NK schaatsen

Thomas Krol twijfelde even, maar kan ‘godzijdank’ nog steeds winnen

Kjeld Nuis ( voorgrond ) volgt de wedstrijd van Thomas Krol ( boven ) die op deze 1500 meter Nuis verslaat en de afstand zal winnen. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Kjeld Nuis ( voorgrond ) volgt de wedstrijd van Thomas Krol ( boven ) die op deze 1500 meter Nuis verslaat en de afstand zal winnen.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Thomas Krol wisselt op de 1.500 meter al jaren stuivertje met Kjeld Nuis. Vorig jaar won Krol de belangrijke titels, maar in de aanloop naar de Spelen in Beijing sloegen ook al de twijfels toe.

Dirk Jacob Nieuwboer

Je zou kunnen denken dat het precies andersom was afgelopen. Dat niet Thomas Krol, maar Kjeld Nuis de 1.500 meter op de NK afstanden had gewonnen. Na zijn race liep Nuis rond met een brede grijns, tevreden vertelde hij over zijn tijd en zijn vorm. Even later beschreef winnaar Krol juist uitgebreid wat er de laatste tijd allemaal had tegengezeten. Dat hij had gewonnen, leek hij nog niet helemaal te kunnen geloven.

Krol wisselt op de 1.500 meter al jaren stuivertje met Nuis, die in 2018 olympisch kampioen werd op de afstand. Ook op de Spelen in Beijing zou het wel eens tussen deze twee om goud kunnen gaan. Krol reed vorig jaar ijzersterk; hij werd niet alleen nationaal kampioen, maar pakte ook de wereldtitel.

‘Maar dat is alweer acht maanden geleden’, relativeerde de winnaar. Met een tijd van 1.44,27 was hij zaterdag 0,26 sneller dan Nuis. ‘Het is gewoon elk jaar weer spannend of je het weer kunt laten zien.’

Zelfvertrouwen

De laatste weken had Krol het moeilijk gehad. Technisch liep het niet, hij had een virusje en hij had veel last van een ouwe kwaal, zijn rechterheup. ‘Daar moet echt soms drie keer per dag aan getrokken worden. Die moet dan opgerekt worden, gemanipuleerd. Ik kan niet zeggen dat ik hier met veel zelfvertrouwen ben begonnen.’

Pas de afgelopen week ging het weer wat beter. ‘Ik merkte dat ik technisch steeds beter begon te schaatsen.’ Sinds een paar dagen was zijn heup ook weer soepel. ‘Het is zeker nog niet top, maar ik dit is een enorme opsteker. Ik kan het godzijdank nog.’

Verliezer Nuis baalde heus dat hij had verloren. Voor de laatste bocht lag hij qua tijd nog nipt voor. ‘Ik dacht: ik heb ’m, maar hij schaatste zo netjes door. In de laatste tweehonderd meter heb ik mezelf echt de das omgedaan. Ik kwam met m’n reet omhoog, ik trapte naar achteren.’

Maar verder was hij ‘echt wel trots’ op zijn niveau. ‘Ik ben gewoon heel blij met mijn vorm.’ En, één ding wist hij zeker: als hij direct tegen Krol had geschaatst, dan had hij wel gewonnen. ‘Als ik dan voorlig op 1.100 meter, dan trek ik die rit naar me toe, zeker weten. Ik heb nog nooit rechtstreeks van hem verloren en dat ben ik ook niet van plan.’

Uitstraling

De twee verschillen in karakter en zeker ook in uitstraling. Nuis is in zijn voorkomen de stereotype sprinter: explosief en energiek, altijd druk in de weer. Krol oogt eerder verlegen, denkt even na voordat hij antwoord geeft, hij put kracht uit vastigheden.

Het chagrijn was eigenlijk al een beetje begonnen in de zomer, legde hij uit. Een jaar eerder had hij al zijn pr’s aan flarden gefietst. ‘Dat was zo absurd, nu ging het voor mijn gevoel minder en dan ga je het automatisch associëren met: rij ik dan ook minder hard?’

En dan is het ook nog een olympisch seizoen. ‘Als het dan net niet helemaal 100 procent gaat in het begin, dan ga je meteen alle doemscenario’s er wel bij halen. Ben ik nou echt minder? Waarom uitgerekend dit jaar? O, nou verneuk ik straks weer mijn Spelen, voor de derde keer op rij.’

Krol (29) kwam voor Sotsji 0,06 tekort om zich te plaatsen en in 2018 verloor hij zijn plek op de 1.000 aan de geblesseerde Kai Verbij. De selectiecommissie gaf hem op basis van eerdere prestaties het voordeel van de twijfel.

1.000 meter

Verbij pakte zondag op de 1.000 meter met een tijd van 1.07,69 de nationale titel. Krol was 0,17 seconde langzamer en eindigde als derde. Ook Hein Otterspeer (1:07.82) bleef hem nog voor, maar hij was wel sneller dan Nuis die vierde werd met een tijd van 1.07,88.

‘Ik had natuurlijk graag gewonnen’, zei Krol na die race. Vorig jaar had hij nog goud, maar het brons bracht hem niet meer van zijn stuk. ‘Dit is een ongekend niveau, ik denk dat het nog nooit vertoond is op de 1.000 meter. En ik schaatste vandaag alweer beter dan gisteren, ik heb de lijn omhoog gewoon te pakken.’

Straks in december komt de echte test: het olympisch kwalificatietoernooi waar de tickets voor Beijing moeten worden verdiend. ‘Vier jaar geleden reed ik op het OKT 1.07,6’, zei Nuis. ‘Daar ben ik nog ik maar 0,2 van verwijderd en daar heb ik nog een paar maandjes voor. Ik zie het wel rooskleurig in, ik vind het wel leuk dit.’

Leerdam pakt met baanrecord ook titel op 1.000 meter

Nadat ze vrijdag al de 500 meter had gewonnen, pakte Jutta Leerdam ook op de 1.000 meter de nationale titel. Haar tijd van 1.13,15 was bovendien goed voor een nieuw baanrecord. Ze was 0,09 sneller dan de oude snelste tijd van de Amerikaanse Brittany Bowe.

Leerdam, die ook in de twee vorige jaren kampioen werd, reed in haar rit tegen haar belangrijkste concurrent Femke Kok. Zij reed met 1.14,16 meer dan een seconde langzamer. Ireen Wüst finishte als derde met een tijd van 1.14,42.

Ook Marrit Fledderus (vierde in 1.14,70) en nummer vijf Antoinette de Jong (1.14,76) plaatsen zich nog voor de wereldbekerwedstrijden. Leerdam liet zaterdag op de 1.500 meter ook al zien dat ze in vorm was. Na 1.100 meter was ze toen het snelst, uiteindelijk pakte ze brons.

Meer over