‘Van Kazachstan naar Peking is best ver’

Beachvolleyballers laten ook in olympisch jaar grote toernooien schieten om rust te nemen...

Van onze verslaggever Mark Misérus

Op een wereldkaart was door de technische mannen van de volleybalbond een rode lijn getrokken tussen Nederland en Peking, om duidelijk te maken hoever de Nederlandse beachduo’s zijn opgeschoten met hun olympische missie.

Reinder Nummerdor en Richard Schuil, die het belangrijkste toernooi als indoorspelers respectievelijk twee en drie keer meemaakten, kunnen hun eerste olympiade als strandkoppel nauwelijks mislopen. ‘Die hangen ergens boven Tibet’, legde bondscoach Bert Goedkoop uit.

De tweede troef van de bond, Emiel Boersma en Bram Ronnes, was volgens Goedkoop al gevorderd tot Kazachstan. Het leidde tot vraagtekens bij het koppel in kwestie. Boersma had geen idee waar hij Kazachstan op de wereldbol moest vinden. Zijn teamgenoot dacht het te weten. ‘Ergens onder de Oekraïne’, deed Ronnes een wilde gooi.

Ook de prestaties van het tweede beachduo van Nederland worden gekoesterd door de beleidsbepalers. Nu de kwalificaties van beide indoorteams zijn mislukt, is alleen op het strand van Peking eer weggelegd in het volleybal. Het moet eindelijk leiden tot de eerste olympische zege van een beachduo.

Misschien breken de 27-jarige Boersma en Ronnes (29) wel de ban. Want voor wie gewend is de zware World Tours te spelen, zijn de Spelen een zegening.

‘In Peking mogen maar 24 koppels meedoen. Trek daar dat ene Afrikaanse land vanaf, en je houdt de echte tegenstand over’, zei Boersma in de nieuwe Lindobeach-trainingshal in Scheveningen. ‘Bovendien mogen ook Brazilië en Amerika maar twee koppels afvaardigen. En bij het WK werden we negende, terwijl daar vier Braziliaanse teams meededen.’

Hun status is in een jaar drastisch veranderd. Vorig jaar waren Boersma en Ronnes nog maar kort met elkaar herenigd. Ze hadden een achterstand goed te maken op de andere teams en moesten zich voor vrijwel elk toernooi kwalificeren. Dat er geen wonderen werden verwacht, had volgens Boersma juist weer tot gevolg dat er weinig druk op hun schouders lag.

Dankzij een voortvarend seizoen, waarin ze Brams broer Gijs en Jochem de Gruijter voorbijstreefden, hebben de nummers 18 van de wereldranglijst een naam opgebouwd. Ze hoeven zich niet meer te kwalificeren voor de toernooien waarvoor ze zijn uitgenodigd, waaronder de prestigieuze World Tour. Het levert ze elke week zeker 2000 dollar prijzengeld op.

Door hun progressie, en die van de twee andere topteams, is Nederland met drie duo’s vertegenwoordigd in de top-25 van de wereldranglijst (drie jaar geleden was dat aantal nul). Alleen de toonaangevende grootmacht Brazilië doet het met vier teams beter. Duitsland beschikt eveneens over drie topkoppels.

Uitschieters zijn uiteraard meegenomen, maar voor Boersma en Ronnes is een stabiel seizoen – de acht beste prestaties tellen – voldoende om de Spelen te halen. Ruim 600 punten op de olympische ranking is de marge die ze verdedigen op hun achtervolgers, De Gruijter en Ronnes. Toch vinden ze het moeilijk te zeggen hoe groot hun voorsprong is.

‘Als we de eerste weken in de topvier eindigen en zij raken geen pepernoot, dan gaan wij naar de Spelen ja. Maar misschien weten we het pas op 20 juli, als de olympische kwalificatietermijn voorbij is’, zegt Ronnes. ‘En we moeten niet te hoog van de toren blazen, want van Kazachstan naar Peking is volgens mij nog best een eind.’

Dit seizoen hebben ze wederom besloten niet meer elk toernooi af te lopen, hoewel een beachvolleyballer volgens Ronnes ‘niets liever wil dan altijd en overal spelen’. Dus laten ze na de seizoensopening in Melbourne een toernooi in China voor wat het is, en gaan ze zich in de trainingshallen in Aalsmeer en Scheveningen voorbereiden op een serie Europese wedstrijden. Daarmee volgden ze de wens van de bond, die wil dat de koppels van Beach Team Holland (De Gruijter en Ronnes doen het op eigen kracht) meer rustmomenten op de kalender inpassen.

Nieuw is dat plan niet, zegt Ronnes. ‘Vorig jaar deden we ook niet overal aan mee. Dat is geen luxepositie, het is noodzaak. Laten we dit toernooi schieten, dan trainen we een tijd en gaan we naar het volgende toe. Zo zijn we constant aan het vooruitdenken.’

Boersma, die met Max Backer de Spelen van 2004 niet haalde: ‘We hebben zelfs getwijfeld of we vorig jaar naar de World Tour in Brazilië moesten gaan. We besloten het wel te doen, en werden vijfde. Daarom staan we overal voor ingeschreven. Want als vijf toernooien op rij mislukken, wil je bij het zesde alles kunnen rechtzetten.’

Meer over