Veel gedraaf en toch een fraai eindresultaat

AC Milan puilt uit van individuele klasse, maar als laatste winnaar van de Champions League zal de ploeg geen lang leven beschoren zijn in de herinnering van de liefhebber....

Van onze verslaggever Willem Vissers

In San Siro kon Ajax-trainer Ronald Koeman aan de vooravond van een nieuw avontuur in de Champions League enig dedain voor de speelwijze van Milan niet onderdrukken. Hij keek terug naar de onderlinge kwartfinale van vorig seizoen, door Ajax in blessuretijd verloren (3-2), en analyseerde koel. Milan, met al zijn klasse, loerde vooral op kansen en profiteerde van individuele fouten. 'Op twee, drie momenten waren we niet attent.' Hij noemde de nederlaag van destijds onterecht.

En dat terwijl AC Milan toch een rijke reputatie heeft, ook als het gaat om een blauwdruk van aanvallend voetbal. Het elftal met Rivera dat Ajax overrompelde in de finale van 1969 (4-1) en destijds de tweede van in totaal zes kampioenenbekers veroverde, was een geslepen ploeg met aanvalslust.

De ploeg van trainer Sacchi met Gullit, Rijkaard en Van Basten, winnaar van toen nog de Europa Cup I in 1989 en 1990, zorgde voor een revolutionaire ontwikkeling in het door de defensie gedomineerde Italiaanse voetbal, zij het dat de hervorming slechts van tijdelijke aard was. Milan domineerde, joeg, zette de tegenstander onder druk en leerde het land van catenaccio op een andere manier naar voetbal kijken.

Het elftal van Capello dat in 1994 in Athene het Barcelona van Cruijff vernederde met 4-0, viel zeker in de finale op door het aanvallende spel waarmee het ook de huidige Ajax-analist Bruins Slot verraste. Savicevic was de maarschalk, Boban, Massaro en Desailly adjudanten. De ploeg was een extract van wat zich een lustrum eerder had afgespeeld.

De huidige ploeg is een mengsel van de hogeschool op defensief vlak, met Italiaanse stilisten als Nesta en Maldini, én spelers met een aanvallend keurmerk, veelal gehaald uit verre oorden. Het korps van trainer Ancelotti imponeerde vorig seizoen vooral vóór de winterstop, maar omarmde daarna steeds vaker de Italiaanse voetbalnormen en -waarden, samengevat in het woord tegenhouden.

Spelers als Rivaldo en Rui Costa, die tot de verbeelding spreken omdat ze nauwelijks in systemen zijn te vangen, hebben het ook in Lombardije moeilijk, zeker nu de Braziliaan Kaka is gekocht.

De neo-international is een technisch vaardige speler, maar ook een loper, een schakel die razendsnel de verbinding tot stand kan brengen tussen middenveld en aanval.

Symbolisch voor Milan is het volgende: de Italiaanse pers is een lobby begonnen om de 35-jarige verdediger Paolo Maldini aan de Gouden Bal te helpen, de prijs voor de Europees voetballer van het jaar.

Meestal gaat die onderscheiding naar de uitblinker van het belangrijkste elftal, in even jaren een landenploeg, in oneven jaren de winnaar van de Europa Cup. Eigenlijk was Nedved van Juventus de beste, vinden de Italianen, maar Maldini won de Champions League en verdient de prijs voor zijn hele oeuvre.

AC Milan kan verder vertrouwen op de instincten van de twee belangrijkste aanvallers. De een, Sjevtsjenko uit Oekraïne, heeft alweer vier doelpunten gemaakt (op een totaal van zes) in de vier officiële duels die Milan afwerkte. De duikelaar/buitenspelloper Inzaghi viel vooral op door vier treffers in twee duels met de nationale ploeg.

Milan won de Champions League op weinig verheffende wijze. Winnen in blessuretijd van Ajax. Dan twee keer gelijk spelen tegen stadgenoot Inter en slechts verder mogen omdat die ene treffer in 180 minuten op het veld van de tegenstander is gemaakt. Weliswaar is dat óók het eigen veld, maar op die dag even niet. Winnen na strafschoppen van Juventus in een finale die na een hoopgevend begin pijn aan de ogen deed, zo lelijk.

Clarence Seedorf van AC Milan, in Nederland verdoemd en buiten Oranje gezet, kon juist uitblinken in een aantal duels omdat hij tenminste niet als een wildeman over het veld rent en tegen iedereen opbotst, maar zich af en toe tracht te onderscheiden met een slimmigheidje.

Koeman: 'Wij denken anders over voetbal, maar Italianen hebben meer gewonnen dan Nederlanders. Ze zullen dus wel gelijk hebben.' Op de vraag van een Italiaanse verslaggever waarom Nederlanders dan niet overstappen op de Italiaanse spelwijze, zei Koeman: 'Wij hebben nou eenmaal ons eigen karakter, onze eigen opleiding.' En hij wilde ook nog wel kwijt: 'Ik wil Rivaldo wel meenemen naar Amsterdam. Hij zit hier toch op de bank.'

Meer over