Tennis

DE commentaarverbinding tussen Roland Garros en Hilversum is verbroken, en ik heb het niet gemerkt...

Allicht niet.

Wat heeft een televisiecommentator in godsnaam te zoeken bij een sport als tennis?

Wie de regels van het spel niet zou kennen, begrijpt ze na tien minuten kijken. Na elk gemaakt punt hoor je een scheidsrechter omroepen hoeveel het staat, en voor wie zijn talen niet zou beheersen, verschijnt onder in beeld telkens de cijfercombinatie die de stand bevestigt en die zelfs voor een principieel ontleesde geen geheimen kan bevatten.

Er zijn maar een paar geluiden die er toe doen: het ploppen van de bal, de schreeuw van NET! of OUT!, het gejoel of het applaus van de tribunes en het niet zelden dierlijke kreunen van de deelnemers. Het aangename van tennis is eigenlijk dat je niet eens hoeft te kijken om te horen wat er gebeurt. Ik lees er ook vaak bij, wat des te meer voor de hand ligt omdat van de drie uur die een match gemiddeld duurt er zoals bekend nooit meer dan een kwartier reëel wordt gespeeld. En er hoeft niets aan te worden toegevoegd.

Op Belgische, Duitse, Engelse en zelfs Franse zenders hoor ik de verslaggever dikwijls ook minutenlang z'n mond houden. Dat durven zij bij de NOS - van iedereen, voor iedereen - niet aan. Stuur een Nederlandse televisiereporter naar het Concertgebouw, en hij praat een hele symphonie van Bruckner vol.

Waarmee?

Met niks dus.

Ik volgde zaterdag zo'n beetje de viersetter tussen Filip Dewulf en Alex Corretja, en het enige wat de commentator daarbij toelichtte, was de boodschap dat de Belg, als hij zou winnen, de eerste Belg ooit zou zijn die de kwartfinales van een grandslamtoernooi bereikte. Hij zei dat niet één keer, hij zei het

twintig keer, ik lieg trouwens, hij zei het vijftig keer. Binnen een uur. Dus ongeveer een keer per minuut. Toen Dewulf zijn matchpunt inderdaad had gemaakt, zei de verslaggever: 'En daarmee is Dewulf de eerste Belg ooit die de kwartfinale van een grandslamtoernooi heeft bereikt.'

Maar goed. Gisteren is de commentaarverbinding tussen Parijs en Hilversum verbroken, ik merk niks en soes wat weg bij de soundtrack van ploppen, outen, applauzen en kreunen - en schrik me ineens een ongeluk bij de stem van Heinze Bakker die duizend excuses begint af te roepen omdat we hem een poosje hebben gemist, en zich vervolgens verplicht voelt om uit te leggen wat we gemist hebben, wat natuurlijk onzin is, want ik heb het punt voor punt met m'n eigen oren kunnen zien.

'Nul-DERtig', herhaalt Heinze wat ik ook zelf op het scherm kan lezen, en hij zegt het met een onheilstimbre, want hij denkt nog altijd dat iemand die met 0-30 achter staat al bijna de trein naar huis kan nemen. 'Nul-DERtig, terwijl Bruguera een van de twee Spanjaarden is van de achttien waaraan werd begonnen.'

Ik probeer de zin te ontleden.

In beeld verschijnt even de box waarin de Spaanse coach zich met zijn gezelschap bevindt, en Heinze:

'Hier houdt men zich de adem in.'

Bij Studio Sport veronderstellen ze zich dat alle gewone werkwoorden zich vanzelf deftiger worden als je ze je wederkerend hebt gemaakt.

Met z'n hoevelen zouden ze zich daar in Parijs nou wijden aan een bezigheid die strikt genomen volstrekt overbodig is? Sport bij de NOS - dat is in feite het Bosplan van de jaren negentig: een werkverschaffingsproject.

Meteen na de partij tussen Rafter en Krajicek had ik trouwens graag een interview willen zien met onze nationale tennisdrens. Maar dat hadden ze zich nou juist weer gemist.

Meer over