Columnpaul onkenhout

Van Gaal, Peter R. de Vries en de hete aardappel

null Beeld
Paul Onkenhout

Toen koning Willem-Alexander vorig jaar werd bekritiseerd omdat hij in de ‘Oranjestraat’ in Den Haag ginnegappend en handenschuddend de geldende anderhalvemeterregels totaal had genegeerd, was er op tv een man die het voor hem opnam: Louis van Gaal. Hij wees er in de talkshow Humberto op dat de koning in Nederland een ‘verbindend element’ is. Hij legde ook uit dat nu eenmaal veel mensen met Willem-Alexander op de foto willen, net zoals met hem trouwens.

De betekenis van de monarchie, asielzoekers, de kabinetsformatie, het coronabeleid, het kabinet-Den Uyl in de vorige eeuw, de ouderenzorg, het verdwijnen van gemeenschapszin, het verschil tussen Portugese en Spaanse wijn, Jesse Klaver, investeringen in Defensie, de Gay Pride, Gert-Jan Segers, de Portugese volksaard, architectuur, Nederland als permissive society, sprinten in de Tour de France: er zijn maar weinig maatschappelijke, sportieve en politieke kwesties waarover Louis van Gaal zich de afgelopen decennia niet heeft uitgesproken.

Dat deed hij steevast zonder een spoor van twijfel. Van Gaal vertrouwt op zijn eigen oordeel en begeeft zich publiekelijk met grote regelmaat op een breed terrein, barstend van het zelfvertrouwen. Bang is hij nooit, behalve als het om Qatar gaat, de op slavernij en olie gefundeerde woestijnstaat waar volgend jaar dankzij grootschalige corruptie de eindronde van het WK wordt gehouden.

Het probleem: Nederland heeft zich geplaatst.

Het probleem van Van Gaal: van hem wordt als bondscoach (en dus als officiële vertegenwoordiger van zijn land) verwacht dat hij zich uitspreekt over deze grootste misstand in de sport sinds 1936 (Olympische Spelen in Berlijn, iets met Hitler).

Maar Van Gaal zegt niks. Het is hem te link. Voor politieke kwesties zijn er ‘andere heren’, zei hij na de zege op Noorwegen. En hup, daar lag de hete aardappel op het bordje van de KNVB. Van Gaal is bang voor zijn eigen woorden en zegt dus maar niks.

Hij ging nog een stap verder. Hij zei dat er overal wel wat is. En dat je, als je het zo bekijkt, nergens meer heen kunt. Het is een redenering die alle lucht uit het debat zuigt en voor mensen die zichzelf vrij willen pleiten en geen moreel kompas hebben ook omgekeerd bruikbaar is: je kunt overal heen, want er is overal wel wat.

Om aan te tonen dat er ook in Nederland wel wat is, refereerde Van Gaal aan de moord op een goede vriend van hem, Peter R. de Vries. Hij wist ook wel dat de aanslag op hem niet te vergelijken is met de mensenrechtensituatie in Qatar, maar hij zei het toch maar even, in een wanhopige poging om te ontsnappen.

Net zoals Louis van Gaal had Peter R. de Vries overal een mening over. Dus toen Beau van Erven Dorens in maart in zijn talkshow met tv-presentator Hélène Hendriks en hoogleraar sport en recht Marjan Olfers over het begin van de WK-kwalificatie sprak, kreeg ook De Vries het woord. Hij zat er toch, hij was uitgenodigd om iets te zeggen over het Marengo-proces.

Of hij een voorstander was van een boycot van het WK, werd aan De Vries gevraagd. Nee, zei hij, hij was van de oude school, hij had nog de overtuiging dat sport verbroedert. En ja, hij wist hoe ouderwets dat klonk, ‘maar zo werkt het wel’.

Waarna hij, op zijn Peter R. de Vries’ en met instemming van Olfers, uitlegde dat aandacht voor de misstanden in Qatar voor veranderingen zal zorgen. Als je helemaal wegblijft, zei hij, zal er helemaal niks ten goede veranderen.

Het betoog was glashelder. Van Gaal zou het gezegd kunnen hebben, maar hij zei niks, hij sloeg op de vlucht en liet iedereen in de steek.

Meer over