Tweede huis voor de zomermaanden

nijmegen Het grootste talent in het vrouwencricket is niet beschikbaar voor de nationale ploeg. Floor van den Berg (19) voelt er niets voor international te worden....

Van den Berg is het schoolvoorbeeld van een Nederlandse cricketer. Vanaf haar zesde jaar is het veld van Quick Den Haag in de zomermaanden haar tweede thuis. ‘Het is een kleine familiesport’, zegt ze zaterdag op sportpark De Dennen in Nijmegen. ‘Vrouwencricket is piepklein. Iedereen kent iedereen. Het is een warm, hecht clubje.’

Maar toch niet zo warm en hecht dat de sport groeit en bloeit. Het tegendeel is waar: het is 5 voor 12. De terugloop in het ledenaantal is alarmerend. Tien jaar geleden telde de competitie nog 22 teams, verdeeld over 17 clubs. In de afgelopen competitie waren 11 teams bij 10 clubs actief. ‘Wij slagen er niet in’, zegt Huub Jansen, bestuurslid met de post vrouwencricket, ‘de speelsters vast te houden. Leeftijd, vriendjes, studie, loopbaan, ze haken af en keren niet meer terug. En de toeloop is marginaal. Onbekend maakt onbemind.’

De bond ontwikkelt initiatieven om het vrouwencricket breder te promoten. Zo werd in Nijmegen zaterdag op het veld van Quick 1888 de eerste Final Four in het Twenty/20 voor vrouwen gehouden. Wedstrijden van 20 overs per team die maximaal drie uur duren. Het evenement in Nijmegen verliest veel van haar aantrekkingskracht, omdat alle internationals ontbreken. Die verblijven in Engeland voor een competitiewedstrijd uit de vierde divisie. ‘Een inschattingsfout’, geeft Jansen toe.

In Nijmegen wint Quick Den Haag in de finale van VRA (123 om 61 runs), ook de eindstrijd in het landskampioenschap. De andere twee ploegen schieten schromelijk tekort. Hermes DVS stuurt het tweede elftal, omdat acht speelsters met de nationale ploeg op stap zijn. Quick 1888 is geen hoofd- maar een eersteklasser. VRA moet vier speelsters van Ajax Leiden lenen om een elftal op de been te krijgen en Quick Den Haag neemt een paar jeugdspeelsters mee om het verlies van twee internationals op te vangen.

Het deelnemersveld is geen zuivere afspiegeling van de kracht van het vrouwencricket, bezweert Jansen. ‘Onze top is relatief klein, maar wel sterk. Nederland staat tiende op de wereldranglijst en heeft de status van een permanente ODI (one day international), waardoor ze tegen alle grote landen officiële interlands kunnen spelen. Dat kan onze mannenploeg niet zeggen.’

De nationale ploeg is ook de financiële kurk waarop de sport in Nederland drijft. Door die ranking schenkt de wereldbond ICC jaarlijks een leuk bedrag. Voor het eerst in de historie hoeven de vrouwen dit seizoen geen geld mee te brengen om in het Nederlands elftal te spelen en heeft de bond 30 duizend euro (bijdrage ICC: 20 duizend) gereserveerd voor de vrouwen- en de jeugdploegen.

‘Van het Nederlands team moet meer promotie uitgaan’, vindt Jansen. ‘Wij moeten de internationals meer betrekken bij het geven van clinics op scholen.’ Daarnaast wil hij een alinea in het clubcharter van de top- en hoofdklasse van de mannencompetitie opnemen, waarin die verenigingen verplicht worden een vrouwen- en jeugdteam te hebben. Het aantrekken van de jeugd, is een ander initiatief. ‘Wij zijn begonnen met een selectie van onder de 13 jaar. In de wintermaanden trainen zo’n dertig meisjes in de zaal. We hopen op een natuurlijke doorstroming.’

Toch sluit Jansen de ogen niet voor de marginale belangstelling voor de sport. ‘Cricket zal altijd een familiesport blijven. We zijn bezig de organisatie te herstructureren, maar wonderen moeten daar niet van verwacht worden.’’

Floor van den Berg heeft geen wonder nodig voor haar cricket. Ze wordt zaterdag in de finale topscorer met 42 runs, neemt een wicket als bowler en beschikt over een voor de vrouwen zeldzaam strakke aangooi vanaf de boundary. Meer dan voldoende om uitgeroepen te worden tot beste speelster van het toernooi. Maar de bondscoach hoeft echt niet langs te komen.

Meer over