Nieuws

Vechtlust waterpoloërs niet genoeg voor olympisch ticket

50 procent kans, zo schatte de gelauwerde oud-bondscoach Robin van Galen in 2016 de mogelijkheid in van zijn waterpolomannen om de Olympische Spelen van 2020 te halen. De jaren van ervaring zouden dan gaan wegen. Vrijdag, na vijf jaar van extreem hard werk en vele bijlessen in het buitenland, bleek de nationale ploeg toch niet goed genoeg voor het begeerde olympische ticket voor Tokio 2021.

Jorn Muller (links), Pascal Janssen (midden) en Thomas Lucas. Er was vrijdag geen thuispubliek aanwezig om het team een steun in de rug te geven. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Jorn Muller (links), Pascal Janssen (midden) en Thomas Lucas. Er was vrijdag geen thuispubliek aanwezig om het team een steun in de rug te geven.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

In Rotterdam was Montenegro, de laatste jaren de vaste nummer drie van Europa, een berg te hoog in het bassin van het Rie Mastenbroek-zwembad. De Montenegrijnen, met in hun midden ’s werelds beste waterpoloër van 2018, Aleksandar Ivovic, versloegen de Nederlanders in de kwartfinale van het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) met 13-7. De topdrie van het toernooi plaatst zich voor Tokio.

De nederlaag tegen de geboren poloërs van de Balkan kwam niet als een verrassing. Toen het nationale team na de nipte nederlaag tegen de Russen van donderdag (10-11) naar de vierde plaats van poule B was teruggezakt, wisten zij dat ze nummer één uit poule A tegenover zich zouden krijgen. Er was lang hoop geweest op een betere klassering in de poulestrijd, waardoor Montenegro, met Kroatië de sterkste ploeg in het Rotterdamse water, zou zijn ontlopen.

Het donkere perspectief werd nog versterkt toen Jesse Koopman, een van de schutters van het nationale zevental, met een armblessure aan de kant moest blijven. ‘Een man minder’, stelde bondscoach Harry van der Meer vast. Dat is in waterpolo een voortdurend voorkomende situatie die meestal genadeloos wordt afgestraft.

In het water was Montenegro vrijdag uit twaalf manmeersituaties zevenmaal succesvol. Nederland scoorde twee keer uit vijf overtalsituaties.

Opkrabbelen na 0-5

De mannen van Van der Meer toonden wel hun eerder geshowde vechtlust en karakter, door na een fors verloren eerste part (0-4) keurig op te krabbelen. In de tweede periode van acht minuten (zuivere speeltijd) werd het zelfs al snel 0-5, maar verrassende Nederlandse schoten zorgden voor 3-5, waarna er bij 3-7 werd gerust. De Montenegrijnse routinier Brguljan was op dat moment met twee knikschoten de plaag van de middag.

Na de helftwissel kwam Nederland opnieuw terug tot een verschil van twee treffers (6-8). Dat derde kwart, geëindigd bij 7-10, werd zelfs door de oranje badmutsen gewonnen, met 4-3. Dat heet een unieke prestatie in het huidige waterpolo. Het had veel energie gekost, zo werd wel duidelijk. Waar de nationale ploeg de voorbije dagen telkens in de vierde en laatste periode sensationeel terugkeerde in de wedstrijd, met als hoogtepunten de laatstesecondengoals tegen Roemenië en Frankrijk, bleek nu de accu leeg.

Nederlanders uit het bad gestuurd

Voor een stunt had Nederland in kwart 4 direct een aansluitende treffer moeten maken. Twee aanvallen werden echter afgefloten, bij de tegenstoten stuurden de scheidsrechters zelfs twee Nederlanders gelijk uit het bad. Bij 12-7, vijfenhalve minuut van het eind bij dat dubbele overtal, werd de witte vlag gehesen. Ivovic, sterspeler van het Italiaanse Pro Recco, maakte nog 13-7 en kwam daarmee op dezelfde productie (drie treffers) als Pascal Janssen van ZV De Zaan. Het gaf iets aan van het intrinsieke kwaliteitsverschil tussen de Nederlanders en de Montenegrijnen.

De nationale ploeg, geplaagd door een jaar uitstel van het OKT en het stilleggen van tal van competities, kreeg de voorbije dagen vele handen op elkaar in het lege Rotterdamse bad. Het team was ‘een familie’, aldus uitblinker Jorn Winkelhorst, die met een kapot trommelvlies bleef doorbeuken op de midvoorplaats.

In 2013, toen door het focusbeleid van NOCNSF de portemonnee leeg was voor de waterpoloselectie, gingen coach Van Galen en teammanager Hans Nieuwenburg eigenwijs hun eigen gang. Zij repten zelfs van olympisch goud in de zeer verre toekomst. In 2016 misten de waterpoloërs de Spelen van Rio door een gemiste strafworp in de beslissende reeks tegen Frankrijk. Aanvoerder Roeland Spijker was er een jaar ziek van.

Weinig thuisvoordeel

In 2020 had het eigen bad thuisvoordeel moeten geven aan de Nederlanders die het tonnen kostende OKT slim hadden binnengeharkt. In 2021 zat er door coronaperikelen evenwel niemand op de tribune om het karaktervolle team een steun in de rug te geven. ‘Het was evenzogoed een geweldig toernooi om mee te maken’, was het oordeel van doelman en captain Eelco Wagenaar.

Meer over