Verleden werpt zijn schaduw vooruit

De waterpolosters uit Nederland maken zich onder een nieuwe coach, Mauro Maugeri, op voor het WK in Rome. Het isde eerste krachtmeting sinds het olympisch goud van vorig jaar....

Door John Volkers

Onontkoombaar is de vergelijking met 21 augustus 2008. Alles wat de komende jaren, tot en met het olympische toernooi van 2012, gebeurt bij de Nederlandse waterpolosters, zal worden vergeleken met die gouden dag in Peking.

Het grandioze olympische goud met al zijn zonnige kanten zal later, die tijd begint nu al aan te breken, zijn slagschaduwen kennen. Bij een zomerse voorstelling van de nieuwe ploeg aan de nieuwe sponsor (Lotto) met een daaraan gekoppeld toernooi, de Dutch Waterpolo Trophy in Eindhoven, gaat het nauwelijks over het komende WK.

Het gaat vooral over het ‘toen’ en ‘hoe het was’. En of die dag van hoogtij en gezang in het Qingdong Natatorium op het Olympic Park van Peking nog eens te kopiëren valt?

Eigenlijk had je, als waterpolospeelster met die gouden medaille om je nek, in China je afscheid moeten aankondigen. Groots gebaar na grootse prestatie.

Vijf deden dat, soms niet direct, maar uiteindelijk ook onontkoombaar.

Topscorer Daniëlle de Bruijn, veteraan Gillian van den Berg, killer Marieke van den Ham, reservekeepster Meike de Nooy en twijfelgeval Alette Sijbring beseften dat er geen betere dag in hun leven met cap en bal zal komen. Zij volgden het voorbeeld van coach Robin van Galen, die al ver voor Peking wist dat zijn houdbaarheidsdatum was verstreken en dat het tijd werd aandacht te geven aan zijn gezin.

Wie gewoon uiterst loyaal is gebleven aan de nationale ploeg, zoals aanvoerster Yasemin Smit, heeft een simpele verklaring. ‘Ik ben nog niet klaar. Ik wil ook nog wereldkampioen worden. Ik was 23 tijdens de Spelen. Ik heb toen echt niet nagedacht over stoppen. Voor het vervolg van mijn carrière is het fijn te weten dat je de belangrijkste medaille hebt gewonnen die er te winnen valt.’

Dan hoopvol: ‘Wij hebben een talentvolle ploeg. We kunnen nog veel meer winnen.’

Maar toch wordt er nog veel teruggekeken naar toen, naar Peking, naar augustus 2008. Het boek dat Robin van Galen over de route naar China heeft geschreven, onder de wat solistische titel Mijn Olympische Missie, is voor de gemiddelde sportcoach in Nederland een must, maar in de waterpolowereld is het met zijn vele inkijkjes in het teamproces stevig aangekomen.

De coach van het jaar heeft uit de intimiteit van het teamproces geklapt. Dat doe je niet, vinden sommigen. Trouwens, hij stond ook te veel in de schijnwerpers, menen anderen. Had dat niet topscorer Daniëlle de Bruijn – zeven doelpunten in de finale (9-8) tegen de Verenigde Staten – moeten zijn?

Er waren er die vonden dat zij een vaste baan als marketingmevrouw van de waterpoloafdeling van de KNZB moest krijgen. Maar als ‘Daantje’ ergens niet voor geschikt is, is het voor zo’n job. Zij is niet iemand die vooraan hoeft te staan.

Jongens, jongens, zegt KNZB-directeur Jan Kossen deze middag in Eindhoven. Hij maant tot kalmte en inzicht. ‘Robin van Galen was mediageniek. Dat was ’t. Hij praat gemakkelijk. De media zochten hem snel op. Hij heeft waterpolo voor het voetlicht gebracht. We moeten hem daarvoor dankbaar zijn.’

Maar dat boek, ja dat boek. Het open boek over alle soms rokende en smeulende verwikkelingen die tot het olympische goud leidden.

Ilse Sindorf, de assistent-coach die is gebleven, houdt zich onder controle maar spreekt afwijzende lichaamstaal. ‘Ik heb het boek nog niet gelezen. Die zijn er meer, hoor. Teammanager Arno Havenga ook nog niet. Robin belde me vorige maand. En, vroeg hij. Ik heb het nog niet gelezen, zei ik.

‘Waarom? Man, ik werk me drie slagen in de rondte. Ik ben ook nog juniorenbondscoach. Doe trainingskampen. Ik heb een jeugd-WK, onder 18 jaar, in Siberië, plus een junioren-EK voor te bereiden. Tot 21 september ben ik nauwelijks thuis. Ik heb niet eens de tijd om mijn post door te nemen.

‘Weet je, het is Robins boek. Ik heb alles meegemaakt. Van dichtbij. Ik ken alle verhalen. Er is niet iets dat nieuw voor mij is.’

Yasemin Smit, captain op vooral Van Galens aandringen, heeft de pocket van 200 bladzijden wel al uitgelezen. ‘Ikzelf was wél nieuwsgierig. Ik vond het grappig terug te lezen hoe het proces is geweest. Er zijn speelsters die ervoor hebben gekozen het niet te lezen. Die willen, zeggen ze, hun eigen beleving houden.

‘Het is als met een boek, waarvan later een film wordt gemaakt. Sommigen hoeven zo’n film dan niet te zien. Die hebben hun eigen beeld en geen behoefte aan een ander beeld, dat van de filmmaker. Zo is het ook met het boek van Robin.

‘Ik vond het heel leuk te lezen hoe hij het heeft ervaren. En ja, natuurlijk heb ik het anders beleefd. Robin heeft het van de andere kant gezien.

‘Ik begrijp dat het voor een aantal mensen lastig is wat er in het boek staat en dat het misschien wat kort na de Spelen op de markt is gekomen. Hij had het later kunnen doen, maar dan was het moment weg geweest.

‘Hoe dan ook, je kunt er wel aan aflezen dat het een heel groepsproces is geweest. Maar ik snap ook dat het voor iemand als Mieke van der Sloot een confronterend boek is geweest.’

Het is een van de hardere passages uit het boek, als Van Galen in 2006 afscheid neemt van Van der Sloot, tot dan een uiterst gewaardeerde kracht. Zij had hem gezegd: ‘Eigenlijk heb ik geen vertrouwen meer in deze ploeg en in jou.’

In zijn hoofd had Van Galen direct afscheid genomen van de topscorer van Polar Bears die op het moment van hun gesprek tot over haar oren verliefd was en ‘ging twijfelen aan de waarde van de offers die ze moest brengen’.

Die Van der Sloot miste het olympische goud onder Van Galen en moet onder diens opvolger Mauro Maugeri een herkansing zien af te dwingen in Londen 2012. Zulke gebeurtenissen uit het verleden werpen hun schaduw vooruit.

Het wordt de komende drie jaar bij de sportploeg van 2008 weer een proces van ‘formeren, intern strijd leveren, normen en waarden stellen, presteren en ten slotte afscheid nemen’. In de Engelse terminologie van de door Van Galen geciteerde Amerikaanse psycholoog Tuckman: forming, storming, norming, performing & adjourning.

Door dat alles heen moet overtuiging zijn geweven. Ploeg en coach moeten overtuigd zijn van hun mogelijkheden op succes.

Trainster Ilse Sindorf nam deze winter waar bij de centrale trainingen toen nog geen opvolger van Van Galen was benoemd. Zij zegt dat zij al vroeg overtuigd was van de mogelijkheden van de 08-formatie.

‘Ik was een van de weinigen die het olympisch goud hebben voorspeld. Ik deed het eigenlijk al jaren tevoren. In 2004 werd ik met de nationale ploeg Europees juniorenkampioen. Dat was een team met Ilse van der Meijden, Iefke van Belkum, de Caboutjes, Jantien en Mieke, Biurakn Hakhverdian, Marit Bergers, Nienke Vermeer en Dagmar Genee.

‘Hoe goed die meisjes toen al waren, werd me destijds gevraagd. Toen heb ik gezegd: 2008 komt misschien nog wat te vroeg, maar in 2012 moeten we er staan.

‘Bij het Olympisch Kwalificatie Toernooi in 2007, in Rusland, zei Robin tegen mij: hoe kun je nou denken dat wij hier eerste worden? We hebben nog niks gewonnen. Maar ik kreeg gelijk daar.

‘Net zo was het met mijn gevoel voor vertrek naar Peking. Ik had een erg goed voorgevoel, heb ik steeds tegen mensen gezegd die graag wilden weten hoe ver wij konden reiken.

‘De Verenigde Staten, de wereldkampioenen, waren knettergoed en Italië, de olympische titelverdediger, was ook heel goed. Maar die ploegen zaten met hun spel aan het plafond. Dat heel hoge niveau konden ze gewoon niet nog hoger maken.

‘Wij zouden dat, in mijn opinie, juist wel kunnen. Wij zaten nog lang niet aan ons maximum. Als dat gaat gebeuren, zei ik, kunnen er veel krachten vrijkomen. Ik voorzag dat we vanuit een flow, een roes, naar een hoger niveau konden reiken. Die mogelijkheid had ons team. Maar zulke bespiegelingen, hoe ver kunnen we komen, houd je binnenskamers.’

Aanvoerster Yasemin Smit: ‘Het begon toen we bij dat OKT in Rusland van Rusland konden winnen. Dat team was favoriet. Ja als zoiets kan, winnen in Rusland, dan is veel mogelijk. Daar, in Kirisji, begon de overtuiging post te vatten. Daar begon het te ontstaan.

‘Het was ook de tijd dat ons groepsproces begeleid door Rico Schuijers, de sportpsycholoog, zijn effect begon te krijgen. We hebben geleerd binnen het team elkaar te accepteren. Dat je, als iemand een beetje anders is, dat dan niet als een punt van irritatie moet zien. Het gaat erom respect voor elkaar te krijgen, te respecteren waarom iemand anders is dan anderen.’

Die lessen zullen steeds terugkomen de komende jaren. De acht gebleven speelsters zullen er steeds op hameren. Zij zullen de jongeren injecteren met hun inzichten. Het is de ideale overdracht naar een nieuwe periode.

Ach, hoe anders was het twee olympiades terug, na de mislukte Olympische Spelen van 2000 in Sydney. Sindorf: ‘Het was de grote fout in die jaren. De ploeg die in 1998 bij het WK in Perth tweede was geworden, wilde door naar de Spelen van Sydney, tweeëneenhalf jaar later. Die ploeg had ververst moeten worden. Het team werd vierde bij de Spelen. Tien van de dertien speelsters stopten. Dat leidde tot verval. Dat mag nooit meer gebeuren.’

Sindorf leidt in Zeist de opleiding met het doel elk jaar twee speelsters te laten doorstromen naar de hoofdmacht. ‘Zo’n olympische ploeg hoort uit jong en oud te bestaan. Uit diverse types speelsters. Technisch, tactisch, snel, stevig. We hebben al die inbreng nodig gehad, ook de voorbije vier jaren. Het heeft tijd nodig gehad om zo goed te worden. En ook nu wordt het weer een kwestie van tijd. We hebben het materiaal. We moeten het kneden.’

Twaalf mensen, een dozijn begeleiders op dertien speelsters, bemoeien zich tegenwoordig met de nationale ploeg. Het is de professionaliseringsslag die door bondscoach Paul Metz is ingezet en door Robin van Galen is doorgezet. Nederland moet in het waterpolo wereldtop worden.

Sindorf: ‘In Rome zal de de vraag worden gesteld: is het eenmalig geweest? Of was het goud het succes van één speelster? Of is dat het gevolg van een doorlopend proces. Dat kunnen we hier bewijzen.’

Smit: ‘Je wint alleen als je overtuigd bent van jezelf dat je kunt winnen. Die kapstok hebben we nu. Van weet je nog, toen deden we het ook.’

Meer over