NieuwsSchaatsen

Verschraling bij profploegen schaatsen

De schaatsers beginnen komende week aan hun zomertraining. De wisselingen van teams zijn achter de rug, het aantal ploegen is gekrompen tot vier.

Erik van Lakerveld
Jutta Leerdam heeft gekozen voor de ploeg van Jac Orie, haar eigen ploeg valt uit elkaar. Beeld ANP
Jutta Leerdam heeft gekozen voor de ploeg van Jac Orie, haar eigen ploeg valt uit elkaar.Beeld ANP

Olympisch succes trekt geldschieters voor het schaatsen aan. Dat gebeurt vreemd genoeg niet kort nadat de medailles gewonnen zijn, maar pas als de volgende Winterspelen zich aandienen. In de komende post-olympische winter zijn er minder profteams en minder profschaatsers dan in het afgelopen seizoen.

Dinsdag maakte Jumbo-Visma bekend dat Jutta Leerdam, die bij de Spelen in Beijing zilver op de 1.000 meter pakte, zich bij de ploeg van coach Jac Orie voegt. Ze zette met die overstap een streep door haar eigen team, dat ze twee jaar eerder met haar vriend Koen Verweij had opgezet.

Met het wegvallen van Leerdams eigen team zijn er komende winter vier professionele ploegen. Vooralsnog zijn er 52 schaatsers verzekerd van een contract. Vorig seizoen waren er nog 60 schaatsprofs actief op het ijs, verdeeld over vijf ploegen.

Verdwijnen teams

Het komt vaker voor dat in de na-olympische jaren teams verdwijnen. Vaak lopen sponsorovereenkomsten tot en met het olympisch seizoen, daarna moet de zoektocht naar geld opnieuw beginnen. Die wordt eenvoudiger naarmate de Spelen dichterbij komen en de kans op publiciteit voor de sponsoren toeneemt.

Het piek in commerciële teams lag in de winter van 2015-2016. Toen telde Nederland 72 schaatsers, verdeeld over negen verschillende ploegen. Dat was te veel van het goede, klaagde Sven Kramer in die jaren. Het was te druk op het ijs van Thialf. ‘Lifestyleschaatsers’, noemde de inmiddels gestopte Fries zijn minder succesvolle collega’s in de minder kapitaalkrachtige teams.

In de jaren erna nam het aantal snel af, tot uiteindelijk 50 schaatsers op weg gingen naar de Spelen van Pyeongchang in 2018. En ook toen kromp het pelotonnetje profs in het na-olympische seizoen. Vier jaar geleden was het zelfs zo erg dat de KNSB een trainingsgroep organiseerde voor alle olympiërs zonder contract, onder anderen voor Ireen Wüst. Pas later in de zomer kwam er een team bij en kon de tijdelijke bondsploeg worden opgeheven.

Ploegen van meer dan tien schaatsers

Ditmaal is het niet zo penibel en valt vooral op dat de vier schaatsformaties allemaal een flinke omvang hebben. Alle ploegen hebben meer dan tien schaatsers. Zo staat de teller bij coach Jillert Anema op dertien. En hij kan met Irene Schouten bogen op een succesvolle Spelen. Zij won in China driemaal goud: op de 3 en 5 kilometer en de massastart.

Daar staat tegenover dat Jorrit Bergsma naar de equipe van Orie vertrok. En zo lijkt er sprake van een verschraling van het schaatslandschap. De meeste slagkracht concentreert zich bij de twee rijkste ploegen: Jumbo-Visma en Reggeborgh. De andere teams hebben minder in te brengen.

Dat geldt ook voor Team IKO van de coachende broers Erwin en Martin ten Hove. Zij kunnen niet mee in de wedloop van de twee vermogende teams. Hun kopman is de Belg Bart Swings, olympisch kampioen op de massastart. Als het op Nederlandse toppers aankomt heeft oud-olympisch kampioen Esmée Visser de grootste staat van dienst, maar zij is vanwege mentale problemen al een tijd niet op niveau.

Met name Reggeborgh, van coach Gerard van Velde, is na de olympische winter uitgebreid. Leidde Van Velde voorheen een op sprinten gericht programma, nu zet hij met Patrick Roest en Marcel Bosker ook in op het allrounden. Daarbij blijft Kjeld Nuis, die in Beijing zijn 1.500-metertitel prolongeerde, een belangrijke pion.

Aan het plafond

Met veertien schaatsers zit Reggeborgh aan het plafond wat omvang betreft. Meer mag een merkenteam volgens de regels van de KNSB niet onder contract hebben. Bij Jumbo-Visma hebben ze daar wat op gevonden.

Naast hun veertienkoppige hoofdmacht, met Leerdam en olympisch 1.000-meterkampioen Thomas Krol, is er ook nog een opleidingsploeg met zes jonge rijders. Als het aankomt op het aantal schaatsers dat op het ijs de logo’s van de geldschieters kan tonen, wint Jumbo-Visma het van Reggeborgh.

In mei staan traditioneel de eerste trainingskampen gepland, maar niet voor iedereen. Een aantal schaatsers is in de herschikking tussen de teams in niemandsland terechtgekomen. Zoals oud-ploeggenoten van Leerdam die hoopten op een toekomst bij Worldstream-Corendon.

Dat geldt bijvoorbeeld voor Dione Voskamp. In december strandde de 25-jarige sprintster op slechts 0,15 seconden van een olympisch 500-meterticket. En ze pakte op de WK samen met Leerdam en Femke Kok de teamsprinttitel. Ook de Engels-Nederlandse Cornelius Kersten, negende op de 1.000 meter in Beijing, moet op zoek naar een alternatief.

Bij IKO, waar nu elf schaatsers hebben getekend, is nog wat ruimte. Zij hebben op dit moment een ploeg van elf, maar hopen dat nog uit te breiden. Wie daar niet terecht kan, zal een stapje terug moeten doen naar het amateurniveau. En hopen dat er op de weg naar de Spelen van Milaan-Cortina, in 2026, weer wat meer ruimte op de arbeidsmarkt ontstaat.

Meer over