Interview

Verhaeren leert Australië weer wat zwemmen is

Bijna twintig jaar was hij dé zwemcoach van Nederland. Jacco Verhaeren maakte van Pieter van den Hoogenband en Ranomi Kromowidjojo wereldtoppers. Sinds een jaar is hij de eerste man in Australië. De regelzucht en hiërarchie hebben hem verrast.

Jacco Verhaeren: `Wat je de Australiërs moet nageven: als ze ergens van overtuigd zijn, willen ze ook het beste van het beste.` Beeld HH
Jacco Verhaeren: `Wat je de Australiërs moet nageven: als ze ergens van overtuigd zijn, willen ze ook het beste van het beste.`Beeld HH

Jacco Verhaeren buigt enthousiast voorover, in de richting van het zwembad. 'Daar word ik nou vrolijk van', zegt hij. Twee Australische meiden in zwartroze badpakken zwemmen met ferme slagen weg van de rest, terwijl hij weet dat ze een zware trainingsweek hebben afgewerkt. Hij kijkt tevreden toe. 'Dat zijn meisjes van wie Femke Heemskerk nog last krijgt.'

Verhaeren ziet uit naar een confrontatie tussen de Australische meiden en de Nederlandse wereldkampioene. Hij heeft zijn loyaliteit verlegd. Bijna twintig jaar werkte hij als coach met topzwemmers als Pieter van den Hoogenband en Ranomi Kromowidjojo. Nu werkt hij voor Australië. Hij is de eerste buitenlandse hoofdcoach in de rijke zwemhistorie van het land. Hij moet inspiratie en innovatie teweegbrengen.

Een jaar geleden woonde hij in dit zwembad in Melbourne zijn eerste wedstrijden bij als hoofdcoach. Het was 40 graden, hij stond stijf van de jetlag. Hij voelde zich ontheemd tussen de vele onbekende gezichten rond het half overdekte complex aan de rand van Albert Park, een fraai vormgegeven sport- en recreatiegebied in het hart van de Zuid-Australische stad. In Nederland kent hij iedereen.

Vandaag weet hij zich op de tribune omringd door Australische zwemcoaches, met wie hij ontspannen omgaat. Hij gaat gekleed in een zwart jack, korte broek en sportschoenen. Zijn ontembare krullen zijn verscholen onder een onafscheidelijke pet. Met zijn jeugdige voorkomen en informele gedrag straalt hij uit wie hij wil zijn: een hoofdcoach die andere coaches met zijn kennis en ervaring ondersteunt.

Bijna twintig jaar werkte Verhaeren als coach met topzwemmers als Pieter van den Hoogenband, en Ranomi Kromowidjojo (foto) Beeld anp
Bijna twintig jaar werkte Verhaeren als coach met topzwemmers als Pieter van den Hoogenband, en Ranomi Kromowidjojo (foto)Beeld anp
Pieter van den Hoogenband Beeld anp
Pieter van den HoogenbandBeeld anp

Wangedrag

Dat ze iets van hem kunnen opsteken, durft Verhaeren (46) na twaalf maanden wel te stellen. Australië mag dan meer zwemmers hebben dan Nederland, meer coaches, meer vijftigmeterbaden en meer olympische medailles (zie inzet), toch lopen ze achter op de werkwijze die hij in Eindhoven ontwikkelde met behulp van andere experts.

Verhaeren: 'In sommige opzichten kun je zeggen: hoe ze hier tegen zwemmen aankijken, zo keken wij in Nederland vijftien jaar geleden tegen zwemmen aan. Eigenlijk doen ze het relatief slecht. Dat hier toch veel goede zwemmers vandaan komen, heeft niet zo veel te maken met hoe goed ze het aanpakken, maar vooral met het grotere aantal zwemmers.'

Dat het land openstaat voor zijn kritiek is terug te voeren op de Zomerspelen van 2012. De Australische zwemmers presteerden slecht en kwamen in opspraak door wangedrag. Met slechts een gouden medaille eindigde het land als zevende in het medailleklassement, nog achter Nederland (vierde met tweemaal goud). Verhaeren: 'Ze hebben de afgelopen 125 jaar alleen gewerkt met Australische bondscoaches. Als Londen succesvol was geweest, had ik hier niet gezeten.'

De Brabander werkt samen met twintig coaches, verspreid over veertien trainingslocaties. Hij woont met zijn vrouw en twee kinderen in Gold Coast, een subtropische stad in de oostelijke staat Queensland. Hij reist per vliegtuig langs de zwemcentra in de zes staten, volgens een vast schema. Hij bezoekt elke coach een dag per zes weken.

Vergelijkend warenonderzoek twee zwemnaties

Australië Nederland
20 miljoen inwoners 17 miljoen
130 topzwemmers 20
567 50-meterbaden 10
1.500 zwemclubs 440
1.500 beroepszwemcoaches 8
16-20 miljoen jaarbudget 2,2 miljoen
178 olympische zwemmedailles 56

Naar de huisarts

De lange afstanden maken het onmogelijk om tot in detail bezig te zijn met alle trainingsprogramma's. Hij ziet het aanreiken van ideeën als zijn belangrijkste taak. Soms gaat het hem om zaken die hij volstrekt vanzelfsprekend vindt. Zo behoort een zwemcoach in zijn ogen nauw samen te werken met een vaste begeleidingsstaf: een arts, fysiotherapeut, krachttrainer, diëtist en videoanalist.

Verhaeren: 'Ik kom hier op veel plekken nog tegen dat topzwemmers naar een gewone huisarts gaan, die niet veel affiniteit heeft met zwemmen en al helemaal geen contact heeft met andere stafleden. Fysiotherapeuten worden vaak los ingehuurd. Zwemmers gaan op eigen houtje naar een sportschool voor krachttraining. Dat is goed voor huisvrouwen, maar niet voor serieuze topsporters.'

In Eindhoven beschikte Verhaeren over een hoogwaardig laboratorium en een handvol bewegingswetenschappers. Elke training van een zwemmer werd gefilmd en geanalyseerd. Zwemmers konden na een start meteen zien hoeveel graden scherper de duikhoek moest zijn om de hoogste snelheid te bereiken. Die directe feedback stelde ze in staat hun gevoel af te stellen op objectieve meetgegevens.

In Australië is dat niet gangbaar. In het enige bestaande lab, in het nationale trainingsinstituut in Canberra, traint bijna niemand. Het is te ver vliegen voor regelmatig testwerk.

Maatwerk

Verhaeren: 'Sommige coaches waren zelf wat bezig met onderwatercamera's, maar het was absoluut ontoereikend en onvergelijkbaar met wat we de afgelopen jaren in Eindhoven hebben opgebouwd. Ik heb iedereen nu zo ver dat ze twee keer per jaar naar Canberra gaan voor referentietesten. En we zijn nu zover dat we zes van die analysesystemen aanschaffen voor de rest van het land. Dat heeft me een jaar gekost.'

Maatwerk staat centraal in de opvatting van Verhaeren. Naast videobeelden helpt ook bloedanalyse te ontdekken waar de sterke en zwakke punten van een zwemmer liggen. Ook daarin liep Australië achter. Hij heeft de hulp ingeroepen van zijn leermeester Jan Olbrecht, de wetenschapper die sinds 1996 een flink aandeel heeft gehad in de Nederlandse zwemsuccessen. De Vlaming skypet nu met Australische coaches over de bloedresultaten die hij geregeld krijgt opgestuurd.

Verhaeren: 'Hier werd wel getest, maar weinig geïnterpreteerd. De resultaten werden niet echt gebruikt om de volgende trainingen beter te maken. De methode van Jan is echt een middel om trainingen efficiënter te maken en af te stemmen op het individu.'

Hiërarchisch ingesteld

Soms zou Verhaeren willen dat hij al zijn Nederlandse experts zou kunnen laten overkomen naar Australië, zoals Louis van Gaal een complete staf meeneemt naar een club. De aanpassingen gaan hem soms te langzaam. Maar hij beseft dat het geen zin heeft om ver voor de troepen uit te lopen.

Hij tracht zijn inzichten te delen, niet op te dringen. Hij moet geduldig zijn en rekening houden met lokale gebruiken. Hij werkt met vakmensen die op hun manier ook olympisch succes hebben behaald. Alleen Amerika heeft meer olympische zwemmedailles veroverd dan Australië. Nederland staat zesde op de eeuwige ranglijst.

Verhaeren heeft bovendien te maken met culturele verschillen. Australiërs en Nederlanders lijken minder op elkaar dan hij aanvankelijk dacht, bekent hij. 'Misschien is de grootste valstrik wel dat we denken dat we over dezelfde dingen soortgelijke gedachten hebben, omdat we er hetzelfde uitzien. Maar dat is absoluut niet waar.'

Hij moest enorm wennen aan de hiërarchische instelling van de Australiërs. Hij wordt gezien als de baas. Sommige voorgangers dicteerden op afstand schema's voor alle topzwemmers, een idee dat lijnrecht indruist tegen zijn behoefte aan maatwerk. Hij tracht de formaliteit af te breken. Hij wil zich niet verheffen boven anderen, maar beseft dat het in Australië soms wel van hem wordt verwacht.

Geboden en verboden

'De manier waarop ze tegen leiderschap aankijken is totaal anders. Als ik ergens binnenkom, dan komt de bondscoach binnen. Dat wil niet zeggen dat iedereen knipmest, maar in het begin werden de trainingen wel stilgelegd. Sommige coaches verontschuldigden zich, omdat de training mogelijk niet zo interessant was. Ze hadden het gevoel dat ze zich van hun beste kant moesten laten zien voor de bondscoach.'

Ook de Australische regelzucht heeft hem verrast. Er wordt naar zijn smaak te veel vastgelegd in geboden en verboden. Hij gelooft in vrijheid en verantwoordelijkheid, ook als dat ertoe leidt dat jonge zwemmers soms in de fout gaan. Dat biedt ze de kans iets te leren. 'Als je alles dichttimmert met regels, verdwijnt de eigen verantwoordelijkheid. Ik geloof in gedragsverandering, uitleggen waarom dingen meer of minder productief zijn.'

Verhaeren maakt geen geheim van zijn visie, maar accepteert dat zijn opvattingen niet voetstoots worden overgenomen. Hij schikt zich naar regels die hij onzinnig vindt. In functie drinkt hij bijvoorbeeld geen alcohol. In Nederland mocht hij na een lange werkdag graag ontspannen met een versnapering.

'In landen als Amerika en Australië heb je te maken met een 'no alcohol policy'. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik het kinderachtig vind. Maar dat zijn de regels, ook voor de coaches. Ik geloof niet in een verbod. Ik zou graag naar de vrijheid van drinken toe willen. Dat gaat niet eens om de alcohol, maar om de eigen verantwoordelijkheid. Het zou ook kunnen gaan om het wel of niet eten met stokjes. Maar dat proces gaat nog wel even duren.'

Spelen van Rio

Verhaeren heeft de intentie tot 2020 in Australië te werken. Of hij de Spelen van Tokio haalt, hangt grotendeels af van de zwemprestaties in Rio de Janeiro, volgend jaar. Er worden medailles verwacht. Hij heeft niet te maken met hoopvolle prognoses, maar met keiharde 'targets' die worden opgesteld door de Australian Sports Commission. Dat is een bureaucratisch orgaan dat op grond van voorgaande prestaties doelen bepaalt.

De hoofdcoach begrijpt de hoge verwachtingen, gezien de vele miljoenen die de overheid investeert. Maar hij vindt de berekeningen zinloos. Een coach die dagelijks aan medailles denkt, houdt zich naar zijn mening met de verkeerde zaken bezig. Wat telt, is het proces van verbetering. 'Wat kan ik vandaag doen om morgen een betere start te hebben, of over een maand? Slimme keuzes maken is belangrijker dan denken aan het podium.'

Verhaeren is ervan overtuigd dat de olympische gloriedagen van het Australische zwemmen kunnen herleven. Zwemmen is de meest beoefende schoolsport. Er zijn 1.500 zwemclubs, evenveel beroepscoaches en 567 vijftigmeterbaden. De zwembond heeft 130 zwemmers onder contract. In Australië komen, kortom, veel meer kinderen in aanraking met de zwemsport dan in Nederland.

Technologische hulpmiddelen

'Er zijn zo veel getalenteerde zwemmers die zelf niet weten dat ze getalenteerd zijn, hier en in Nederland. Je vindt ze alleen als je met grotere getallen gaat werken.'

Hij merkt bovendien dat zijn informele aanpak aanslaat. Steeds meer coaches zien het nut in van nauwe samenwerking tussen coaches, krachttrainers, fysiotherapeuten en wetenschappers. En ze raken overtuigd van het belang van technologische hulpmiddelen. Tijdens de wedstrijden in Melbourne toont een vrouwelijke assistent hem een nieuw datasysteem, een draagbaar scherm waarop een race meteen in superslowmotion is terug te zien.

Verhaeren probeert het apparaat onmiddellijk. Hij bekijkt de vrije slag van een jonge vrouw, die kort tevoren een race won. Uiterst traag scheert haar rechterhand over het water en verdwijnt dan onder het oppervlak. Hij spreekt verrukt over een mogelijke toepassing: een coach kan na de race de slagfrequentie vaststellen en zien of die correct was. 'Dit is geweldig', zegt hij tegen de assistent. Ze krijgt een schouderklopje.

Even later, bij het verlaten van het zwembad, geeft hij opnieuw blijk van zijn enthousiasme. 'Dat systeem heb ik nooit eerder gezien. Wat je de Australiërs moet nageven: als ze ergens van overtuigd zijn, willen ze ook het beste van het beste.'

Meer over