Trainingskamp (2)

Op kamp met mijn universiteitskarateclub. Om half zeven gaat de wekker. Vrijwel tegelijkertijd wordt er geklopt. Een eerstejaars komt me vertellen dat het tijd is om hard te lopen....

Het is vroeg, het regent en de gezichten staan niet op stoer. Een paar kilometer sukkelen, tot ik er genoeg van krijg en de versnelling erin gooi. Of ze willen niet, of ze zitten er echt doorheen, in elk geval doen ze allemaal of ze zich stuk lopen. Intussen komen we de ene sportclub na de andere tegen. Het zint me niet dat de meeste harder blijken te rennen dan wij. In de zomer en in het voorjaar gaan alle sportclubs van de Japanse universiteiten op kamp. Daar wordt getraind, daar wordt de etiquette erin gestampt. En welke sport ze ook beoefenen, in de vroege ochtend gaan ze hardlopen.

Terug bij de herberg. Cooling-down. Ik zeg dat ik nog even doorrek, maar dat iedereen kan doen wat hij wil. Een kleine misrekening. Zolang ik doorga met rekken, komt niemand van zijn plaats. Maar zodra ik mijn hielen licht, sprinten de jongerejaars weg om de tafel te gaan dekken. Het door mij veroorzaakte oponthoud lijkt het schema in het honderd te sturen. Als ik in het vervolg nog wat wil rekken, doe ik dat dus na eerst naar binnen te zijn geweest, zodat iedereen zijn taken kan uitvoeren.

Nu loopt er een eerstejaars mee om mij naar mijn kamer te begeleiden. Wanneer ik zeg dat hij maar gewoon moet doen en lekker naar zijn eigen kamer gaan, trekt er een schaduw over zijn gezicht. Later hoor ik hoe hij beneden op zijn flikker krijgt van een ouderejaars omdat hij mij zomaar aan mijn lot heeft overgelaten. Les geleerd: niet proberen de vaste patronen te doorbreken.

In de avond neem ik de hele vermoeide troep op avondwandeling. Het plenst nog steeds. Regentijd. Maar de vorige avond had ik vuurvliegjes gezien en de stadskinderen kennen die enkel nog van de literatuur op de middelbare school. Toen ik er tijdens het eten over vertelde, kwamen ze zowaar in beweging. Dat wilden ze dan weleens zien.

Gelukkig stopt de regen tien minuten, net lang genoeg om de geelgroene vlammetjes te voorschijn te laten komen. Gezucht en verrukking alom. Maar wanneer ik ook nog een grote nachtvlinder wil tonen die op mij is komen zitten, blijkt dat te veel. De meisjes en ook een aantal jongens rennen weg. Bah, nachtvlinders, eng. Een vliegend hert-achtige kever doet het beter en brengt de kinderjaren terug bij de jongens. Wauw, die is wel vijfduizend yen waard, verzuchten ze wanneer er eentje rond een lantaarnpaal vliegt.

Weer in de herberg komen ook de rolpatronen weer terug. Die neem ik maar voor lief.

Dit is aflevering 16 van een serie over Japan.

Meer over