Sportjaar 2021

Van pijnscheuten tot eindelijk weer gezond: het sportjaar 2021 in vijf persoonlijke momenten

Ook buiten de spotlights heb je tijdens een training of na de finish vaak memorabele momenten. Vijf sportverslaggevers van de Volkskrant over hun ogenblik van het jaar.

Rob GollinRobert GiebelsWillem VissersErik van Lakerveld en Eline van Suchtelen
Jeffrey Hoogland (links) en Harrie Lavreysen tijdens de finale sprint in het Izu Velodrome op de Olympische Spelen in Tokio.  Beeld Koen van Weel / ANP
Jeffrey Hoogland (links) en Harrie Lavreysen tijdens de finale sprint in het Izu Velodrome op de Olympische Spelen in Tokio.Beeld Koen van Weel / ANP

Kermende klerenkasten

Spelen van Tokio.
Baanwielrennen, finale sprint
Lavreysen - Hoogland

Er is veel geschreven over de baanwielrenners Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland. Dat de mannetjesputters vrienden zijn. Dat ze elkaar opjutten in de training; wedden om een kop koffie wie er een honderdste van een seconde af rijdt. Dat voorafgaand aan alweer een duel om een kampioenschap de wedstrijd als een olifant in de gedeelde hotelkamer staat; laten we de ander vooral niks wijzer maken.

Als de begeleiders de twee vrijdagmiddag 6 augustus de baan opduwen van het velodroom in Izu, Japan, doet het allemaal niet meer toe. Inleidende beschietingen waren het, terugblikkend. EK’s, WK’s, mooi, fantastisch zelfs, maar de heilige graal is olympisch goud op het koningsnummer, de sprint. Daar hebben ze zich vijf jaar voor binnenstebuiten gekeerd. Twee, misschien drie heats, telkens over drie ronden van 250, en dan zien wie het eerste over de streep komt. Zo simpel is het.

Hoogland wint de eerste confrontatie. Lavreysen is de beste in de tweede. In de beslissende race voelt Hoogland dat de puf eruit is als Lavreysen hem bovenlangs passeert. Dan gebeurt iets opmerkelijks: de winnaar slaakt nog wel een vreugdekreet als hij als eerste over de finish komt, maar een uitbundige viering blijft uit. Niet de handen los, de rug recht, de armen in uitzinnige triomf omhoog, wapperend met het rood-wit-blauw. Lavreysen wijst nog wel even op zichzelf. Ik heb ’m. Maar de arm komt niet hoger dan de schouder. Ze rijden uit, op enige afstand van elkaar, het hoofd gebogen, alsof ze in gedachten het hele traject nog even afspelen en elkaar de ruimte gunnen tot verwerking.

Voor de werkelijke reden is een luisterend oor nodig. Nadat hij de baan heeft verlaten, wordt op het middenterrein Lavreysen op een gewone racefiets voortgeduwd, hij trapt mee op een klein verzetje. Kreten van pijn, het is minuten na de finish, reiken tot de tribunes. Hoogland ligt verderop, kreunend op zijn zij. Hij is niet in staat het trapje naar beneden te nemen. Lijf en leden gekraakt, pezen op uiterste spankracht beproefd, longen in de fik gezet.

Lavreysen zegt later dat hij zijn arm domweg niet hoger kreeg, hij had niet eens zijn fiets meer onder controle. De sprints waren ongebruikelijk lang geweest. De vlakke bochten leenden zich niet voor tactische spelletjes. Volle bak rammen, andere opties waren er niet. Daarom kreeg het slotakkoord van de lange weg naar Tokio de klank van kermende klerenkasten. (Rob Gollin)

Tadej Pogacar in actie op de Col de la Colombière.  Tijdens de achtste etappe slaat de Sloveen zijn eerste slag in de Tour van 2021. Beeld David Stockman / Belga
Tadej Pogacar in actie op de Col de la Colombière. Tijdens de achtste etappe slaat de Sloveen zijn eerste slag in de Tour van 2021.Beeld David Stockman / Belga

De berg van Pogacar

Tour de France
Achtste etappe
Aanval Tadej Pogacar

In regen en kou trok Tadej Pogacar in de namiddag van 3 juli de Tour de France naar zich toe op de plek waar ik enkele uren eerder fietste en had vastgesteld: ‘Dit is geen fietsweer.’ Moeizaam remmend met verkleumde handen daalde ik zo snel mogelijk de spekgladde Colombière af. De col zou straks de laatste klim van de achtste etappe zijn en ik moest maken dat ik van het parcours was voordat de 177 profrenners er overheen gingen.

‘Dit was een van de beste dagen van mijn carrière’, verklaarde Pogacar bij de finish in Le Grand-Bornand. Hij was op de Col de Romme, de voorlaatste klim, een verschroeiende veldslag begonnen en liet zijn om warmte en droge kleren roepende concurrenten voor de eindzege, spartelend achter zich en won daar en toen zijn tweede Tour.

Pogacar trapte die dag bergop vermogens waarbij de favorieten niet in de buurt kwamen. Wie uitzonderlijke prestaties zaait, oogst in de wielersport dopingverdenkingen, vooral bij de Franse media. ‘Doen die beschuldigingen je pijn?’, vroegen die over hun eigen verdachtmakingen. ‘Mijn ouders’, reageerde de enigszins gekwetste renner, ‘hebben me opgevoed tot een nette jongen.’

Ruim twee maanden later zit ik met die ouders in Slovenië op het terras van hun zelfgebouwde huis, waar het binnen naar versgebakken brood ruikt en wielerbekers elk vrij stukje kastruimte bezetten, over hun jongste zoon te praten. Vader Pogacar spreekt alleen Sloveens en zegt niet veel. Zijn strenge, bedachtzame vrouw, een lerares Frans, doet voornamelijk het woord. Ze is liefdevol trots op haar jongste zoon, die ze inpepert vooral niet naast zijn schoenen te lopen. Ze maakt duidelijk: zou mijn jongen naar stimulerende middelen grijpen, dan komt-ie er hier niet meer in.

Maar hoe kon die zoon dan op die koude en natte derde juli dan voor zo’n slagveld zorgen? Daarop staat Marietta Pogacar op, loopt naar de achterkant van het huis en wenkt me. Ze wijst schuin omhoog naar een zendmast op een berg in de verte. ‘Krvavec’, zegt ze, ‘dat is mijn antwoord. Daar ging Tadej als kleine jongen minstens drie keer per week omhoog, jarenlang. Ook al was het weer nog zo slecht.’

De asfaltweg naar wintersportoord Krvavec blijkt een steile, ongelijkmatige, gemene rotklim waarbij de Col de Romme verbleekt. Als je hier als kleine jongen op een te grote racefiets dag in dag uit naar boven bent gereden, en je beleeft bijna tien jaar later een van de beste dagen van je carrière, dan beslis je op die dag de Tour. Op natuurlijke wijze. (Robert Giebels)

De dans van Tadic en Blind

Champions League
Groepsfase
Ajax - Borussia Dortmund

Daley Blind heeft Ajax op 2-0 gezet tegen Dortmund en hij viert de voorsprong met Dusan Tadic.  Beeld  Guus Dubbelman / de Volkskrant
Daley Blind heeft Ajax op 2-0 gezet tegen Dortmund en hij viert de voorsprong met Dusan Tadic.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Daley Blind en Dusan Tadic vieren de 2-0, staat nogal droogjes onder de foto van Guus Dubbelman, genomen op dinsdag 19 oktober, tijdens Ajax - Borussia Dortmund in de groepsfase van de Champions League.

Dat vieren staat gelijk aan de totale gekte. Alleen al dat gezicht van aanvoerder Tadic. De ogen bijna dicht, de mond wagenwijd open. Hij is de carnavalsvierder die na 25 bier het café verlaat, lallend over straat gaat, zich niet meer bewust van burengerucht of wat dan ook. Wankel op de been, eenvoudig en ongeremd gelukkig.

Daley Blind is eveneens gegrepen door totale euforie, in bijna woedende blijdschap. Vuur schiet door de kleine openingen van zijn ogen. Hoe ze elkaar vastgrijpen ook, die twee, op een moment dat de afloop van de wedstrijd nog onzeker is, als het pas 2-0 staat, op een avond dat de sporter voelt dat bijna alles lukt en de spanning omslaat in een heerlijk gevoel van gewichtloosheid. De score loopt op tot 4-0.

De rechterarm van Tadic heeft de nek van Blind stevig in de greep. De hand van Blind ligt gecontroleerd op de linkerschouder van Tadic. Het zweet op hun voorhoofd past bij de foto in avondlicht, die symbolisch is voor de opkomst van het Ajax van trainer Erik ten Hag in Europa, het Ajax zeg maar van het hogere salarisplafond. Blind en Tadic waren de twee ervaren spelers die in 2018 terugkeerden uit de Premier League, nodig om Ajax weer serieus op Europees niveau te laten meedoen. Dat lukte geweldig in het eerste seizoen, niet zo goed in jaar twee en drie, en nu, in seizoen vier, is het succes weer daar. Althans, straks, in februari, volgt de achtste finale tegen Benfica.

‘Glorieus Ajax laat Dortmund naar adem happen’, staat boven het artikel. Het was echt een heerlijke avond, ook als toeschouwer. Natuurlijk waren er lezers die de verslaggever betichtten van te veel affiniteit met Ajax. In zo’n stukje als dit, op het eind van het jaar, valt dat nog wel een keer uit te leggen: het gaat om het spel zelf, om de uitvoering, om het plezier, om de kwaliteit, wie ook de uitvoerenden zijn.

Kijk naar de achtergrond op die heerlijke foto. Het publiek. Hier gevangen in stilstaand beeld, maar in werkelijkheid een dolle massa die telkens ging staan, en uitzinnig juichte als Martinez de bal ontfutselde aan Haaland. Publiek dat in het eerste volledige coronajaar slechts af en toe naar het stadion mocht, tussen de lockdowns door. Als Guus Dubbelman had ingezoomd op de gezichten van de mensen, had hij net zulke grimassen kunnen fotograferen als die van Dusan Tadic en Daley Blind. Ajax - Dortmund maakte het waard om sportverslaggever te zijn, ook in 2021. (Willem Vissers)

Februari 2021: De Zweed Nils van der Poel heeft een wereldrecord gereden op de 10 kilometer: 12:32.95. Beeld Klaas Jan van der Weij
Februari 2021: De Zweed Nils van der Poel heeft een wereldrecord gereden op de 10 kilometer: 12:32.95.Beeld Klaas Jan van der Weij

De grap van Nils van der Poel

Schaatsen
Trainingsstage Inzell
Op weg naar goud?

In de herfst dromt heel schaatsend Europa samen in Inzell. In de Max Aicher Arena is het goed toeven voordat het wedstrijdseizoen begint. Nils van der Poel is er ook. De 25-jarige Zweed is zo hard aan het trainen dat hij geen tijd heeft voor een interview, vertelt hij in het voorbijgaan op de ijsbaan.

Een paar dagen later appt hij dat er toch ‘press meet’ is. Op donderdagmiddag 14 oktober Van der Poel staat met een emmertje sop, een spons en een borsteltje voor de ketting en tandwielen zijn mountainbike schoon te maken. Dit is de persbijeenkomst, op de parkeerplaats voor zijn hotel, ergens buiten Inzell op een bergweide onder een donkergrijze hemel.

Er volgt een gesprek van een uur. En de Zweed poetst maar door. Het frame, de velgen, als het gesprek erop zit blinkt alles weer. Hij vertelt over zijn ideeën over training. Die staan soms haaks op de in Nederland gangbare ideeën, maar leverden hem vorige winter wel de wereldtitels op de 5 en 10 kilometer op, met een wereldrecord op die laatste afstand van 12.32,95.

Ergens tussendoor dist hij een anekdote op over het WK junioren van 2015. Over hoe hij met de Amerikaan Emery Lehman een grap uithaalde bij Patrick Roest. Ze kochten in een tankstation zoveel mogelijk visproducten en verstopten de voedingsmiddelen vervolgens op alle mogelijke plekken in de hotelkamer van de Nederlander.

Ze legden vis onder de meubels, propten het tussen de radiatoren en in de lampfittingen. Zelfs de douchekop moest eraan geloven. Een typische pubergrap. Roest kon er wel om lachen, vertelt Van der Poel, die het verhaal als illustratie van zijn vriendschap met de Nederlander gebruikt.

Op dat WK junioren, waar Roest allround- en 1.500-meterkampioen werd, was Van der Poel de beste op de 5 kilometer. Als hij nu aan dat toernooi terugdenkt is dat goud maar een bijgedachte. Het is vooral de visgrap die hem is bijgebleven en het gevoel van kameraadschap dat hij ervoer.

Op de terugweg naar Nederland, over de eindeloze autobahn, besef ik dat hij nog altijd vis verstopt. Niet letterlijk. Hij is niet de puber meer van toen, maar dat plagerige karakter heeft hij nog altijd. Hij moedigde Roest dit najaar aan tijdens een trainingswedstrijd en deelt graag plaagstootjes uit via social media.

Zijn grootste practical joke moet nog komen: dubbel goud op de Spelen in Beijing. Het is alleen de vraag of Roest daar ook om kan lachen. (Erik van Lakerveld)

De vreugdesprong van Jip Vastenburg

Atletiek
Warandaloop
De eetstoornis voorbij

Jip Vastenburg (links) dendert eind november in Tilburg gezond en wel naar de nationale crosstitel. Beeld Foto Jiri Büller / de Volkskrant
Jip Vastenburg (links) dendert eind november in Tilburg gezond en wel naar de nationale crosstitel.Beeld Foto Jiri Büller / de Volkskrant

Het miezert in het Tilburgse bos bij de Warandeloop eind november. Bij de start verbijten atletes zich in ontblote armen en benen van de kou. Jip Vastenburg torent met haar lengte van 1.81 meter boven het deelnemersveld uit. De 27-jarige atlete, die in haar jeugd werd gezien als één van de grootste Nederlandse talenten op de middellange afstanden, knokt zich terug naar de top. Ze worstelde jarenlang met een eetstoornis.

Het is een genot om naar haar krachtige passen door de modder te kijken bij de internationale crosswedstrijd, tevens het nationaal kampioenschap veldlopen. Vastenburg dacht in haar jeugd dat ze alleen hard kon lopen als ze graatmager was. De weegschaal ging altijd mee op reis. Ze at volgens een strikt schema. Precies zoveel gram havermout in de ochtend. Na de training 200 gram yoghurt. Niet snoepen na het avondeten. Nooit een pizza of chocola. Ondertussen trainde ze 160 kilometer per week. Vastenburg werd van haar 16de tot haar 24ste niet ongesteld door een verstoorde hormoonbalans en raakte geblesseerd en depressief. Bijna twee jaar geleden luidde ze de noodklok in deze krant over eetstoornissen in de sport. Sindsdien zijn meer verhalen naar buiten gekomen over veel te dunne sporters.

Op foto’s uit 2015, toen Vastenburg Europees jeugdkampioene werd op de 10.000 meter, zie je haar aderen duidelijk over de armen lopen. De sleutelbeenderen steken uit en haar wangen zijn ingevallen. Ze woog toen 54 kilo. En haar ogen? Daar brandde geen licht in.

Bij de Warandeloop staat Vastenburg dit jaar 15 kilo zwaarder aan de start. De atlete werd wakker geschud door bondscoach Grete Koens, die haar vertelde dat het gevaarlijk is om acht jaar lang niet ongesteld te worden. Sporten met ondergewicht kan voor allerlei problemen zorgen zoals chronische blessures, onvruchtbaarheid en depressies.

Nu traint Vastenburg bij een loopgroep in Manchester waar coach Steve Vernon veel aandacht heeft voor de gezondheid van zijn atletes. Het onderwerp is geen taboe in de groep. Ze is niet de enige die terugkomt van een eetstoornis.

Vastenburg weegt nu bijna 70 kilo en bewijst in het Tilburgse bos dat je ook met een gezond postuur kunt winnen. Ze grijpt de nationale titel terwijl ze met een vreugdesprong over de finish komt. Het is een verademing om een vrouw op het podium te zien staan bij wie de botten niet uitsteken. Laat haar een voorbeeld zijn.

Vastenburg wil zich nu toeleggen op de marathon voor de Spelen van Parijs in 2024. In haar tweede carrière staat gezondheid en geluk voorop. En haar ogen? Die twinkelen. (Eline van Suchtelen)

Meer over