Verdachte bloedpaspoorten

De internationale wielerunie UCI maakte woensdag de vijf namen bekend van de eerste ‘slachtoffers’ van het bloedpaspoort, dat bloed- en urinewaarden over een lange tijd verzamelt en vergelijkt.

Is er sprake van een historische gebeurtenis?
‘Deze nieuwe stap in de strijd tegen doping symboliseert het eerste begin van een nieuwe toekomst voor wielrennen en sport in zijn algemeenheid’, roemde de UCI gisteren zijn eigen pionierswerk.

De wielerfederatie is de eerste sportbond die de medische gegevens van atleten over lange tijd verzamelt om bedrog te kunnen bepalen. De internationale atletiekfederatie heeft al te kennen gegeven het systeem eveneens in gebruik te willen nemen.

Anderhalf jaar nadat werd begonnen met de ontwikkeling van het biologisch paspoort, zijn de namen van de eerste vijf overtreders bekendgemaakt. Ze behoren tot een groep van vijftig die in het vizier wordt gehouden door de UCI en het mondiale antidopingagentschap WADA.

Hoe werkt het biologisch paspoort?
Sinds de introductie van het paspoort, waarvoor alle Protourploegen 120 duizend euro per jaar betalen, heeft de UCI zo’n achtduizend bloed- en urinemonsters verzameld bij dopingcontroles. Zo konden van 840 renners medische profielen worden opgebouwd.

Door een profiel met de resultaten van een controle te vergelijken, kan een opvallend verloop van de waarden worden aangetoond. Dat duidt mogelijk op het gebruik van verboden middelen.

Een panel van drie gerenommeerde wetenschappers uit verscheidene landen analyseert de geanonimiseerde profielen en bepaalt of een profiel het stempel ‘verdacht’ krijgt. Daarvoor moeten ze unaniem in hun oordeel zijn. Is dat niet zo, dan kan wel worden besloten dat de renner in de gaten wordt gehouden en hem eventueel vaker te controleren.

Zijn de genoemde renners positief bevonden?
De UCI stelt slechts dat de vijf de antidopingregels hebben overtreden en dat daarom hun plaats in het peloton moet worden ontnomen.

Gebeurt dat ook?
Ze zijn geschorst door hun werkgever of dat gebeurt nog. Wel beweren de teamartsen van Lampre (de ploeg van Caucchioli) en van Serramenti PVC Diquigiovanni (De Bonis) dat bij hun renners dit jaar geen onregelmatige waarden zijn vastgesteld. Dat zou vorig jaar zijn gebeurd, toen Caucchioli nog bij Crédit Agricole reed en De Bonis in functie was bij Gerolsteiner. Bij de laatste ploeg werd zowel Stefan Schumacher als Bernhard Kohl op doping betrapt.

De internationale wielrenunie kan renners zelf niet straffen. Ze is aanklager, maar geen rechter. Daarvoor zijn de nationale bonden die de renners een licentie verstrekken en de ploegen verantwoordelijk. Deze gang van zaken is veel ploegen een doorn in het oog, ook al kunnen ze er niets aan veranderen.

Gaat het eigenlijk om renners van naam?
UCI-voorzitter Pat McQuaid zette de ploegen onlangs onder druk door ervan uit te gaan dat renners met verdachte waarden niet voor de Tour de France worden geselecteerd. Het was een curieus dreigement. Van de vijf maakt er slechts één deel uit van een ploeg die in de Tour aan de start verschijnt. Maar Caucchioli was niet eens in de voorselectie van Lampre voor de ronde opgenomen.

De overige vier wonnen de laatste jaren zelden iets (Serrano boekte nog een ritzege in de Ronde van Romandië dit jaar) of teerden op hun naam, zoals oud-wereldkampioen Astarloa. Wel hadden de meesten van hen al langer een kwalijke reputatie opgebouwd in het peloton.

Serrano kwam naar verluidt voor op de klantenlijst van de arts Fuentes in het Puerto-onderzoek. De Bonis werd vorig jaar door Gerolsteiner op non-actief gesteld omdat hij volgens manager Holczer ‘niet meer in het team zou passen’. Astarloa werd ontslagen door Milram nadat een interne hercontrole door de Deense bloedexpert Damsgaard wees op verdachte bloedwaarden. Met uitzondering van Lobato vonden ze dit seizoen echter allemaal een andere ploeg.

Meer over