Titel voor springveer uit Japan

Het ging bij de WK kunstrijden vooraf alleen maar over de zesde wereldtitel van Michelle Kwan. Als de Amerikaanse sportvrouw van het jaar die unieke zesde praal zou veroveren, zou zij dan dé grote beslissing bekend maken, om door te gaan tot en met de Olympische Spelen van Turijn?...

Zaterdagavond, na de lange kür, mocht Kwan in de Duitse Westfalenhalle van alles uitleggen, over hoe zij de allerlaatste 6.0 uit de geschiedenis had ervaren, hoe zeer zij geschrokken was van de halfnaakte schaatser voor haar kür. Maar het grote verhaal kwam uit de bescheiden mond van de Japanse wereldkampioene Shizuka Arakawa.

De 22-jarige Aziatische was vooraf nadrukkelijk over het hoofd gezien. Gezaghebbende Amerikanen besteedden geen aandacht aan haar. Alleen op Eurosport bleef Joan Haanappel al na oefening één (van drie) volhouden dat Arakawa de beste was en met de juiste waardering de wereldtitel zou veroveren.

Arakawa deed als door de ex-kampioene voorspeld en sloeg toe met een vlekkeloze demonstratie op de tonen van Puccini's Turandot. Ze werd de derde Japanse uit de geschiedenis die als wereldkampioene kunstrijden gehuldigd werd. Midori Ito maakte het schaatsland in 1989 voor het eerst trots, vijf jaar later gevolgd door Yuka Sato.

Tot Dortmund was het in het Japanse kamp over anderen gegaan: over de bronzen-medaillewinnares van 2002 en 2003, Fumie Suguri, die bij de nationale kampioenschappen was verslagen door de 16-jarige Miki Ando. Die demonstreerde in 2002 als eerste vrouw de viervoudige Salchow en werd twee weken geleden in Den Haag ook wereldkampioene bij de junioren.

Arakawa was in diezelfde dagen juist van trainer gewisseld. Ze was vorig jaar, bij de WK in Washington, achtste geworden. Het was voor het eerst sinds 1998 dat zij zich bij een wereldtitelstrijd had vertoond. Toen werd ze 22ste, daarna leek haar carrière te verzanden.

In de Amerikaanse handen van Richard Callaghan, de trainer van Jenny Kirk in Michigan, leefde het springwonder geheel op. Maar de Japanse bond vond het niet genoeg en zag er heil in om Arakawa onder te brengen bij de legende Tatjana Tarasova, in Connecticut.

De blonde madam in haar bontjas, van origineel Russische makelij, drukte de flinke Shizuka (1.66 liefst) zaterdag theatraal doch liefdevol tegen de borst. De Japanse deed dat waartoe de pupil met wie Tarasova in december brak, de Amerikaanse Sasha Cohen, uiteindelijk niet in staat bleek.

Cohen en Tarasova gingen uit elkaar, omdat de gezondheid van Tarasova - hartklachten - het niet zou toelaten van vliegtuig in vliegtuig te stappen. Cohen, pas 19, moest op zoek naar een nieuwe trainer en vond Robin Wagner, de man achter olympisch kampioen 1998 Tara Lipinski.

De samenwerking leek bevorderlijk. Cohen leidde zelfs na het korte programma van vrijdag, maar in de zwaarst tellende finale-kür verdween de wereldtitel snel uit zicht. De eerste beoogde triple-triple sprong van Cohen werd een halverwege mislukte poging.

Arakawa, eerder gestart, begon met een drievoudige en een tweevoudige combinatie, ze maakte veertien omwentelingen in de lucht in de eerste dertig seconden. Ze reed daarna als op een wolk. Het zwaar gebandageerde linkerbeen leek haar niet te deren bij de vele sprongen. Zeven drievoudige jumps liet ze noteren. Ze kreeg één 6.0, de voorlaatste uit de geschiedenis, voor haar techniek.

De allerlaatste 6.0 - in juni beslist de ISU over een nieuw jureringssysteem, de Code of Points CoP - was voor Michelle Kwan. Na vrijdag was duidelijk dat de vijfvoudige wereldkampioene niet haar zesde zou winnen.

Kwan was door een matige voorronde en een tijdsoverschrijding van twee seconden (0.1 aftrek) in de tweede ronde op de vierde plaats beland. Ze schoof toch op naar brons, achter Arakawa en Cohen maar vóór de jonge Ando. De aflossing van de wacht lijkt aan de orde.

Meer over