofd-opleidingen bij onder meer bij Red Bull Salzburg, Liefering, Erzgebirge Aue en Austria Wien.

Letsch is getrouwd en heeft een dochter.

Meer over