Ton Liefaardhoogleraar kinderrechten

Topturnen voor kinderen staat op gespannen voet met kinderrechten

Topturnen voor kinderen staat op gespannen voet met kinderrechten. Dat zegt Ton Liefaard, hoogleraar kinderrechten aan de Universiteit Leiden. Dit weekeinde beginnen in Japan de WK turnen en vraagt Liefaard zich af of intensief turnen op zo’n jonge leeftijd wenselijk is in Nederland. ‘De gezonde ontwikkeling van kinderen staat bij turnen op het spel.’

Ton Liefaard, hoogleraar kinderrechten.  Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Ton Liefaard, hoogleraar kinderrechten.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Wie goed kan turnen, traint op zijn 10de al twintig uur per week in Nederland. Dat wordt dertig uur in de tienertijd, als de grootste talenten vanaf 12 à 13 jaar naar een opleidingscentrum van de turnbond KNGU doorstromen. De turnbond, met 300 duizend leden de vierde sportbond van Nederland, ziet ruim honderd sporters die via sportprogramma’s voor de absolute top gaan.

Bij kinderen die zoveel uur per week trainen, komt het recht op spel, rust en vrije tijd in het gedrang, zegt Liefaard. ‘In het kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties zijn die rechten vastgelegd. Daar wordt altijd een beetje lacherig over gedaan, maar het is een fundamenteel recht van kinderen om dingen niet te hoeven doen en om eigen keuzes te maken in de vrijetijdsbesteding. Even niet naar de sportclub of muziekles te hoeven, je te kunnen vervelen of met je vriendjes rond te kunnen hangen. Dat recht is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen en kan in het geding komen op het moment dat je zo intensief sport.’

Op weg naar de wereldtop waren medailles lange tijd belangrijker dan het welzijn van sporters. Nederland boekte de afgelopen twee decennia grote turnsuccessen door talenten op te leiden in een uit het voormalige Oostblok gekopieerde, harde leerschool. Met meldingen over fysiek geweld, vernederingen en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag werd lang niets gedaan, tot turntrainer Gerrit Beltman vorig jaar in de media vertelde hoe hij turnsters had mishandeld.

Oud-sporters kampen jaren later nog met psychische schade door wat hun is aangedaan, zoals angststoornissen. Ook fysiek komen kinderen vaak niet ongeschonden uit hun turnperiode. Ze blijven kleiner doordat de turnsport zoveel energie vergt. Meisjes worden niet of veel later ongesteld, waardoor hun ontwikkeling tot volwassen vrouw verstoord raakt. En vele talenten haken af met blessures, die soms chronisch zijn. Voor elke Epke Zonderland, zijn er tientallen afhakers.

In het kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties staat dat kinderen recht hebben op een gezonde, harmonieuze ontwikkeling. Kan dat wel als je als kind 20 uur per week in een turnhal zit?

‘Het recht op een gezonde, harmonieuze ontwikkeling is één van de kernbeginselen van het kinderrechtenverdrag. Tegelijkertijd laat het recht ruimte voor interpretatie. Wat is goed voor kinderen en wat niet? Als het vele trainen directe gevolgen heeft voor jouw gezondheid en ontwikkeling, is dat reden tot zorg. Wat als je bijvoorbeeld niet ongesteld wordt, omdat je zo veel traint?

‘Als je stelselmatig vernederd wordt, is dat niet alleen in strijd met je recht om te worden beschermd tegen geweld, het staat dat ook in de weg van het ontplooien van je persoonlijkheid. Turnen verschilt daarin van andere sporten omdat er op hele jonge leeftijd al veel uur wordt getraind. Dat kan problematisch zijn, zeker in de omstandigheden waarin dat in het verleden gebeurde. Je moet je afvragen of een tienerlichaam het wel aan kan wat er wordt gevraagd in de hal. Adolescenten zijn supersterk. In die fase kan veel. Maar voor jonge kinderen is dat anders. En wat doet het voor de geest? Ook op de langere termijn.’

Kinderen mogen geen 20 tot 30 uur per week werken, maar een topsportprogramma heeft veel weg van werk. Er zijn trainers die zich gedragen als bazen en een sportkoepel als NOCNSF die op basis van prestaties geld verstrekt. Kun je topturnen voor kinderen zien als een vorm van kinderarbeid?

‘Het is strikt genomen geen werk. Er is geen directe werkrelatie of contract. Dat kan wel gaan spelen als je bijvoorbeeld als jonge voetballer een contract gaat tekenen bij een sportclub. Dan wordt er een tegenprestatie van je verwacht.’

‘De vergelijking met kinderarbeid is wel een interessante gedachte. Je komt pas in de hoek van mogelijke uitbuiting als ouders hun kinderen in een sportcarrière pushen met het doel dat het geld kan opleveren. Dat zie je momenteel ook bij hele jonge influencers waarmee grof geld wordt verdiend. Dat is een vorm van economische exploitatie.

‘Er is altijd die belangrijk vraag: wat wil het kind zelf? Sport is natuurlijk niet verkeerd en je talent benutten ook niet. Maar heb je nog wel gezonde ontwikkelingskansen? Als sport te dominant wordt, gaat het knellen. Daarom zeggen we bij normale arbeid ook dat er tot een bepaalde leeftijd helemaal niet wordt gewerkt, of alleen onder bepaalde condities. Bij turnen gaat het om hoe je traint en in welke omstandigheden. Er zijn terecht zorgen over het topsportklimaat en de druk die op kinderen wordt uitgeoefend vanuit volwassenen.’

Past topturnen nog wel bij de Nederlandse manier waarop naar opvoeding van kinderen wordt gekeken?

‘We kijken nu met een andere bril naar de rechten van kinderen dan vroeger. We stellen ons steeds meer de vraag wat we met kinderen doen. Kan iemand zijn talent ontplooien wetende dat je de competitie op hoog niveau aan moet willen gaan? Dat hoeft niet op een onmenselijke manier te gebeuren. Er zijn ook trainers die dat op een pedagogisch verantwoorde manier doen. Je moet altijd vragen of het kind nog wel wil en open staan voor de signalen die kinderen afgeven. Als er zo’n enorme druk om een kind is gebouwd door ouders en trainers dat een kind zich niet meer vrij voelt daar iets anders van te vinden, ben je niet goed bezig. Dat is wel een zorg die ik heb. Is die vrijheid er nog wel?’

Meer over