Nieuws

Van der Breggen en Dumoulin geraken tegen de klok op koers

Tom Dumoulin heeft in Emmen voor de vierde keer de Nederlandse titel bij het tijdrijden veroverd. De renner laste eerder dit jaar een pauze in en maakte onlangs zijn rentree in de Ronde van Zwitserland. Van der Breggen greep de titel bij vrouwen.

Tom Dumoulin , de winnaar, tijdens de beklimming van de Muur van Emmen. Beeld Klaas Jan van der Weij
Tom Dumoulin , de winnaar, tijdens de beklimming van de Muur van Emmen.Beeld Klaas Jan van der Weij

Het is niet de gedroomde springplank naar olympische roem, de aanhangwagen die geparkeerd staat in een uithoek van sportpark Meerdijk in Emmen. Maar de kar op klinkers vormt wel degelijk het startpodium voor het Nederlands kampioenschap tijdrijden en dat is deze woensdag een niet te veronachtzamen test aan de vooravond van deelname in Tokio.

Dat is het zeker voor Tom Dumoulin, die na twee tijdritten in de Ronde van Zwitserland - de eerste niet zo overtuigend, de tweede al een stuk beter - in Drenthe op zoek gaat naar verdere progressie. Nogal wat tegenstand van formaat ontbreekt op het parcours van 29,6 kilometer, met onderweg een nieuwe fietsbult in het Drentse landschap, de Muur van Emmen. Stilist Dylan van Baarle bijvoorbeeld laat verstek gaan, specialist Jos van Emden herstelt nog van een zware val in de Giro d’Italia.

Bij de vrouwen zijn het vooral Anna van der Breggen en Annemiek van Vleuten die van elkaar willen weten hoe ze ervoor staan. Vrijwel overal waar zij samen aan de start verschijnen, doen ze mee voor de overwinning en dat zal volgende maand op hun rit tegen de klok in de buurt van de berg Fuji niet anders zijn. Over hun vermoedelijk grootste rivaal, de Amerikaanse Chloé Dygert, tasten beiden in het duister. Na haar tuimeling over de vangrail op het WK vorig jaar in Imola, waarbij ze een diepe snijwond aan haar been opliep, is ze nergens meer op de weg aan de start verschenen.

Meten is weten

Dumoulin is op weg naar de kar als een lichte onrust zich van hem meester maakt: zijn metertje weigert dienst. Een mecanicien van zijn ploeg begint driftig knopjes in te drukken. Meten is weten is meer dan ooit het adagium in het wielrennen. Dan staat hij toch geconcentreerd op het plankier, de ogen gericht op het schermpje aan het stuur.

Na 36.06 passeert hij de finish en is hij voor de vierde keer Nederlands kampioen tijdrijden, waarmee hij met Stef Clement nu recordhouder is. Hij laat Sebastian Langeveld (36.33) en ploeggenoot Koen Bouwman (37.30) ruim achter zich. Het mag dan niet het allergrootste podium zijn, de vreugde over zijn zege na maanden van zelfgekozen retraite en bezinning is er niet minder om. ‘Echt heel mooi. Dit was voor mij een goede tijdrit. Ik zou hier een paar jaar geleden ook heel blij mee zijn geweest.’ De warmte had hem in de laatste van de twee ronden wat parten gespeeld, maar het was juist daar dat hij winst boekte op Langeveld.

Hij bestempelt de zege als een overwinning op zichzelf. In Zwitserland merkte hij gaandeweg dat het beter ging en in Drenthe voelt hij zich al weer vertrouwder op de tijdritfiets. De vermogens gaan ook nog eens de goede kant op. De grootste winst van deze dag is de vaststelling dat hij in staat is gebleken te herstellen van de inspanningen van de afgelopen week. ‘Vorig jaar en deze winter was ik gewoon overtraind. Ik was niet eens vermoeid na een zware inspanning maar gewoon ziek. Na Zwitserland ben ik niet weggezakt. Dat is een goed teken. Ik herken mijn lichaam nu weer. Ik weet het: de basis is nog smal, het ijs is nog dun, het zal misschien nog wel eens minder gaan, maar daar laat ik me niet door afleiden.’ Voordat hij naar Tokio vertrekt heeft hij nog één hoogtestage op zijn programma staan.

Van der Breggen

In een tentje achter de aanhanger zitten Van der Breggen en Van Vleuten voor de start zwijgend tegenover elkaar. De wereldkampioen van 2020 draagt een koelvestje, de wereldkampioen van 2019 heeft een in ijs gedrenkte handdoek om de schouders. Zo’n veertig minuten later zijn de verschillen veel duidelijker dan voorzien. Van der Breggen wint maar weer eens, in 39.58 - het is na haar winst in 2015 haar tweede nationale titel in het tijdrijden. Van Vleuten haalt niet eens het podium, Ellen van Dijk en Lucinda Brand zijn sneller. Ze geeft 53 seconden toe op de winnaar.

Van der Breggen wil er niet te veel conclusies aan verbinden. ‘Een slechte dag hoort bij het tijdrijden. Dat kan ons allemaal overkomen.’ De zege heeft haar wel een goed gevoel gegeven. ‘Als je hier wereldtoppers verslaat, lig je wel op schema.’ Van Vleuten: ‘Ik moet reëel zijn. Het was niet goed vandaag.’ Ze voelde al snel de benen vol lopen. Naar een precieze verklaring is het nog zoeken.

Beiden volgen vanaf volgende week een ander traject naar Tokio. Na de wegrit op het NK van zaterdag op de VAM-berg, rijdt Van der Breggen La Course in Frankrijk en de Giro Rosa in Italië. Ze gaat na een eerder verblijf in de bergen niet meer terug. ‘Na twee hoogtestages ben ik een mentaal wrak. Ik hou ervan veel te koersen.’ Van Vleuten zoekt na het NK weer de Italiaanse Alpen op. Ze wil niet het risico lopen op een blessure in de aanloop naar de Spelen. Vorig jaar brak ze haar pols in de Giro Rosa. Wat ook telt: ‘Ik word beter van trainen. Van wedstrijden rijden gaat mijn niveau omlaag.’

Dumoulin en Langeveld ontmoeten elkaar achter het podium. ‘Goed dat je er weer bent', zegt de winnaar van het zilver. Tijdens de huldiging wordt verderop de aanhanger weggereden, met wat fantasie is het Toms zegekar.

Meer over