Olympische Spelenverliezers

Verliezer: Na jaren van overvloed zit Nederland slecht in de sprinters

De finalisten van de 100 meter van zaterdag (vrouwen) en zondag (mannen) zijn nog niet bekend, maar een ding staat vast: de rol van Nederland is voorlopig uitgespeeld op het hoofdnummer van de Olympische Spelen.

Dafne Schippers na de series van de 100 meter in Rio in 2016. Beeld AFP
Dafne Schippers na de series van de 100 meter in Rio in 2016.Beeld AFP

Dankzij Churandy Martina en Schippers kon Nederland drie Spelen op rij genieten van een ongekende luxe: een sprinter in de finale van de 100 meter. In 2008 en 2012 drong Martina door tot het elitegezelschap: hij werd vierde in Beijing en vijfde in Londen. In 2016 nam Schippers die rol bij tussen de snelste vrouwen naadloos over: ze werd in Rio de Janeiro vijfde.

Hoe exceptioneel die prestaties waren, wordt snel vergeten. Dat heeft te maken met een rare wetmatigheid in de topsport. Iets lijkt onmogelijk, totdat het gebeurt. Dan is het al snel tamelijk gewoon.

Die regel geldt bij uitstek op de 100 meter. Voor Martina en Schippers behaalden slechts twee Nederlandse atleten de finale van de best bekeken olympische discipline. Tinus Osendarp lukte dat in 1936: hij greep brons achter de Amerikaan Jesse Owens. In 1948 pakte Fanny Blankers-Koen het goud, een van haar vier gouden medailles.

Droogte van zestig jaar

Daarna bleef Nederland 60 jaar lang verstoken van topsprinters. Het duurde vijftien olympische edities voordat Martina zich schaarde bij de snelste acht mannen ter wereld. (Destijds kwam hij uit voor de in 2010 opgeheven sportnatie Curaçao, maar volgens zijn paspoort was hij Nederlander.)

Churandy Martina na de finale van de 100 meter in Londen in 2012.  Beeld ANP
Churandy Martina na de finale van de 100 meter in Londen in 2012.Beeld ANP

Een loopbaan als topsprinter leek tot voorkort zo onwaarschijnlijk dat Schippers als tiener het advies kreeg om zich toe te leggen op de zevenkamp. Daar leek de kans op succes veel groter dan op sprint, gezien de dominantie van atleten uit Amerika en de Caraïbisch eilanden. En toch behoort Schippers sinds 2015 tot de tien snelste allroundsprinters aller tijden (volgens deze maatstaf: de beste tijden van de 60, 100 en 200 meter bij elkaar opgeteld).

De hoogtijdagen van Martina liggen achter hem: hij doet in Tokio alleen mee aan de 4x100 meter. De toekomst van Schippers is ongewis. Zij spaart zich in Tokio voor de estafette en de 200 meter, vanwege chronische rugklachten. Het is een doordachte keuze, die wellicht verrassend uitpakt.

Maar hoe mooi de 200 meter en estafette ook zijn, in de atletiek gaat niets boven de olympische 100 meter. Zonder Martina en Schippers is het minder leuk, dat is zeker. Er is slechts een voordeel: even wordt weer duidelijk hoe bevoorrecht Nederland is geweest met twee buitengewone topsprinters.

Meer over