Nieuws

Tony van Diepen is niet tevreden met alleen maar de olympische estafette

De estafetteploegen op de 4x400m plaatsten zich dit weekend voor de Spelen van Tokio. Vreemde eend in de bijt is Tony van Diepen. ‘Ik zie mezelf als een 800-meterloper met een goede 400 in de benen.’

Tony van Diepen (rechts) op weg naar de zege met de Nederlandse estafetteploeg op de 4x400m op de WK estafette afgelopen weekend in Chorzov. De ploeg plaatste zich voor de Spelen. Beeld Hollandse Hoogte / SIPA Press
Tony van Diepen (rechts) op weg naar de zege met de Nederlandse estafetteploeg op de 4x400m op de WK estafette afgelopen weekend in Chorzov. De ploeg plaatste zich voor de Spelen.Beeld Hollandse Hoogte / SIPA Press

Hij was in twee Nederlandse estafetteteams tijdens de WK Relays in Polen het afgelopen weekeinde als slotloper de blikvanger. Tony van Diepen (25) uit Heerhugowaard leek zich zaterdagavond op de 4x400 meter gemengd op een ontspannen sukkeldrafje naar de finish te begeven. De voorsprong leek groot genoeg, plaatsing voor de finale was verzekerd en daarmee was het ticket voor de Olympische Spelen in Tokio binnen. Eenmaal voorbij de streep zakte hij kermend ineen, met kramp in de hamstrings.

Een dag later, op de 4x400 meter mannen, sloeg hij met een versnelling in de laatste 150 meter een indrukwekkende kloof met de achtervolgers. Waar Nederland doorgaans is veroordeeld tot bijrollen in deze discipline, greep Van Diepen met Liemarvin Bonevacia, Jochem Dobber en Ramsey Angela het goud; een passend vervolg op hun EK-titel indoor, begin maart.

Van Diepen, terugblikkend: ‘Op zaterdag had ik al een zware 400 met de mannen in de benen. Na vijftig minuten stond ik weer op de baan. Op de laatste 150 meter voelde ik de kramp opzetten. Ik begon me lichtelijk zorgen te maken. Hoe langzaam kon ik gaan om nog als eerste te eindigen? Door één harde pas kan het erin schieten en sta je ineens stil. Dan konden we de Spelen vergeten. Als je terugkijkt, lijkt het inderdaad of ik aan het uitlopen ben. Maar je kunt aan mijn techniek zien dat ik op mijn hakken land. Zo voorkom je de spanning op de hamstrings. Gelukkig lag ik ver genoeg voor.’

Vastbijten

‘Op zondagavond was het ijskoud, ik vreesde dat de kramp weer zou terugkeren. Ik heb niet de volle honderd procent gegeven, het was een gecontroleerde race. Eerst heb ik enkele tegenstanders opzettelijk voorbij laten gaan. Het is voor mij ideaal als ik kan achtervolgen, me vastbijten. Ik weet het, het is misschien een risico, maar ik vertrouw op mijn kwaliteiten. Mijn vorm was goed, ik kwam net van een trainingskamp in Namibië, op 1600 meter hoogte. Waar ik op rekende, gebeurde: iedereen valt stil, ik loop door.’

Van Diepen is in het estafetteteam de vreemde eend in de bijt. Waar de anderen zich rekenen tot het sprintersgilde, voelt hij vooral affiniteit met de 800 meter - niet voor niets is zijn Twitternaam Tony2Laps. De dubbele afstand biedt meer mogelijkheden voor tactisch spel: positie kiezen, inhouden, reageren op gebeurtenissen; het zijn de elementen waar hij van houdt.

Er is ook een prozaïsche reden. ‘De absolute wereldtop op de 400 meter gaat in Tokio 43-ers lopen. Dat zal me nooit lukken, de Europese top is het maximaal haalbare. Op de 800 meter maak ik meer kans, een finale in Tokio moet mogelijk zijn, al moet ik me nog wel kwalificeren. Dat gaat zeker lukken. Ik zie mezelf als een 800 meterloper met een goede 400 in de benen.’ Hij maakt geen geheim van zijn voorkeur: als zijn deelname in Tokio beperkt blijft tot de estafette, beschouwt hij het olympisch seizoen als ‘niet geslaagd’.

Stokoverdracht

Het maakt zijn drijfveer voor het onderdeel met de stokoverdracht er niet minder op. ‘Op de estafette heb je ook dat gedrang in één baan. Je kunt veel goedmaken in de race. Ik kijk goed hoe het zit, ik kijk naar de schermen, ik kijk naar links, ik kijk naar rechts. Als ik het stokje krijg, staat mijn strategie vast.’

Hij hecht aan de chemie in de groep, met Bonevacia als de grote motivator vlak voor de wedstrijden. ‘Liemarvin pept dan iedereen op en daarmee ook zichzelf. De laatste successen versterken de onderlinge band nog verder. We zetten elkaar onder druk, we houden elkaar scherp, maar willen ook dat iedereen zich thuis voelt.’ Dat hij in vergelijking met de anderen minder samen traint, is volgens hem geen bezwaar. ‘Iedereen is bezig zijn eigen kracht verder te ontwikkelen.’ In overleg met zijn coach Grete Koens, gespecialiseerd in middellange en lange afstanden, is de laatste maanden het accent gelegd op duurtrainingen. Het levert volgens hem ook op de estafette rendement op. ‘Ik ben sneller geworden en kan tegelijkertijd zo lopen dat ik op het eind altijd nog wat over heb.’

Familieaangelegenheid

Zijn opleiding tot atleet was eerst een familieaangelegenheid. Zijn overgrootvader Ab Oorthuis - in 2018 op 93-jarige leeftijd overleden - nam hem al als 6-jarige bij atletiekvereniging Hera in Heerhugowaard onder de vleugels. Oma Hennie Winkel en moeder Bianca namen het over. Zijn jongere broer en zus sloten als pupillen aan. Vader Ron was zelf een langeafstandsloper. Zo nam hij in 1996 deel aan de WK Cross in Zuid-Afrika.

Toen Van Diepen als junior ineens grote vooruitgang boekte, nodigde bondscoach Koens hem uit eens te komen trainen. ‘Het begon als misverstand. Grete wilde dat ik eens op proef kwam, ik dacht dat ik meteen kon blijven. Ik zei: dit is wat ik wil. Daar zat ik dan, als 16-jarige op Papendal.’

Op zijn eigen website staat dat hij tegen betaling trainingsschema’s aanbiedt en sponsoren zoekt om zijn sportbeoefening te bekostigen. ‘Dat is outdated, intussen. Sinds eind vorig jaar heb ik de A-status, ik ben nu prof. Het is geen vetpot, maar ik kan me nu helemaal focussen op mijn sport. Het belang daarvan wordt nogal eens onderschat. Ik heb nu rust in het hoofd.’

Wat bedoelde Grete Koens toen ze vorig jaar zei dat hij zijn ‘beroepsernst nog wat moest ontwikkelen’? ‘Ah, ja! Dat klopte wel een beetje, toen. Ik ben niet altijd een modelatleet geweest. Een duurloopje skippen als ik geen zin had, toch maar naar dat verjaardagsfeestje gaan, veel gamen. Ik ben nu veel beter in staat die verleidingen te weerstaan. Het is een leerproces geweest. Wat echt telt, is de lange termijn. Titels halen. Daar droom ik van. Knallen in Tokio.’