Vakbond

CONTRIBUTIE heb ik nooit betaald, een verenigingsblad heb ik nooit gezien, van het bestaan van de club had ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord, maar nu ik kennelijk lid ben van de internationale federatie van wielerjournalisten (kan ook de vakbond van Tour-, Giro- en Vueltajournalisten heten) heb ik meteen een...

De barricaden op! Ontwaakt, alle wielerjournalisten der aarde! En grève!

Je zal mij niet horen beweren dat de Tour-renners het niet zwaar hebben (de holle ogen van Ullrich, gistermiddag net over de meet, zal ik niet licht vergeten) maar voor ons journalisten begint het hier ook met de dag slopender te worden.

Nee, mij hoort u niet over de hotelbedden die mij de laatste tijd hebben doen ontdekken dat ik in wezen een stuk leniger ben dan ik altijd heb gedacht. Kent u trouwens de hotelketen Balladins? Een soort huisjes van bewaring op Franse industrieterreinen. Kan iemand eens een douchegordijn naar onze equipe opsturen? Doet u er dan ook maar haakjes voor de douchekop bij.

Nee, van mij geen onvertogen woord over die malle gendarmes die je voortdurend verordonneren naar tjokvolle parkeerplaatsen door te rijden en dan heel boos zijn als je je auto driedubbel parkeert.

Ik heb pas onlangs ontdekt hoe je het beste stoom kan afblazen naar zo'n blauwhemd-met-zonnebril. Netjes in het Frans beginnen en daarna in de eigen landstaal glimlachend de ene na de andere verwensing naar 's mans hoofd slingeren.

'Alors, merci, au revoir et bon journee a vous, m'sier.'

'Pareil'

En ach, moet ik me druk maken over zo'n merkwaardig type van de Société du Tour de France die ons maandagmiddag in het koude en regenachtige Les Deux Alpes verbood een stokbroodje kaas mee naar de werkplek te nemen, Want Eten Doen Wij Hier In Dit Treurige Ski-oord Altijd Buiten, Monsieur.

Deze regionale gewoonte is welbeschouwd een zegen voor mij: aan de letter n van mijn laptop kleeft nu al dagen achtereen boerenpaté, ergens tussen de y en u zie ik de restanten van een blokje Brie en de shift- en enter-toetsen zijn bij mij verbonden door lekkere, vooral ook goed hechtende bosbessenjam.

(Gut, wat benijd ik ze trouwens, die beroepsgenoten wier taak eruit bestaat de lezers te informeren over culinaire zaken. Zie ze temidden van al die prachtgerechten weer eens opgaan in hun werk, zie ze toch weer eens likkebaardend tikken)

Nee, wat écht erg is: wij van de wielerpers staan er bij de renners niet meer zo goed op.

Jeroen Blijlevens bijvoorbeeld probeerde mij afgelopen weekeinde bij de TVM-rennersbus tegen het asfalt te rijden en het is dat ik dankzij die Franse hotelbedden ineens een stuk leniger ben geworden, want anders..

Pascal Chanteur van de Casinoploeg heeft plotseling een wel erg grote mond voor een kruideniertje. 'Ik praat niet meer met de pers.' Dat komt wat mij betreft dan mooi uit want ik ben hoegenaamd niet geinteresseerd in wat rennertje Chanteur zoal vindt.

Doping maakt meer kapot dan je lief is.

Een van de leukste kanten aan wielrennen is dat de renners zo benaderbaar zijn. De sport leeft op publiciteit. Dat zit er bij de renners al vlot in. Slagerij Van Kempen sponsort een beginner en drukt hem op het hart er toch vooral voor te zorgen dat hij zich ook eens aan een volstrekt nutteloze uitvalspoging waagt (wegens tv-camera) en zeker ook de huis-aan-huisbladen niet vergeet.

Tot op zekere hoogte hebben de renners groot gelijk met hun getier jegens de pers. Als ik de afgelopen dagen een hele horde collegae naar een tv-scherm zag hollen kon ik er vergif op innemen dat er op die tv iets werd gezegd over doping. Kregen we de koers weer in beeld dan droop iedereen verveeld af.

Maar toch, het dreigde de afgelopen dagen een beetje uit de hand te lopen. Daarom richt ik me langs deze weg tot het peloton (renners lezen alles): weer een beetje normaal doen, jongens, want wij hebben een ongelooflijk machtige Intenationale Federatie van Ongedrogeerde In Principe Van Het Cyclisme Houdende Wielerjournalisten.

Marcel van Lieshout

Meer over