Van Galen komt thuis in de Tobbe

Van het Natatorium in Peking naar de Tobbe in Gouda: Robin van Galen beleeft een week van uitersten...

Van onze verslaggeefster Noor Tonkens

Als Robin van Galen de kantine van Donk binnenkomt, met een cameraploeg in zijn kielzog, staat iedereen op om hem te zoenen. Donk is een echte Hollandse sportvereniging, met broodjes kaas en een pot warme koffie achter de bar. Van Galen is er kind aan huis.

Hij is krap een dag terug uit Peking, maar dinsdagavond meldt Van Galen zich gewoon bij zwembad de Tobbe in Gouda. De scheidende bondscoach die op de Olympische Spelen met zijn waterpolosters goud won, start zijn werk als coach van de mannen van Widex GZC Donk.

De glimlach die sinds de gewonnen finale op zijn gezicht staat gebeiteld, is nog niet weg. Maar de twinkeling in zijn ogen begint het langzaam af te leggen tegen de vermoeidheid.

‘Hebben jullie een beetje genoten?’, vraagt hij in het clubhuis. ‘Genoten? Ik sta nog steeds te trillen’, zegt een vrouw.

Lachend bekijkt Van Galen de poster die net ter ere van de ster van het olympisch team is opgehangen, clubheldin Daniëlle de Bruijn. De Bruijn, gouden medaille om de nek, is er ook, maar trainen is er voor haar voorlopig niet bij. Ze speelde in Peking met een gescheurde kruisband.

GoudDaantje is de kop op de poster boven een foto van De Bruijn. In de olympische finale nam ze zeven van de negen doelpunten voor haar rekening.

‘Eigenlijk moet ze voortaan maar met cap nummer zeven zwemmen. Zeven doelpunten, wie verzint zoiets?’ Op de poster aan de andere wand is het moment vastgelegd dat Van Galen na het wegtikken van de laatste seconden van de finale met zijn staf het water indook.

Als hij het rondje door de kantine heeft gemaakt, gaat de deur naar het zwembad open. Daar staat zijn nieuwe selectie, keurig op een rij, in zwembroek. ‘Het is geen receptie hè jongens’, roept de coach. Er wordt geklapt en gejoeld en Van Galen krijgt van iedereen een knuffel.

Het is waarschijnlijkst de kleinste huldiging die hij deze dagen meemaakt, maar het raakt hem zichtbaar. ‘Het voelt als thuiskomen’, zegt hij.

‘Het is een grote omschakeling, maar ook een leuke. Je komt net van een podium waar miljarden mensen naar kijken en nu zit je weer in een familiaire omgeving. Ik heb deze club altijd een warm hart toegedragen. Ik ben hier begonnen als trainer en ik heb het ook aan deze club te danken dat ik het hoogst haalbare heb bereikt. De cirkel is rond.’

De Tobbe is bepaald geen Natatorium, het imposante zwembad waar Van Galen de afgelopen weken vertoefde met zijn team. In Gouda warmen de mannen op naast het pierebad.

Terwijl ze inzwemmen, krijgt Van Galen de sleutels van de ballenkast overhandigd. Bij Donk heeft hij geen staf van elf man meer om zich heen. ‘Dat was natuurlijk fantastisch, maar het aansturen van elf man kost ook een hoop energie.’

Spijt heeft Van Galen niet van het besluit – dat hij trouwens al voor Peking nam – om de bond te verlaten. Hij gaat met Donk proberen het landskampioenschap, dat vorig seizoen voor het eerst in meer dan vijftig jaar werd binnengehaald, te prolongeren.

‘Het gaat mij om de uitdaging, of dat nou het halen van de Spelen is of het meespelen om de landstitel. Ik heb een half jaar geleden met mijn volle verstand de beslissing genomen om te stoppen als bondscoach. Ik wilde vooral meer tijd doorbrengen met mijn gezin, nooit wetende natuurlijk dat we goud zouden halen. Dat is een ultieme droom die is uitgekomen.’

Op het eerste gezicht kost de omschakeling Van Galen geen moeite. Tevreden en op zijn gemak loopt hij rond het zwembad. Hij kent de spelers en dus is een voorzichtige kennismaking met de nieuwe coach overbodig. ‘Als ik ouwehoer, ouwehoer jij niet, ja?’

Meer over