Thijssen verdiend winnaar in Bijlmer

Het laatste weekeinde van augustus eindigde in Amsterdam Zuid-Oost het derde internationale Bijlmer-toernooi. De eerste prijs ging verrassend naar Kees Thijssen, die met 13 uit 9 zijn naaste belager Ndiaga Samb precies één punt vóór bleef....

Dat was hìerom verrassend, omdat traditiegetrouw ook wereldkampioen Alexander Schwarzman tot de deelnemers behoorde. Maar anders dan bij de eerste twee edities, die Schwarzman beide met groot vertoon van macht op zijn naam had geschreven, kon de Moskoviet het Bijlmer-toernooi ditmaal nìet naar zijn hand zetten.

In de eerste toernooihelft liet hij meer remises aantekenen dan hij gewoon is, en na zijn sensationele nederlaag in de zesde ronde tegen Samb (die de lezer inmiddels tot tweemaal toe heeft kunnen bewonderen...) was Schwarzman praktisch uitgeschakeld voor de eerste plaats. Alleen een wonderbaarlijke eindsprint van 6 uit 3 had de wereldkampioen toen nog kunnen redden. Maar Schwarzman bleef steken op een op zich niet onknappe 5 uit 3 (Thijssen wist hem in de spannende slotronde op het nippertje van de winst af te houden) en eindigde daardoor op een met Hans Jansen gedeelde derde plaats.

Hoewel ook tweede prijswinnaar Ndiaga Samb de toernooizege door niemand zou zijn misgund (de smaakmaker van het toernooi had aan zijn laatste twee remise-partijen tegen Jansen en Sjtsjogoljev drie, mogelijk zelfs vier punten kunnen overhouden!), was Thijssens triomf zeker niet onverdiend.

Op het moment namelijk dat Samb met 7 uit 4 nog fier aan de leiding ging, won Thijssen het onderlinge duel op even fraaie als overtuigende wijze. Daarna bouwde Thijssen, die al eerder in het toernooi oud-wereldkampioen Sjtsjogoljev had verslagen, zijn plusscore verder uit ten koste van Chmiel en Sakidin. Een - zoals gezegd - zwaarbevochten puntendeling tegen Schwarzman op de slotdag van het toernooi was voldoende om de (broze) voorsprong intact te houden.

Hieronder de winstpartij die Kees Thijssen, in het eerste Bijlmer-toernooi (november 1997) overigens al tweede prijswinnaar achter Schwarzman, in zekere zin de toernooizege bezorgde, en daarmee het belangrijkste succes uit zijn carrière totnutoe. Ik doel uiteraard op zijn duel uit de vijfde ronde tegen Ndiaga Samb.

Ndiaga Samb-Thijssen

(Bijlmer-toernooi 1999)

1.32-28 17-21 2.31-26 11-17

Via een omweggetje komt de Roozenburg-variant op het bord. Als altijd kiest de Senegalees voor de zogeheten Russische bestrijdingswijze, waarbij wit al vroeg het basisstuk 49 in de strijd werpt:

3.38-32 18-22

In een mooie partij tegen wereldkampioene Zoja Goloebjeva (Huissen 1995) was Thijssen eens succesvol met de opsluitingsvariant 3...7-11 4.37-31 19-23 5.28x19 14x23 6.31-27 23-28 enz. Maar Samb is Goloebjeva niet.

4.43-38 7-11 5.49-43 13-18

Thijssen ziet wijselijk af van de partie-Bonnard die met 5...1-7 6.37-31 21-27 7.32x21 16x27 8.42-37 11-16 9.37-32 16-21 op het bord had kunnen komen: zelfs Gantwarg moest dat avontuur, in zijn tweede duel met Samb tijdens het toernooi van Leeuwarden 1998, met een hardhandige nederlaag bekopen!

6.37-31 9-13

En ook tot 6...21-27 7.32x21 16x27 8.42-37!? 19-23 9.28x19 14x23 10.47-42 9-13 en nu òf 10.33-29, òf 10.34-29 23x34 11.39x30 enz., voelt de zwartspeler zich klaarblijkelijk niet aangetrokken.

7.41-37 1-7 8.47-41

Een merkwaardige zet. Nu zwart toch niet meer van plan was 21-27x27 dóór te zetten, was er immers geen doorslaggevende reden meer om een opstelling met 47-41 te prefereren boven een opstelling met 46-41. Juist in combinatie met het scherpe vervolg waarvoor beide spelers straks zullen kiezen, trekt de tekstzet een loodzware wissel op de witte stand.

8...4-9 9.34-30 20-25 10.30-24 19x30 11.35x24 14-20 12.39-34 20x29 13.34x23 18x29 14.33x24 22x33 15.38x29

Het behoeft nauwelijks betoog dat in deze stelling schijf 46 beter op veld 49 (onder meer Gantwarg-Clerc, 14e matchpartij WK 1985, en Schotanus-Krajenbrink, NK 1989) had kunnen staan. Maar ook met 46 op 47 hebben de witspelers in het verleden goede zaken gedaan; daarbij denk ik bijvoorbeeld aan een oude, nimmer gepubliceerde partij Sijbrands-Ottink 1979, alsook aan een door Foerman gewonnen partij tegen Schwarzman uit het EK 1992.

De onderhavige versie daarentegen is vrijwel onbekend.

15...10-14 16.43-38 12-18 17.31-27 7-12!

En natuurlijk niet te gretig 17...8-12?? wegens 18.29-23! en 19.27-22 +.

Na de tekstzet vormt 19...2-7!, 20...18-22 en 22...14-19 enz. een serieuze dreiging, zodat wit veld 33 niet langer kan mijden:

18.38-33 5-10! 19.36-31 2-7! 20.42-38 14-20!

Pas nu schijf 33 de pas is afgesneden, bezet zwart veld 20. Vanzelfsprekend was het nog te vroeg voor 20...18-22? 21.27x18 12x34 22.40x29 14-19?? wegens 23.33-28! en 24.29-24! enz. met dam op 5.

21.29-23 Inderdaad de enige parade tegen de dreiging 21...10-14 en 22...18-22 enz. met schijfwinst.

21...18x29 22.33-28 29-34! 23.40x29 10-14!

Met 3 op 2, 31 nog op 36 en 46 op 42, is deze zelfde stand ook voorgekomen in de partij M. Wiering-Wiersma, clubcompetitie 1992/'93. Omdat een aanval op 24 faalt op het damzetje (25.)29-23! en 26.28-22 +, had Wiersma geen betere optie dan met 23...9-14 24.48-43 25-30 25.24x35 17-22 26.27x9 14x3 27.26x17 11x24 naar een gelijkwaardige stelling af te wikkelen.

Onder de gegeven omstandigheden echter lukt het zwart wèl om de vijandelijke voorpost op de korrel te nemen en, met behulp van een kleine combinatieve dreiging, de zet 28-23 af te dwingen.

24.45-40 14-19 25.40-35 19x30 26.35x24 9-14

Zie diagram

27.28-23

Gedwongen, want 27.44-40(?) 14-19! 28.40-35(??) 19x30 29.35x24 had op slag verloren door 29...17-22! +.

27...13-18!

Hiermee serveert Thijssen de pointe van het zwarte spel uit: door de dreiging 28...18-22! en 29...21-27 + wordt wit verplicht zijn eerste voorpost af te ruilen, waarna diezelfde dreiging zijn tweede voorpost vroeg of laat noodlottig wordt.

28.24-19 25-30! 29.19x10 15x4 30.44-40 20-25!

Voordat zwart kan toeslaan met 18-22 en 21-27 enz., zal eerst veld 9 moeten worden gedicht. Maar ook diende wit de gelegenheid te worden ontnomen schijf 23 middels de 2x2 terugruil 31.40-34 en 32.29-24 enz. in veiligheid te brengen. Vandaar de tekstzet.

31.41-36

Niet beter is 31.40-35 3-9! 32.35x24 18-22! 33.27x18 21-27 en zwart komt altijd een schijf vóór, hoe wit ook slaat.

Met de tekstzet speculeert wit nog op 31...3-9(?) 32.27-22(!) enz. met dam op 3, maar Thijssen geeft geen krimp:

31...30-35! 32.40-34 3-9!

Nu pas.

33.50-44

Vlecht de grootscheepse terugtocht 34.44-40!, 35.34-30 en 37.27-22 enz. in de stand. Maar wit komt een zet te laat:

33...18-22!

Nu werkelijk alle noodzakelijke voorbereidingen zijn getroffen, gaat zwart incasseren.

34.27x18 21-27 35.31x22 17x19

Met schijfwinst. De rest van de partij spreekt voor zich.

36.32-27 12x23 37.29x18 8-12 38.38-33 12x23 39.37-31 19-24 40.48-43 25-30(!)

Zwart wisselt zijn plusschijf in voor een doorbraak naar dam.

41.34x25 23-29 42.33-28 29-34 43.28-23 34-40 44.44-39 40-45

En in deze kansloze stelling overschreed Samb de bedenktijd.

Van de kant van Thijssen een regelrechte topprestatie! Het feit dat zijn tegenstander in de openingsfase niet de meest logische opstelling innam, doet daar weinig of niets aan af.

Als gevolg van een betreurenswaardig misverstand stond vorige week op deze plek een rubriek die enkele weken geleden ook al was geplaatst. Onze excuses aan de lezers en de auteur.

Meer over