InterviewTyrell Malacia

Tyrell Malacia, de groeibriljant van Feyenoord: ‘Dat voetbal wil ik niet de hele tijd in mijn hoofd’

Van verlegen straatvechter tot bouwsteen van Feyenoord, dat strijdt in de halve finales van de Conference League. Tyrell Malacia (22) wordt geprezen door bondscoach Louis van Gaal, zijn club hoopt miljoenen aan hem verdienen. ‘Ik zie mezelf helemaal niet als die profvoetballer.’

Bart Vlietstra
Tyrell Malacia duelleert met Noussair Mazraoui in de thuiswedstrijd van dit seizoen tegen Ajax. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Tyrell Malacia duelleert met Noussair Mazraoui in de thuiswedstrijd van dit seizoen tegen Ajax.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Tyrell Malacia, de vinnig voetballende linksback van Feyenoord en Oranje, houdt van lezen. Waargebeurde verhalen. Misdaadthrillers. Zijn jongenskamer was gevuld met boeken van zijn moeder. Hij leest om in een andere wereld te vertoeven. ‘Ik heb heel erg mijn ontspanning nodig.’

Malacia kijkt amper naar voetbal op tv. Geen voetbalpraatprogramma’s, maar ook geen voetbalwedstrijden. ‘Ik moet dat voetbal niet de hele tijd in mijn hoofd hebben. Dan raak ik het helemaal kwijt. Toen ik jeugdspeler was, keek ik een keer op internet op een fanforum, zag ik wat er werd geschreven over jongens uit het eerste. Alleen maar negativiteit. Is niks voor mij.’

De euforie rond Feyenoord, dat de komende donderdagen de strijd aanbindt met Olympique Marseille om een plek in de finale van de Conference League, krijgt hij daardoor nauwelijks mee. Net zo min als de groeiende hype rond hemzelf. Bondscoach Louis van Gaal hemelde hem op na de recente interland tegen Duitsland (1-1), toen bijna alle andere Oranje-spelers door het ijs zakten. Het was voor de 22-jarige Malacia pas zijn derde interland.

Schuw voor mensenmassa’s

Hij woont in Rotterdam-Zuid, maar schuwt mensenmassa’s. Met de paar vrienden uit de wijk Hillesluis, waar hij opgroeide en waar hij nog graag zijn oma bezoekt, spreekt hij over andere dingen. ‘Mensen met wie ik ben, zeggen: ik vergeet steeds dat jij profvoetballer bent.’

Familie uit Curaçao stuurt alles wat ze over hem zien door, zijn moeder leest alles over hem. ‘Logisch, ik ben haar kind. Maar ik zeg altijd: ik hoef het niet te horen. Ik zie mezelf helemaal niet als ‘die profvoetballer’. Ik maak er ook geen gebruik van, daar ben ik te verlegen voor.’

Geen tierelantijnen aan zijn lijf, nog geen druppel gel in zijn haar. Onder een afgedragen zwart Adidasjack is een glimp van een Chelsea-shirt zichtbaar, een cadeautje van Chelsea-speler en oud-Ajacied Hakim Ziyech. Malacia wilde een keer kijken bij een wedstrijd in Engeland, kwam via via in contact met Ziyech die hem meteen uitnodigde om een weekeinde bij hem in Londen te verblijven, vervoer en wedstrijdtickets regelde en hem zijn wedstrijdshirt gaf. Glinsterende ogen: ‘Zo ontzettend aardig.’

Bij Feyenoord trekt hij op met generatiegenoot Orkun Kökcü, bij Oranje met de veel oudere Georginio Wijnaldum, evenals Malacia geboren en getogen in een rauwe Rotterdamse buurt. ‘Ik zie veel van mezelf in Georginio terug. Als persoon. Rustig, maar hij weet wat hij wil. Ik ben heel erg op mezelf verder. Veel op mijn kamer.’

Vechten

Er is ook een andere Malacia, die van de straat en van school, alwaar hij zich niets liet vertellen. ‘Was ik het met voetballen op straat ergens niet mee eens, dan was het vechten. Op school hield ik vast aan mijn standpunt, zeker als ik dacht dat er onrecht in het spel was. Werd ik eruit gestuurd.’

Binnen Feyenoord, waar hij al vanaf zijn achtste rondloopt, was hij juist die jongen die nooit wat zei. ‘Ik ging confrontaties uit de weg. Ik wist: als je vecht in de kleedkamer word je weggestuurd. Dat wilde ik per se niet. Dus hield ik mijn mond.’

Hij was nooit het grote talent in de jeugd, eerder een twijfelgeval. Hij nam dus geen risico’s, want van binnen wist dat hij het kon halen; het eerste van Feyenoord, de club van zijn familie, van zijn buurt, van zijn stad. Hij sprak er veel over met zijn oom Tony Pengel, een rapper en coach, die veel talenten begeleidt. ‘Hij zei steeds: bijt meer van je af. Ik zei: komt goed. Maar die ja-en-amenhouding helpt je uiteindelijk niet verder. Het levert frustraties op als je irritaties niet uitspreekt. Mijn spel ging erdoor achteruit.’

Hij kwam bij het eerste op zijn achttiende, werd toen toch weer teruggezet naar Feyenoord onder 19, want een beloftenelftal in de eerste divisie ontbeert Feyenoord. ‘De eerste drie weken had ik het daar heel moeilijk, dat deed wat met me, we speelden niet veel wedstrijden. Ik stond op verschillende posities.’

Geen ideale situatie

Hij dacht er niet aan weg te gaan. ‘Ik vond dat ik nog veel kon leren, ook al was de situatie niet ideaal. Nu zie je jongens van zeventien die al staan te springen om hun debuut te maken. Sommigen willen anders meteen weg of verhuurd worden. Die tijden zijn snel veranderd. Ik vond het al mooi als ik mocht meetrainen.’

Hij moest concurreren met Ridgeciano Haps, die voor 6,5 miljoen van AZ was gekocht. Maar de vorige Feyenoord-coach Dick Advocaat had meer vertrouwen in Malacia. ‘Door dat vertrouwen ben ik wat meer gaan zeggen. We hadden veel discussies op de trainingen. Ik heb ook wel eens gezegd dat ik er niet zo goed tegen kon als de trainer langs de lijn de hele tijd tegen me schreeuwde. Dat heeft hij toen geprobeerd wat minder te doen. Maar dat is moeilijk voor hem, haha. Meneer Advocaat is een geweldige man.’

Malacia is een belangrijke bouwsteen bij Feyenoord geworden. Daar is hij dankbaar voor, want zoveel generatiegenoten vielen af. ‘Laatst zeiden Orkun en ik tegen elkaar: wat is het mooi dat we al zoveel wedstrijden voor Feyenoord 1 hebben gespeeld.’

Hij haalt kracht en inspiratie uit de innige vriendschap met Michel Cornelia die een spierziekte heeft, in een rolstoel zit, maar toch zijn eigen kledinglijn opzette. Hij oogt soms volwassener dan Advocaat of zijn huidige coach Arne Slot tijdens wedstrijden. Die gaan uitgebreid in discussie met scheidsrechters. Malacia draait zich, als hij een vrije trap tegen krijgt, direct om om zijn positie in te nemen. ‘Dat heeft als speler, zeker zonder aanvoerdersband, geen zin, je krijgt de scheidsrechter alleen maar tegen.’

Bevriend met Noa Lang

Hij is zelf soms een coach voor Kökcü en voor Noa Lang, zijn teamgenoot in de jeugd van Feyenoord die nu bij Club Brugge speelt. Kökcü vroeg hij mee naar zijn krachttrainer om sterker en fitter te worden. Lang spreekt hij dagelijks, onder meer over diens temperament. ‘In het begin mocht hij me niet en ik hem niet. Noa was het mannetje, veel excentrieker, maar in de kern echt een lieve jongen. Door de jaren zijn we heel goed geworden met elkaar. Hij moet een balans vinden, want dat temperament is ook zijn kracht. Ik zeg: sommige dingen hoef je niet te zeggen, dat is niet nodig.’

Verlegen of niet; Malacia stelt zijn doelen hoog. Voor dit seizoen: het Nederlands elftal. En nu: het WK. Hij past goed in het 1-3-4-1-2-systeem van Van Gaal als wingback aan de linkerkant. Over zijn clubtoekomst spreekt hij zich niet concreet uit. Op de dag van het interview worden fotoshoots gedaan met Feyenoord-spelers in het tenue voor volgend seizoen. Malacia is er niet voor uitgenodigd.

Grappend: ‘Nou dat is dan duidelijk, ze willen van me af. Serieus: ik snap het als een club geld aan je wil verdienen. Het is mooi als je ziet dat Kongolo, Vilhena en Karsdorp verkocht worden voor een aantal miljoenen. Dat is goed voor de club.’

Van Gaal hamert erop bij zijn spelers dat ze moeten spelen. Bij Feyenoord heeft Malacia die garantie, bij een nieuwe club wellicht niet. ‘Ik weet hoe ik ben. Ik ken de situatie dat ik op de bank kom, dan raak ik niet in paniek en weet dat ik er uiteindelijk toch weer in kom. Dus dat zou me niet afschrikken.’

Geef hem maar een uitdaging, geef hem maar druk. Tegen Ajacieden Neres en Antony speelde hij goed, terwijl die spelers daarvoor werden opgehemeld. ‘Ik ben hier opgegroeid, ik weet hoe belangrijk het is, die wedstrijden tegen Ajax.’

Storing in kop

Antony zei na afloop genoten te hebben van de felle duels met Malacia die zich nimmer liet provoceren. ‘Ik vond het ook mooi, ik heb veel respect voor hem, hij voor mij. Ja, hij grijpt alles aan, er zijn jongens die daarin meegaan, hun kop verliezen, maar daar heb je niets aan. Als ik mijn kop verlies, krijg ik echt een storing. Ik ken die kant van mezelf dus ik moet gewoon koel blijven.’

Het is al een lang en zwaar seizoen voor Malacia. Afgelopen zomer moest hij zich kort na het EK met Jong Oranje van coach Slot al melden bij Feyenoord vanwege de eerste voorronde van de Conference League. Liever had hij wat langer vrij gehad. ‘Heb ik ook tegen de trainer gezegd.’

Nu voelt hij soms de vermoeidheid. ‘Niet eens lichamelijk, vooral mentaal. De trainer gaf aan: tijdens het seizoen krijg je vrij. Maar dat is er niet echt van gekomen, doordat ik international werd en we het zo goed doen in Europa.’

Van Gaal noemde de Conference League een Jut en Jul-competitie. ‘Iedereen weet hoe kritisch hij is. Maar ik merkte al in de poulefase dat er echt een niveauverschil was met de eredivisiewedstrijden. We kregen er vertrouwen van dat we die ploegen toch konden verslaan. En nu in de eindfase zitten er echt grote clubs bij.’

Deze zondag wacht eerst FC Utrecht voor de competitie. Zoals het een voorbeeldige prof betaamt legt hij eerst ‘alle focus daarop’. Dat hij vervolgens zal aantreden tegen Olympique Marseille, de nummer 2 van Frankrijk, imponeert hem niet. Zeer beslist: ‘Ik vind dat we hem nu echt kunnen winnen, die Conference League. Ik vind het mooi dat iedereen zo blij is, omdat het zo lang geleden is dat we zo ver zijn gekomen. Maar ik ben pas tevreden als we hem winnen.’

Meer over