ReportageNK voor clubs

Van jonkie tot doorgewinterde prof: op het NK schaatsen voor clubs strijdt iedereen samen

Clubs spelen geen rol in het topschaatsen, dat is in Nederland het terrein van commerciële ploegen. Eén dag per jaar is dat anders en staat de vereniging centraal: bij het NK voor schaatsclubs. En sinds dit jaar is het NK officieel erkend door de schaatsbond. ‘Als ik mensen van de club zie, voelt het als thuiskomen.’

De wisselbeker op de baan. Beeld Marcel van den Bergh
De wisselbeker op de baan.Beeld Marcel van den Bergh

Patrick Roest draagt op het ijs van Thialf zijn vertrouwde geel-zwarte tenue, ook al rijdt hij zaterdagmiddag helemaal niet in dienst van Jumbo-Visma. De 25-jarige wereldkampioen allround komt in actie voor STV Lekstreek. Hij doet een gooi naar de landstitel met de vereniging waar hij heeft leren schaatsen.

Clubs spelen geen rol in het topschaatsen, dat is in Nederland het terrein van commerciële ploegen. Eén dag per jaar is dat anders en staat de vereniging centraal: bij het NK voor schaatsclubs. Het is een initiatief van Sicco Janmaat, assistent-coach bij Jumbo-Visma, die zo wereldkampioenen en clubrijders bij elkaar brengt. Twee eerdere edities in 2018 en 2019 golden als officieuze kampioenschappen. Dit jaar is het door de schaatsbond KNSB officieel als NK erkend.

Roest rijdt al sinds zijn 13de niet meer in de kleuren van de Lekstreek. Op die leeftijd kreeg hij een plekje in de gewestelijke selectie, daarna volgde Jong Oranje en als senior een profcontract bij Jumbo-Visma. Maar de club vergat hij niet. ‘Ik heb veel aan de Lekstreek te danken. Ik trainde er nooit om de beste schaatser van Nederland te worden. Het was mooi om te trainen met vrienden.’

Die vriendschap is gebleven. ‘De jongens waar ik vroeger mee heb getraind en ook de trainers van toen, zie ik naast mijn leven in Heerenveen nog erg vaak. Zo staat de Lekstreek ook bekend: als een vriendengroep.’

Er staan in Thialf drie juniorenafstanden (500, 1.000 en 1.500 meter) en vier voor senioren (500, 1.000, 1.500 en 3.000 meter) op het programma. Elke vereniging zet per afstand één schaatser in. De tijden van de in totaal zeven mannen en zeven vrouwen worden naar punten omgezet, zoals dat ook bij het allrounden gebeurt, en alles wordt bij elkaar opgeteld. De club die aan het eind het laagste puntentotaal heeft is kampioen.

De hele dag zijn de schaatsers serieus bezig met hun warming-up. De junioren, tieners nog, doen sprongoefeningen, sprintjes aan een elastiek en dribbelen zich warm. Hetzelfde geldt voor de soms al grijsharige senioren. Op het middenterrein van Thialf heerst tegelijkertijd de sfeer van een schoolreisje. Het is er, anders dan bij een profkampioenschap, gezellig.

Roest is de laatste van de Lekstreek die in actie komt. Eerder hebben zijn clubgenoten, van de 14-jarige Esmee Zijderveld tot collega-prof Hein Otterspeer, al hun best gedaan om punten te verzamelen, maar het gat dat hij voor de nationale titel moet overbruggen is groot: bijna 47 seconden op de 18-jarige Mads Kuiken van Hardrijders Club Heerenveen (HCH), die 4.13,42 heeft gereden. Dat is te gortig. Roest wint de drie kilometer wel, in 3.38,87, maar de nationale titel gaat naar HCH.

De Heerenveense vereniging pakt in Thialf veel tijd dankzij Jumbo-rijdster Reina Anema, die de drie kilometer wint in 4.04,81. Even belangrijk is haar ploeggenoot Antoinette de Jong, regerend wereldkampioen op de 3.000 meter, en Suzanne Schulting, Europees, wereld- en olympisch shorttrackkampioene met langebaanambities.

Roest zit voor en na de race op het bankje tussen zijn clubgenoten. ‘Het is mooi om even een praatje te maken.’ De Jong en Schulting zijn meer op zichzelf. Zij zitten op het middenterrein niet bij hun vereniging, maar zoeken drie eenzame stoeltjes aan de rand van het ijs op om hun schaatsen aan te trekken. Het is om in de wedstrijdmodus te komen en uit voorzichtigheid voor corona, leggen De Jong en Schulting later uit. Maar net als Roest voelen zij zich nog zeer verbonden met hun vereniging.

‘Bij HCH heb ik mijn beste vriendin ontmoet, ik heb er zo’n leuke tijd gehad. Nu nog, als ik mensen van de club zie, voelt het als thuiskomen’, zegt Schulting. Ze rijdt voor het eerst sinds 2014 een 1.500 meter. Haar 1.57,02 is een dik persoonlijk record, maar net niet snel genoeg om Joy Beune (1.56,76) te verslaan.

Even later, bij de prijsuitreiking op de buitentrappen van Thialf, krijgt Antoinette de Jong in allerijl een HCH-jack aangereikt, dat het erelid over haar Jumbo-kleren aantrekt. Mede dankzij haar tijd op de 1.000 meter (1.15,90), heeft de club gewonnen. ‘Het is fijn voor de kinderen, voor de mensen van de club. Ik hoop dat de jongere generatie van ons kan leren en dat ze gemotiveerd raken doordat we met elkaar rijden.’

De teleurstelling bij de Lekstreek, uiteindelijk tweede in de eindstand, valt te overzien. ‘Het was mooi geweest om te winnen, maar het draait vandaag om het clubgevoel’, zegt Roest. ‘Al hoop ik dat we volgend jaar opnieuw een poging kunnen wagen.’

Meer over