Van Gelder weet't wel. Het was niks

Na een schorsing van een jaar mocht Yuri van Gelder in Macerata zijn kunsten aan de ringen weer vertonen. ‘Ik ga dit rechtzetten.’..

Sterk, herhaalt hij de hele tijd. ‘Ik ben sterk.’ Yuri van Gelder, niemand ziet er gespierder uit in de Nederlandse sport, prent zichzelf voortdurend in dat hij hier, vanavond in het Palazetto dello Sport van Macerata, heeft bewezen dat hij nog sterk is. De rest, zoals een goede wedstrijd aan de ringen, is van latere zorg.

De turner die door een schorsing vanwege cocaïnegebruik een jaar buitenspel stond, zit zaterdagavond ook lang aan de kant. Hij is om zes uur in de broeierige zaal – vijf open deuren brengen nauwelijks verkoeling – en hij moet tot tien uur wachten, voordat hij daadwerkelijk zijn rentree mag maken in het internationale turnen. De Nederlandse B-ploeg, waar Van Gelder voor de gelegenheid deel van uit maakt, moet eerst langs drie andere toestellen voor zij bij de donkerrood geverfde installatie van de ringen arriveert.

De spanning heeft zich dan onmiskenbaar opgebouwd. Voor de interland tegen Italië, een vrolijk niemendalletje in de gezellige kermis van de Italiaanse sport, heeft Van Gelder al laten weten dat hij last heeft van wedstrijdspanning. Hij, de wereldkampioen van 2005? Hier? Ja, zelfs hier, bij zo’n wedstrijd ver van huis, waar een verdwaalde camera zijn heroptreden registreert.

Hij kan er niks aan doen. Het hoofd tolt. Er zit nu eenmaal zoveel vast aan deze wedstrijd, zijn eerste na twaalf maanden gedwongen toekijken. Voor de rest van je leven met het D-woord in verband worden gebracht, al zeg je nog met zo veel overtuiging dat je slechts vooruit kijkt, nooit achteruit.

Rehabilitatie
Maar daar aan die lonkende ringen, Nederlands merk, Janssen & Fritsen, kun je aan je rehabilitatie werken, zo heeft hij zich voorgenomen. In Rotterdam, bij de WK in eigen land, zou op still rings zijn eerste grote daad moeten volgen. Een medaille, ‘dat zou super zijn’. Maar nu eerst Macerata.

Het moet allemaal door zijn hoofd getold hebben in de uren die hij sleet op de groene stoeltjes van het Italiaanse sportpaleis. Het is geen seconden of minuten, maar het is uren aftellen tot de specialist aan de beurt is. Bij de warming-up dondert Jorian Ilbrink nog even door de enkel. Het jonge talent gaat lopen klagen bij Van Gelder dat die mat niet goed was neergelegd, maar gaat wel door. Dat zijn ‘de pijntjes en de dingetjes’ waar een geschorste turner naar terug verlangt.

Dan, de muizenissen voorbij, kruipt zijn ervaren teamgenoot toch maar in het eigen hoofd. Hij visualiseert zijn oefening van tien elementen, met een uitgangswaarde van 6,4 punten. Daar zal hij het vandaag mee moeten doen. Volgende week in Gent wordt het al 6,8 en dan bij de wereldtitelstrijd van half oktober nog een schepje erbovenop, een 7+. Anders kun je een medaille, met Chinezen in de zaal, vergeten.

‘Ik kan die oefening dromen’, zegt Van Gelder tien minuten later. Er is iets behoorlijk misgegaan. Na vier krachtelementen op rij, had hij, onderdeel van de verplichte code, een zwaai-element moeten plaatsen. Van omgekeerde breedtehang naar zwaai, hij kan het dromen. Maar hij doet het niet. Hij is het kwijt.

‘Hee, hier had een ander element moeten zitten’, denkt hij hardop, hangend in de ringen. ‘Wat ga ik nu doen?’, vraagt hij zichzelf onmiddellijk af. Uitstappen? Dat zou al te dom zijn. Hij gaat, met een verbeten grimas, door. Het lijkt na onderdeel 4 pijn te doen. Zou Van Gelder, die man met dat rood aangelopen hoofd, het nog wel kunnen, denkt menigeen. De 400 Italianen beseffen nauwelijks de spanning die de rentree met zich meebrengt.

De Nederlander, drievoudig Europees kampioen, plaatst de zwaai na ampel overleg maar aan het eind. Doet elf elementen in plaats van tien. De oefening die vlekkeloos uit zijn computer had moeten komen, wordt een broddelstuk. Maar zijn gezicht straalt na de landing niets van zorg uit. Een gebeitelde glimlach, ook na een verknalde oefening, het hoort erbij in het turnen.

Aan de kant zit het Nederlandse jurylid Jos Eigenbrood als eerste met zijn papiertje klaar. Hij zegt 1,1 punt af te trekken, ‘deductie’, van het ideaalcijfer van 10; 8,9, oordeelt Eigenbrood. Hij vond het best redelijk wat zijn landgenoot liet zien. De Italiaanse secretaresse, het publiek kan over haar schouder meekijken, vult dat cijfer alvast in.

Vier kruisen
Het wachten is op wat de andere juryleden doen. De voorzitter, Giovanni Innocenti schuift een papier naar Eigenbrood met vier kruisen door vier geturnde elementen van Van Gelder, de nummer 5, 6, 7 en 8. Het is het uitvloeisel van de regel dat wie na vier krachtelementen niet een zwaai plaatst zijn waardering voor de volgende op kracht gebaseerde elementen volledig verliest. De uitgangswaarde 6,4 wordt 5,5.

Daarna komt er nog meer straf van de Italianen. Zij trekken 2,35 punten af: 7,65 voor de uitvoering. Van Gelder kijkt niet eens meer naar het scorebord. Hij weet ’t wel. Het was niks. Hij krijgt 13,150 punten. En dat voor een man die vorig jaar Nederlands kampioen werd met 15,800 en de Europese titel greep met 15,750. Dit komt hard aan.

De Italiaanse juryleden houden het erop dat de krachtpatser uit de lage landen zijn houding onvoldoende lang aanhoudt. Twee seconden dient elke houding getoond te worden, zonder trillen bij voorkeur. Juryleden in Nederland tellen dan hardop ‘eenentwintig, tweeëntwintig’.

Er was een tijd dat Van Gelder zijn houding langer dan twee tellen aanhield. Hij kan het zich nog herinneren, zegt hij na afloop in de arena. Het maakte altijd veel indruk op juryleden. Maar nu, ‘nu is dat veel moeilijker’. ‘Drie, vier seconden aanhouden, dat was mijn uitgangspunt. Maar het is onmogelijk elk element drie tot vier seconden aan te houden. Omdat de oefening veel zwaarder is dan een paar jaar geleden.’

Schouderblessure
De oefening die hij dient te kunnen dromen, hij geeft het maar eerlijk toe, zit nog niet helemaal in zijn systeem. In juni gleed hij uit op straat en liep een schouderblessure op. Hij was zes weken uit training. Pas sinds een week of drie kan hij nu weer de dingen doen die hij wil. De oefening aan ringen, de lichtste uit zijn kostelijke repertoire, turnde hij zaterdag pas voor de vierde keer. Drie keer op training, bij FlikFlak in Den Bosch, en nu voor de eerste keer in een wedstrijdsituatie.

‘Ik weet dat ik het kan. Want ik kan het in training ook’, zegt hij.

Hij probeert uitleg te geven over de Mislukking van Macerata, al weigert hij te vluchten in excuses. Hij deed iets fout, punt uit. Van fouten moet hij leren, dat is de stellingname die hij sinds zijn dopinggeval bij zich draagt. Op naar Gent, de wereldbeker, daar moet alles op zijn pootjes terecht komen.

‘Want deze fout ga ik nooit meer maken’, zegt de turner die achtste wordt in het klassement van de ringen. Van de Nederlanders zijn Jeffrey Wammes, Melvin Ornek en Anthony van Assche beter dan Van Gelder.

Dit had een knaller moeten zijn, zegt zijn coach Van Bokhoven. ‘Het is geen gelukt optreden geworden’, oordeelt hij zuinig.

Zijn pupil begint weer een beetje tot leven te komen aan de kant. ‘Ik ben sterk, ik was echt supersterk. De kracht is er. Daar gaat ’t om. Ik ben nog steeds zelfverzekerd. Ik weet dat ik ’t kan.’ Dan zichzelf toesprekend: ‘Van Gelder gaat dit volgende week rechtzetten.’

Meer over