Verleden hindert wielersponsors

T-Mobile stopt en Rabobank krijgt een nieuwe structuur. Paralellen genoeg tussen de twee wielersponsors...

Marije Randewijk

Op de dag dat Rabobank de nieuwe structuur en directeur van de wielerploeg presenteerde, bewezen de collega’s van T-Mobile dat een stoelendans alleen niet genoeg is om een onbezorgde toekomst tegemoet te kunnen gaan. Dinsdag zette het concern een punt achter een zestien jaar durende samenwerking.

Paralellen tussen de geldschieters die al jaren tot de meest vooraanstaande en trouwe partners van de professionele wielersport worden gerekend, zijn er genoeg. Bij Rabobank moet Harold Knebel voor een cultuuromslag zorgen. Bij T-Mobile is zijn equivalent, Bob Stapleton, na een vergelijkbare missie een illusie armer. Het zakelijke instinct, managerscapaciteiten en een vat vol goede bedoelingen van de Amerikaanse zakenman konden niet voorkomen dat het telecommunicatiebedrijf alsnog de hand op de knip deed.

Het doorknippen van de navelstreng door het moederconcern Deutsche Telekom markeert de definitieve ondergang van wat eens werd gezien als een Duitse modelploeg. Met de onheilstijding werd al langer rekening gehouden. Het team kwam louter in het nieuws als er bericht werd over doping.

Maar na elke positieve controle van een werknemer of een ontnuchterende epo-biecht van een ex-werknemer verklaarde het concern zich solidair aan de antidopingstrijd in het wielrennen. T-Mobile zat gevangen in het eigen web. Het profiteerde, net als Rabobank, van de publiciteit die de renners genereerden met hun resultaten zonder zich daarbij af te vragen hoe ze daartoe kwamen.

Patrik Sinkewitz zei het treffend. De Duitser, vlak voor de Tour betrapt op het gebruik van testosteron, gaf toe dat de sponsor en het management zeiden dat ze tegen doping waren. Maar voor de renners betekende dat niet meer dan de waarschuwing dat ze ervoor moesten zorgen dat ze niet werden gesnapt.

Sinkewitz raakte de kern van de kwestie. T-Mobile profileerde zich na de Tour van 2006, waar Jan Ullrich wegens zijn betrokkenheid in het dopingschandaal Operación Puerto de start niet haalde, als voorvechter van een schone sport.

Zakenman Stapleton mocht in 2007 de lijnen uitzetten en met jonge, ‘nog onbedorven’ renners leek de toekomst veelbelovend genoeg om het bestaande contract tot 31 december 2010 uit te dienen. De Amerikaan liet zijn werknemers controleren op bloeddoping en beweerde dat het niet erg was dat zijn jongens niet wonnen.

Maar hoe vaak Stapleton het ook zei, de boodschap kwam niet over bij Sinkwitz. En ook niet bij Gontsjar, noch bij Bernucci: renners die in 2007 het veld moesten ruimen bij T-Mobile in verband met een dopingaffaire. Sinkewitz ging vlak voor de Tourstart van 2006, na het ontslag van Ullrich, zelfs nog naar Freiburg voor een bloedtransfusie. En hij was de enige niet.

Die bekentenis over systematisch dopegebruik in de ploeg en de presentatie van George Hincapie als de nieuwe leider van de jonge garde, ontnamen T-Mobile en Stapleton het laatste restje geloofwaardigheid. Hincapie was de voormalige secondant van Lance Armstrong, in Duitsland alom beschouwd als een dopingzondaar.

Zakelijke motieven lagen ten grondslag aan de transfer, niet de edelmoedige poging het wielrennen een dienst te bewijzen. Stapleton heeft als buitenstaander de ploeg niet kunnen redden. Het Duitse eindresultaat? T-Mobile stopt, Wiesenhof deed dat al, Gerolsteiner gaat nog een jaar door en alleen Milram is een blijver.

Stapleton gaat met de brokstukken van T-Mobile verder als Team High Road. Het verleden zal hem en collega Knebel blijven achtervolgen. Een succesvolle zakenman wordt niet zomaar begrepen door een eenvoudige wielrenner.

Meer over