Verjongde ijshockeyploeg neemt afstand van de kwakkeljaren

IJshockey..

Na een lange tijd van stilstand en kwakkelen lijkt de tijd van ommekeer in zicht. Het verjongingsproces bij de nationale ploeg en een topsportcentrum waar ambitieuze ijshockeytalenten tot international kunnen uitgroeien, maken dat Hartogs met optimisme vooruit blikt. ‘We willen omhoog op de wereldranglijst en kijken of we op de langere termijn kunnen aanhaken bij de A-landen.’

Eén keer in de geschiedenis, in 1980 in Lake Placid, heeft het Nederlands ijshockeyteam deelgenomen aan de Olympische Spelen. ‘Met achttien Nederlandse Canadezen en twee of drie Nederlandse spelers in de gelederen’, herinnert Hartogs (40). ‘Een wereldprestatie.’ De furore die Nederland maakte verdween echter rap en de prestaties vanaf die tijd zijn bescheiden en soms teleurstellend.

‘Het is maar hoe je er naar kijkt,’ vindt Hartogs. ‘Wij waren de nummer twaalf of dertien van de wereld. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en Joegoslavië zijn er twaalf landen bij gekomen. Nu staan we vijfentwintigste. Op dit moment horen we thuis in de eerste divisie. Aan promotie behoeven we nog niet te denken. ‘

In de Tilburgse ijshal Stappegoor levert de nationale ploeg in het WK voor B-landen de afgelopen week een aanvaardbare prestatie. Zonder Steve Mason, Mitch Bruijsten en Jamie Schaafsma die verplichtingen hebben in Amerika en de geblesseerde Erik Tummers. ‘Jammer’, zegt ook Hartogs. ‘Met hen er bij hadden we meer kunnen creëren. Nu hebben andere jongens de kans gekregen en het goed opgepakt.’

Gelukkig is doelman Phil Groeneveld wel van de partij. Hij woont tegenwoordig in Canada, speelt niet meer op hoog niveau, maar blijft beschikbaar voor het Nederlands team. Vooraf bestonden er twijfels over zijn vorm, maar tegen Litouwen bewees hij nog maar eens zijn klasse.

Voor het Nederlands team vervloog de stille hoop op brons al in de openingswedstrijd. Japan, concurrent voor de derde plaats, won met 3-1. Ook de duels tegen Oekraïne en Oostenrijk, vorig jaar gedegradeerd uit de A-poule, gaan verloren. Maar Litouwen en zondag ook Servië worden verslagen, al komt de 3-2 zege op de Serven pas in de verlenging tot stand door een tweede treffer van Marcel Kars.

Al was de laatste wedstrijd niet best, Hartogs ziet zijn verjongde ploeg wel groeien. ‘We zijn rijp om beter te presteren. Als je ziet waar je met de jonge jongens aan werkt en op traint, biedt dit perspectief voor de toekomst.’

In Eindhoven is een Centrum voor Topsport en Onderwijs van start gegaan waar 26 jonge ijshockeyers door de ijshockeybond, het NOC*NSF en de gemeente kunnen werken aan hun topsportcarrière. Onder leiding van Hartogs en Robb Serviss staan ze acht keer per week op het ijs.

‘Een geweldig plan’, zegt Hartogs. ‘Het is een lange weg, maar als de groep zich de komende vijf, zes jaar kan verbeteren, de spelers goed worden begeleid en het programma wordt uitgebreid met meer en betere spelers, kan de nationale ploeg stappen vooruit zetten.’

Hartogs is bezig aan zijn vierde seizoen als bondscoach. ‘Een leuke, leerzame periode waarin ik nog steeds enthousiast ben en een planning in het hoofd heb die de weg aangeeft naar iets moois. Jongens als Lars van Sloun of Ronald Wurm kunnen nog tien tot vijftien jaar mee. Voor hen is het nu een kwestie van uren maken.’

Zijn ambitie is de weg uit te stippelen die er op termijn toe zal leiden dat het Nederlands ijshockey kan proeven aan en spelen in de topdivisie tegen landen als Canada, Rusland en Finland. Die afstand is nog groot, weet Hartogs. Of hij dat als bondscoach mee zal maken, weet hij niet. ‘Als coach ben je nooit zeker van de duur van de functie. Het gaat er niet om wie de coach is. Het gaat om het beleid. Daar kan de bond in de toekomst wel verder mee, ja.’

Meer over