Veldhockeyer Mirco Pruyser pusht met passie in de zaal

Sommige hockeyers zijn dol op zaalhockey, zoals international Mirco Pruyser. De regels zijn anders en door de gladde ondergrond gaat de bal sneller dan buiten. 'In de zaal vergroot je je inzicht.'

Mirco Pruyser (r) tijdens de kwartfinale hockey heren Nederland-Australie van de Olympische Spelen, 14 augustus 2016. Beeld anp
Mirco Pruyser (r) tijdens de kwartfinale hockey heren Nederland-Australie van de Olympische Spelen, 14 augustus 2016.Beeld anp

Mirco Pruyser is pas drie dagen terug van het trainingskamp met het Nederlands hockeyelftal, maar voor een potje zaalhockey komt hij graag naar het Topsportcentrum Rotterdam. De spits van Amsterdam is dol op deze hockeyvariant. Zijn ploeg strijdt tegen Rotterdam om het landskampioenschap.

Bij de Nederlandse veldploeg hebben ze een naam bedacht voor fanatieke indoorhockeyers zoals hij: zaalboys. 'Fanatieke zaalhockeyers, die veel in systemen en structuren denken.' Want dat is precies waar het bij zaalhockey om draait. Waar spelers op het veld kunnen uitblinken met hun creatieve uitspattingen, gaat het in de hal in grote mate om tactiek.

Tussen het veld en de zaal bestaan belangrijke verschillen: op het kleinere veld staan maar zes spelers in plaats van elf. Zij mogen de bal niet slaan, alleen maar pushen. De bal mag niet door de lucht vliegen, behalve bij een schot op doel. Bovendien liggen er balken aan de zijkant van het veld, zodat de bal niet uit kan gaan - achterballen en corners bestaan wel.

Door de gladde ondergrond gaat de bal veel sneller dan op het veld. Kijk het derde doelpunt van Amsterdam in de finale tegen Rotterdam. Tigges - Rohof - Pruyser - doelpunt: het duurt slechts een paar tellen. Wie met zijn ogen knippert heeft het doelpunt gemist.

Winterstop

Rotterdam-Amsterdam is op papier een droomfinale. Maar wie veldinternationals als Billy Bakker, Valentin Verga (Amsterdam), of Seve van Ass (Rotterdam) verwacht, komt bedrogen uit. Topspelers die zijn uitverkoren om in de lucratieve Hockey India League te spelen, zijn daar (op het veld) actief. De andere veldinternationals waren de voorbije weken in Zuid-Afrika voor een trainingskamp met de Nederlandse veldploeg. De winterstop duurt in de Nederlandse hoofdklasse bijna drie maanden, maar toch heeft zaalhockey geen prioriteit bij de Nederlandse bond.

'Het is jammer dat zaalhockey niet valt te combineren met de internationale kalender', zegt Marieke Dijkstra. Zij is bondscoach van de Nederlandse vrouwenzaalhockeyploeg en tevens assistent-coach van de veldploeg. Ze is toeschouwer bij de vrouwenfinale die Amsterdam met 6-4 wint van Groningen. Niet zelden zag ze een zaalinternational doorstromen naar de selectie voor op het veld. 'In de zaal vergroot je je inzicht. Je moet veel sneller anticiperen, omdat het veld veel kleiner is. Bovendien moet je echt om iemands stick heen. Je kan hem er niet even overheen wippen.'

Ook Mirco Pruyser heeft zaalhockey altijd serieus genomen. Voordat hij voor de Nederlandse veldploeg werd geselecteerd, speelde hij voor het nationale zaalhockeyteam. Hij is ervan overtuigd dat hij daar een betere hockeyer is geworden. 'Kijk naar het afmaken. Bij veel veldspelers is het een gewoonte geworden om te slaan op goal. Maar pushen is een veel snellere techniek omdat je niet hoeft aan te halen. Dat oefen je in de zaal.'

Een gewetensvraag voor Pruyser: Wie zou het winnen in de hal: de Nederlandse veldploeg of zaalploeg? 'De eerste pot winnen de zaalhockeyers. Maar als ze hebben warmgedraaid winnen de veldhockeyers. Dat zijn nu eenmaal de beste Nederlandse spelers.'

Pok, pok, pok, klinkt het als de bal tegen de balk ketst. Het spel gaat razendsnel op en neer. Vanwege de kleine ruimtes worden ook de technische vaardigheden van de hockeyers aangesproken. Het publiek geniet van de hoogstandjes op de vierkante meter.

Spannend wordt de finale bij de mannen nooit. Amsterdam neemt het zaalhockey bloedserieus en wordt zo voor het derde jaar op rij landskampioen. Niet zo zeer omdat ze beste spelers hebben, maar wel omdat ze het beste tactische plan hebben. Amsterdam gebruikt codes zo dat iedereen weet waar ze moeten staan. Dan staan er weer drie Amsterdammers aan de balk en dan weer nul. Binnen drie rake passes hebben ze de spits vrij voor het doel staan. Het slotakkoord, de 7-1, komt van de stick van Mirco Pruyser. Met zijn backhand wipt hij de bal hoog in het doel. Na de finale krijgt iedereen een medaille, want het landskampioenschap in de zaal blijft een hoofdprijs.

Robert Tigges, het gezicht van het zaalhockey in Nederland, behaalt in Rotterdam zijn achtste landskampioenschap. 'Zaalhockey is al jaren een ondergeschoven kindje', zegt hij. 'Maar alle prijzen geven mij veel voldoening. Ik heb veel passie voor deze sport.'

Hij kijkt weleens met jaloezie naar de Duitse competitie. De Duitse internationals zetten zich voluit in voor het zaalhockey. 'Bij ons is de hele competitie binnen een maand gespeeld. Daar is de competitie twee maanden geleden begonnen en ze zijn nu pas bij de finales. Dat is een verschil in hoe je het aanpakt.'

Maar wat zijn die titels eigenlijk waard als de echte toppers nooit mee doen? Tigges: 'Ik word drie jaar op rij landskampioen, dus ik kan niet zeggen dat ik baal dat ze er niet zijn. Maar ik weet ook dat het niveau hoger had kunnen zijn. Dat is de nuance die je moet maken.'

Robert Tigges (R) tijdens de WK-finale van zaalhockey tussen Nederland en Oostenrijk in Leipzig, 8 februari 2015. Beeld epa
Robert Tigges (R) tijdens de WK-finale van zaalhockey tussen Nederland en Oostenrijk in Leipzig, 8 februari 2015.Beeld epa
Meer over