COLUMNPeter Winnen

Valverde, een fossiel uit de tijd van de Grote Oorlog, daar waren de jonkies bang voor

null Beeld

Hij kreeg het rugnummer 41 opgespeld. Het was bedoeld als viering. Alejandro Valverde Belmonte – de naam roept de geur op van vers fruit – bracht zijn eenenveertigste verjaardag door met zijn kont op het zadel. Luik-Bastenaken-Luik was de plaats waar het partijtje plaatsvond. Alsof er op die leeftijd geen aangenamer manieren zijn om zo’n dag aan te vallen. Hij droeg geen punthoedje met een elastiekje maar een helm. Typisch Valverde, jezelf uitwonen op je geboortedag.

In januari kondigde hij aan dat dit zijn laatste seizoen zou zijn. Zou het er dan toch van komen? Voelt hij de krachten langzaam tanen? Verminderde elasticiteit van de aderen? Afgevlakte geestdrift? Ik had ergens gelezen dat vorig jaar de Spaanse lockdown hem zwaar was gevallen. De lol ging er vanaf; dag in dag uit op zo’n hometrainer zwoegen gaf toch een mottenballengevoel. Misschien werd het wel tijd om… De gevreesde gedachte sprak hij toen nog niet hardop uit.

Het verbaast me niks als Valverde volgend voorjaar opnieuw aankondigt dat het zijn laatste seizoen zal zijn. En het jaar daarop nog een keer. Hij is zo vergroeid met zijn fiets dat die alleen met hamer en beitel te verwijderen is. Verzadigd lijkt hij me allerminst, ondanks de erelijst die een paar bladzijden lang is. Je kunt er in bladeren.

Luik-Bastenaken-Luik werd niet door hem gewonnen. Maar wat waren ze bang voor hem, de jonkies in de kopgroep. Terecht, dunkt me. Een 41-jarige die de Côte de la Roche aux Faucons overleeft schept sowieso verwarring. En had Valverde zich woensdag in de Waalse Pijl al niet als derde naar boven gehesen op de Muur van Hoei, een steilte welke een eind-twintiger al een hartklem bezorgd?

Ik vroeg me af hoe de jonge gasten tegen een fossiel als Valverde aankijken. Angst hadden ze, maar bestond er ook iets als respect? Of anders: dedain? Ze reden hier wel even in het gezelschap van iemand die de Grote Oorlog had meegemaakt, toen wielrennen nog een zaak was van druïden met helse kruiden en plasma-zakken. Hun medevluchter had voor straf toch twee jaar aan de kant gestaan? Voor zover ik kan nagaan houdt de jonge garde zich niet bezig met de duistere episoden in de geschiedenis want de geschiedenis is, eh nou ja, gewoon de geschiedenis: spannend, maar meer iets voor geschiedkundigen. Eerst zelf maar geschiedenis proberen te worden.

Ik zie Valverde jagen als een jonge god, als iemand waarvoor ook geen geschiedenis bestaat. Altijd heeft hij gezwegen over zijn betrokkenheid bij Operacion Puerto. Zelfs toen op slinkse wijze bewezen werd dat het toch echt zijn bloed was dat in een Madrileense vriezer was aangetroffen herinnerde hij zich niets: een spontane aderverkalking. Ik heb dat zwijgen vaak vervloekt, maar nu ik hem zie opereren tussen allemaal snotneusjes die hij verwekt zou kunnen hebben krijgt het ook weer iets schattigs.

Meer over