Texaanse reuzen dompelen New York in rouw

Aan de toverachtige gedrevenheid van New York Knicks kwam zaterdagmorgen een einde, toen San Antonio Spurs te lang, te goed en te vastberaden bleek....

Toeslaan in het hol van de leeuw heeft iets onwezenlijks. Spelers en technische staf van San Antonio Spurs sprongen en dansten na de adembenemende ontknoping losbandig in het rond, terwijl bijna twintigduizend Knicks-fans en hun uitgebluste helden verstomd toekeken.

De verslagenheid duurde maar tien seconden. Toen vulde Madison Square Garden met een ovationeel applaus voor de thuisploeg, die na een slap regulier seizoen elke sportieve wet aan zijn laars had gelapt totdat het onvermijdelijke moment zich aandiende. Er bleek toch nog een betere tegenstander.

Als achtste en laatste had New York de nacompetitie bereikt. Algemeen directeur Grunfeld was eerder wegens de onheilspellende resultaten ontslagen, hoofdcoach Jeff van Gundy leek hetzelfde lot beschoren. In de halve finales verdween sleutelspeler Patrick Ewing met een gescheurde achillespees aan de kant.

De tegenslag werkte harmoniserend, hetgeen opmerkelijk was voor de Knicks, die er vaak de gewoonte van maken om zich vingerwijzend in te dekken voor genadeloze kritiek in de New-Yorkse pers. Spelers als Latrell Sprewell, Allan Houston en Marcus Camby namen gezamenlijk hun verantwoordelijkheid en zorgden voor enkele sprookjesachtige weken.

Twee weinig feeërieke reuzen uit San Antonio voorkwamen de gedroomde climax. Tim Duncan en David Robinson vormden een onneembare vesting, die de sleutel was voor het succes van de Spurs. Luisterend naar Twin Towers, ontleend aan de twee wolkenkrabbers in het financiële district van New York, scoorde het tweetal onverstoorbaar.

Duncan (23) ontpopte zich tot de grote ster van de NBA-finales en werd dan ook tot 'meest waardevolle speler' uitgeroepen. Hij produceerde in de eindstrijd gemiddeld 27,4 punten en pakte veertien rebounds. In de vijfde partij maakte Duncan 31 punten, waar tegenstander Sprewell 35 punten tegenover stelde.

Laatstgenoemde slaagde er in de laatste 2,1 seconden niet in om alsnog een zesde wedstrijd af te dwingen. Sprewell en Duncan zijn elkaars tegenpolen. Sprewell kwam vorig jaar negatief in het nieuws toen hij als werknemer van Golden State Warriors zijn coach Carlessimo mishandelde. Na een lange schorsing vond hij in New York eerherstel.

Zijn slechte imago zal Sprewell blijven achtervolgen, waar Duncan juist geen vlieg kwaad kan doen. Hij is de braafheid zelve, al zullen zijn directe tegenstanders op het veld daar wellicht iets anders over denken. Met een stoïcijnse kilte en ogenschijnlijke eenvoud maakt hij korte metten met elke oppositie.

Afkomstig van de Maagdeneilanden heeft Duncan naam gemaakt als onverstoorbare pilaar onder de basket. Geen spektakel, geen emotie; effectiviteit en soberte zijn belangrijker. Dat relatieve charisma blijkt aan te slaan op een moment dat de NBA wordt bedreigd door opgezwollen ego's en individuele hoogstandjes.

Iedereen in de basketbalwereld wil Michael Jordan zijn. De virtuoos van Chicago Bulls reeg zes titels en lucratieve sponsorcontracten aaneen, en sinds zijn pensionering eerder dit jaar is het een gedrang van jewelste. Een tweede Jordan is er echter niet, en iedere potentiële opvolger vergaloppeert zich aan onnodig egoïsme.

Duncan geldt nu als het veelbelovende gezicht van 's werelds sterkste en rijkste basketballeague. Onbaatzuchtig, zoals zijn voorbeeldige samenwerking met David 'The Admiral' Robinson heeft aangetoond. Maar vooral gezegend met talent, dat razendsnel is gerijpt. En zijn saaiheid? Ach, wie wint, hoeft dat niet van de hoogste wolkenkrabber te schreeuwen. Daar zal zelfs de NBA aan moeten wennen.

Meer over