TOURVERSLAGETAPPE 17

Verraderlijke Alpencol breekt Pogacar op

In de zeventiende etappe van de Tour had Tadej Pogacar, de nummer twee in het algemeen klassement, zijn achterstand op geletruidrager Primoz Roglic moeten verkleinen. Het liep anders.

Astana Pro Team-renner Miguel Angel Lopez uit Colombia rijdt als eerste over de finish. Beeld Reuters
Astana Pro Team-renner Miguel Angel Lopez uit Colombia rijdt als eerste over de finish.Beeld Reuters

Het is maar een stukje plaveisel met een lengte van enkele tientallen meters, al gaat het er gruwelijk steil omhoog, 16 procent. Maar even achter die allerlaatste welving van het diepdonkere en verse asfalt lonkt de verlossing, de finish op de Col de la Loze, de nieuwe Alpenpas in de Tour de France die de laatste krachten uit de diepste spiervezels sloopt.

Het is op die plek dat Tadej Pogacar deze woensdag de gretigheid van de jeugd betaalt. De 21-jarige Sloveen van UAE Emirates jaagt en jaagt en jaagt op zijn voor hem rijdende landgenoot Primoz Roglic, de drager van de gele trui. Die is op twee kilometer van de top weggereden. Eerst is de kopman van Jumbo-Visma op weg naar de op hem wachtende ploeggenoot Sepp Kuss. Daarna is Miguel Ángel López het mikpunt, even later de winnaar van de etappe – de Colombiaan blijft 15 seconden buiten zijn bereik.

Achter hem nadert Pogacar. Die moet wel. Hij heeft geen keus. Hij is tweede in het klassement. Daarin is de achterstand 40 seconden. Op de berg komt hij tot op vijf seconden. Hij ziet Roglic geregeld op de trappers staan. Het kan niet anders, die heeft het toch ook moeilijk?

Maar juist op het moment dat hij op het punt staat om zijn rivaal terug te pakken, op die allerlaatste vermaledijde bult, ziet hij Roglic nóg een keer uit het zadel komen en voelt hij zelf zijn benen blokkeren. Ineens zijn de vijf seconden verdrievoudigd. Het voelt als een uppercut. Ergens moet hij in de nu nog resterende etappes in de Tour niet 40, maar 57 seconden zien terug te winnen.

Tadej Pogacar houdt Primoz Roglic, in de Gele Trui, in het vizier tijdens de beklimming van de Col de la Loze op 1900 meter voor de finish. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Tadej Pogacar houdt Primoz Roglic, in de Gele Trui, in het vizier tijdens de beklimming van de Col de la Loze op 1900 meter voor de finish.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Verraderlijke laatste kilometers

Het is Kuss die er na de race op wijst hoe verraderlijk de laatste kilometers op de Col de la Loze zijn – het team had de etappe al voorafgaand aan de Tour twee keer gereden. Huiveringwekkende percentages en milde stijgingen wisselen elkaar af. Dan ligt overschatting op de loer. ‘Als je hier eenmaal een gat hebt geslagen, is het heel moeilijk dicht te rijden.’

Pogacar ziet niet meer hoe Roglic over de streep bolt, kalmpjes zijn metertje uitzet en dan pas, voor het eerst in de slotfase, omkijkt naar zijn belager. Het kan ook dat hij naar iets anders kijkt. Na de wedstrijd: ‘Ik ben blij dat deze achter ons ligt.’

Tourbaas Christian Prudhomme nam alvast een voorschot op de etappe, toen hij voor het eerst de onheilspellende strook naar een hoogte van 2.304 meter had gezien die tussen stenen en struiken door een naar een skistation leidt; de weg vormt een verbinding tussen de wintersportoorden van Méribel en Courchevel. ‘Hier zal alleen een groot kampioen kunnen winnen.’ Roglic laat de status nog even voor wat die is. ‘De klus is nog niet geklaard. Er komen nog zware etappes aan. Maar deze was met niets te vergelijken.’

Pogacar is blij is dat hij niet meer tijd heeft verloren. De snelle opeenvolging van steil en vlak vond hij lastig te verteren. Ook de hoogte speelde hem parten. Berusten doet hij niet. ‘We zijn blij met hoe we tot nu toe rijden. We blijven vechten tot het einde.’

Het is niet het team van Jumbo-Visma dat het grootste gedeelte van de etappe van Grenoble naar Méribel domineert. Bahrein McLaren bepaalt, mede door langdurig kopwerk van Wout Poels, het tempo om Mikel Landa, zevende in het klassement, naar de col te loodsen. Vanaf de steile kilometers lijkt het er even op dat de gele trein in het kielzog wat snel door de manschappen raakt. Robert Gesink, Wout van Aert en Tom Dumoulin haken af. Uiteindelijk wordt het een man-tegen-man gevecht, al profiteert Roglic nog even van de aanwezigheid van Kuss. Hij vertelt de Amerikaan dat hij kan wegrijden. Zo krijgt hij een beter overzicht van de race en kan hij beter inschatten waartoe de tegenstanders nog in staat zijn. De geletruidrager: ‘Elke meter telde hier. Elke vorm van hulp is dan welkom. Dit was een topprestatie, van het team en van Kuss.’

Primoz Roglic (links) en Tadej Pogacar beklimmen de de Col de la Loze. Beeld AP
Primoz Roglic (links) en Tadej Pogacar beklimmen de de Col de la Loze.Beeld AP

Sterker door ketonen?

Hij krijgt na afloop ook nog de vraag of het gebruik van ketonen, een extra energiebron in het voedingsprogramma van de ploeg, debet is aan het sterke optreden in Frankrijk. Roglic zegt het niet precies te weten. ‘Wat het effect is, is moeilijk te zeggen. We willen het beste van wat er mogelijk is. Daar is het hele team mee bezig.’

De Colombiaan López maakt dankzij zijn overwinning zijn entree in de topdrie. Hij voelt zich op zijn gemak op de klim. In Colombia traint hij op 2.500 meter. ‘Hier voelen we ons thuis.’ Tot dusver had hij zich minder prettig gevoeld in de Tour. ‘Ik kon niet aanvallen. Het tempo van Jumbo-Visma lag altijd te hoog.’ ‘Superman’ liet in het midden of hij ambities heeft om nog verder te stijgen. ‘We bekijken het dag voor dag.’

Tom Dumoulin, woensdag in de etappe tiende op 2.13 van López, vertelt op de berg dat hij heeft genoten van de col, hoewel de extreme onregelmatigheid hem niet ligt. ‘Gaaf, zo'n klim. Zoiets hoort wat mij betreft in de Tour. Maar liever niet elke dag. Eentje is wel genoeg.’

Vorig jaar won Bernal de Tour, nu is hij uitgevallen. Wat verklaart de deceptie?

Meer over