Analyse

Van der Poel is in de Tour een snelle leerling

Het was niks op zaterdag, het was alles op zondag: ritwinst en de gele trui. Hoe speelde Mathieu van der Poel dat klaar?

Mathieu van der Poel (r) zondag tijdens de tweede etappe naar Mur de Bretagne. Hij zou die rit winnen en ook de gele trui veroveren. Beeld AFP
Mathieu van der Poel (r) zondag tijdens de tweede etappe naar Mur de Bretagne. Hij zou die rit winnen en ook de gele trui veroveren.Beeld AFP

Hij negeert teleurstellingen

Wie zaterdag na de openingsetappe van de Tour de France Mathieu van der Poel hoofdschuddend en uitgeput over het stuur van zijn fiets zag hangen, had geen stuiver gegeven voor zijn kansen op dag twee. Als 20ste was hij over de streep gekomen, terwijl hij zo vurig had gehoopt op winst en de gele trui. Pakweg 24 uur later lukt het hem wel en staat hij door tranen overmand op het ereschavot.

Volgens vader Adrie is het een ijzersterke karaktertrek van zijn zoon: teleurstellingen hebben geen vat op hem. Als voorbeeld noemt hij het wereldkampioenschap veldrijden in Bieles, Luxemburg, in 2017. Van der Poel reed superieur, totdat een reeks lekke banden hem telkens terug wierp. Rivaal Wout van Aert koos stokoud rubber dat bestand bleek tegen scherp gesteente en zwaaide na afloop met de bloemen. Aan de onbedaarlijke snikpartij van de verliezer kwam die middag geen einde.

De volgende dag vertrok hij volgens zijn vader monter naar Finland, waar hij op uitnodiging van Porsche over bevroren meren ging rijden. Toen hij enkele dagen later weer terugkeerde in het veldritcircuit, was hij wederom ongenaakbaar. Zijn ploeggenoten in de Tour merkten het zondag ook op: Van der Poel oogde ‘s morgens alweer relaxed. Hij nodigde Tadej Pogacar en Primoz Roglic grappend uit gezamenlijk aan te vallen op de eerste van twee beklimmingen van de Muur van Bretagne. Dat bleek enkele uren later toch serieuzer bedoeld dan de Slovenen dachten.

Kanttekening: als hij tijdens de koers geen rol van betekenis kan spelen, wil Van der Poel nog wel eens het hoofd laten hangen. Anoniem meerijden zit niet in zijn systeem.

Hij herstelt tijdens een wedstrijd

Zijn trainers stellen het herhaaldelijk vast: Van der Poel is in staat tijdens wedstrijden te herstellen. Soms lijkt hij zijn eigen graf te graven door vroeg in de aanval te gaan, maar als hij is achterhaald, blijkt dat hij die inspanning niet altijd hoeft te bekopen. Zo won hij in 2018 de NK in Hoogerheide in een sprint met een grote groep, nadat hij op 56 kilometer van de aankomst was weggereden, zich had laten terugzakken en weer uit het peloton was vertrokken, nu met drie anderen. Voorafgaand aan zijn zege in de Amstel Gold Race van 2019 demarreerde hij op de Gulpenerberg, werd opgeslokt en was daarna de grote motor in de jacht op de koplopers Julian Alaphilippe en Jakob Fuglsang.

In Frankrijk ging hij zondag op herhaling. Hij plaatste de tegenstanders voor een raadsel door op de eerste passage van de Mûr diep in de reserves te tasten. Was dit overmoed? Was dit een poging tot revanche op zichzelf, na de deceptie van zaterdag? Het was hem, zo bleek boven, alleen maar om bonificatieseconden te doen. Vervolgens verdween hij enigszins naar achteren om weer op adem te komen. Het was genoeg om later definitief toe te slaan.

Het heeft te maken met zijn gestel. Hij is in staat veel zuurstof tot zich te nemen. Zijn lichaam voert melkzuur snel af. In het veldrijden en op de mountainbike moet hij periodes van hoge intensiteit en sterke tempowisselingen doorstaan. Van der Poel weet er wel raad mee.

Hij leert snel

De debutant in de Tour toont zich een snelle leerling. Zaterdag begon hij aan de slotklim, de Côte de la Fosse aux Loups, op de tweede rang. Hij knokte zich nog naar voren, maar dat kostte hem de puf aan te sluiten bij de weggereden Alaphilippe. Het was een nuttige les. In Frankrijk azen op dit soort hellingen punchers zoals hij op etappezeges tegelijk met klassementsrenners die hun zinnen op tijdwinst hebben gezet. Dat jaagt het tempo in de slotfase vroeg de hoogte in. Deceuninck-Quickstep raasde naar het begin van de klim en lanceerde Alaphilippe al toen hij uit de diepte nog moest opstomen. Pogacar en Roglic waren ook al vertrokken.

Dat moest zondag anders. Dit keer zat hij wel waar hij moest zitten. Hij had vrij zicht op de eerste serieuze aanvallen, die van Nairo Quintana en, daarna, Sonny Colbrelli. Hij reed er bijna berekend naar toe, kalm. Pas nadat hij vaststelde dat niemand anders het aandurfde het initiatief te nemen, ging hij op de pedalen staan en speelde hij, met vertrokken gelaat, alles of niets. Het werd alles.

Hij kreeg de ruimte

Na zijn krachtsexplosie op de Mûr hapte het gros naar adem. Er waren ook renners die Van der Poel de ruimte gaven. Pogacar en Roglic, de nummers een en twee vorig jaar in Frankrijk, hebben beiden in dit stadium nog geen interesse in de gele trui. Die schept energie slurpende verplichtingen. Ze kijken vooral naar elkaar. Zie ook degenen die sterk finishten, onder wie Wilco Kelderman en Bauke Mollema. Ook zij letten op het klassement. Alaphilippe (vijfde) had zijn feestje al een dag eerder gehad.

Zittend en uitblazend op het asfalt kreeg Van der Poel felicitaties van onder anderen de Fransman en de Tourwinnaar. Ziedaar, aanvallers onder elkaar, het slag, weten zij, dat je in ere moet houden.

Meer over