Twentse piramide vraagt veel van paard en ruiter

Merkwaardig is het eigenlijk dat Jan Greven, dierenarts van professie en bij wijze van hobby wedstrijdleider van de military in Boekelo, nog niet op het idee is gekomen om in een van de talloze hospitalitytenten op en rond het crossterrein een congres voor regionale zorgverleners te organiseren....

Van onze verslaggever

BOEKELO

Op zaterdag, de dag van cross-country en steeple-chase, heeft Greven ze allemaal bij de hand in het Twentse paardendorp: EHBO'ers, vrijwilligers van het Rode Kruis, artsen voor paarden, artsen voor mensen, dokters in ambulances, dokters op motoren, traumatologen in een helikopter, anaesthesisten en een heel leger zusters en broeders. Wie van plan zou zijn zich te laten vellen door een najaarsgriep of een been te breken, doet er verstandig aan dat zaterdag in Boekelo te doen.

Snellere en specialistischer eerste-lijnshulp dan daarginds kan niet geboden worden. Greven en anderen die sympathiseren met de military gaan er prat op dat zij niets nalaten om de kleine honderd in Boekelo deelnemende paarden en hun humane ballast een lang en gelukkig leven te garanderen.

Tijdens de open Europese kampioenschappen in Burghley, drie weken geleden, zakten paarden bij bosjes door hun hoeven, maar een herhaling van dat dierenleed is, beweren de Boekelose paardenvrienden, in hun wedstrijd vrijwel uitgesloten. 'We stellen alles in het werk, en we laten daarbij niets aan het toeval over, om de deelnemers en hun dieren een faire wedstrijd te bieden.'

Dat is misschien ook zo en niet weinigen zijn bereid de organisatoren op hun woord te geloven. En tot die niet weinigen behoren niet de geringsten. De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren laat zich nog maar zelden in kritische zin uit over de military en lijkt zich ermee te hebben verzoend dat onder het paarse regime ook voor wat de military betreft een met geen enkel middel te bestrijden mentaliteit van leven en laten leven heerst.

Ynse Kwast, de in military gespecialiseerde inspecteur van de Dierenbescherming, zal zich zaterdag in Boekelo laten feteren, maar hij behoort gelukkig nog niet tot het legioen der sponsors. Een legioen waarin de opvallendste aanwezigen de uitgever van het dagblad De Twentsche Courant Tubantia en de aan de overheid gelieerde stichting Twente Promotie zijn.

Misschien is het een aardig idee voor Kwast om zijn onvermijdelijke zitstok te planten in het gras rondom de negentiende hindernis en aldus gerieflijk zittend dit obstakel, een ontwerp van de onverschrokken parkoersbouwer Han van Amerongen, goed in zich op te nemen. De plek des onheils zal niet te missen zijn.

Het zal er zwart zien van de sensatiezoekers, die in het military-magazine, door De Twentsche Courant Tubantia gedrukt en verspreid in een oplage van 85.150 exemplaren, al lang hebben kunnen lezen waar ze aan hun trekken kunnen komen: in de eindfase van het cross country-traject, niet ver van de plek waar dierenartsen in het zogenoemde arrêt paraat zullen staan om zich te ontfermen over zojuist gefinishte paarden.

Van Amerongen en zijn bouwploeg hebben sinds mei aan de hindernis, D'rop en d'rof geheten, Nedersaksisch voor erop en eraf, gewerkt en het gevaarte mag, dat moet gezegd, er wezen.

D'rop en d'rof, gesponsord door een Twents sloopbedrijf, is een walcombinatie van drieëntwintig meter lang, drie meter breed en op zijn hoogtepunt zeven meter breed. Een piramide, maar dan op zijn Twents.

De paarden en ruiters krijgen hier, zo zegt Van Amerongen in het magazine niet zonder trots, te maken met een razendsnelle opeenvolging van opsprongen, in-uitjes, een aparte hindernis, zijnde een boomstam met een diameter van zeker een meter, op de top en dan weer in-uitjes met afsprongen.

Het is vooral, zegt de parkoersbouwer van dienst, aan deze hindernis te danken dat 'het conditionele vraagstuk in Boekelo een stuk groter wordt dan in voorgaande jaren. Als de ruiters geen rekening houden met deze hindernis en zo dom zijn hun verstand op nul te zetten, dan konden ze hier wel eens hun Waterloo vinden.'

Waar Ynse Kwast komende zaterdag zal verwijlen is duidelijk. En duidelijk is bovendien dat de chef van de dienstdoende dierenartsen extra mankracht zal inzetten bij D'rop en d'rof. Maar ook het opperhoofd van de medische troepen, de Twentse anaesthesist Alko de Groot, zou er verstandig aan doen zoveel mogelijk personeel en liefst ook het traumateam bij deze hindernis te posteren.

Want getrainde paarden zijn vandaag de dag niet op hun achterhoofd gevallen en kijken wel uit om zich door hun menners te laten bezeren. Ze stoppen abrupt bij dreigend gevaar, werpen hun ballast af en gaan daar niet zelden bovenop liggen, met alle menselijke narigheid vandien.

De aanstaande brekebenen mogen zich gelukkig prijzen met een geneesheer als De Groot. De anaesthesist is, zo laat hij in het magazine doorschemeren, op alle calamiteiten voorbereid. 'Bij een ruiter kan het gaan om echte hoge-snelheidsletsels, waarbij je te maken kunt krijgen met de problemetiek van inwendig celebraal letsel. Een paard kan je echt lanceren en dan kan alles kapot zijn.'

Zaterdag, de dag van de cross, de dag van blauwe bulten en celebrale blessures, lijkt toch niet zo'n geschikte dag voor dat medisch congres.

Martien Schurink

Meer over