Europees kampioenschap

Tegen olympisch kampioen Frankrijk kan het Nederlandse handbalkarretje maar heel even aanhaken

De Nederlandse handballers zijn de verrassing op het EK. Maar tegen Frankrijk, een handballand bij uitstek, kunnen ze niet meer dan even irriteren, 34-24.

Dirk Jacob Nieuwboer
Nikola Karabatic maakt zich op voor een worp, de Nederlanders Dani Baijens en Samir Benghanem proberen de handballegende uit Frankrijk af te stoppen.  Beeld AFP
Nikola Karabatic maakt zich op voor een worp, de Nederlanders Dani Baijens en Samir Benghanem proberen de handballegende uit Frankrijk af te stoppen.Beeld AFP

De vraag aan Luc Steins voor de wedstrijd tegen Frankrijk was op wie Nederland het meest moest letten. Het duurde even voordat hij klaar was met antwoorden. De topspelers op de hoeken kwamen langs, rechteropbouwer Dika Mem die bij Barcelona de sterren van de hemel speelt, de cirkellopers van de beste teams uit de Champions League en o ja, handballegende Nikola Karabatic natuurlijk. En eigenlijk was hij toen nog niet klaar.

‘Ja, het hele team dus’, lacht de speler van het Franse Paris Saint-Germain. ‘Het is niet zo dat ze afhankelijk zijn van een of twee spelers. Als er eentje minder speelt, kan zijn vervanger ­zomaar de beste van het veld zijn. Maar we gaan alles doen om ons karretje aan te laten haken.’

Heel even leek het erop dat het nog kon lukken ook. Frankrijk liep snel uit naar 5-0, maar werd toen slordig en liet Steins en zijn mannen weer dichterbij komen.

Nederland, de verrassing van het EK door voor het eerst in de geschiedenis de eerste ronde te overleven – was in die fase ronduit een irritante opponent voor de olympische kampioen. Met 12-11 op het scorebord vroeg de Franse coach een time-out aan.

Meteen daarna kwam Nederland zelfs op gelijke hoogte, maar toen was het wel klaar. Ook na de rust was het begin weer zwak. Om de achterstand goed te maken nam Nederland meer risico: in de aanval werd de keeper gewisseld voor een veldspeler om overtal te creëren, maar die tactiek pakte slecht uit. Het verschil liep uit tot 12 doelpunten, de eindstand was 34-24.

Vermoeidheid

Nederland mag dan hebben gestunt op dit EK, daar waren wel drie intensieve wedstrijden voor nodig. Tegen Hongarije, IJsland en Portugal waren de verschillen miniem. Bondscoach Erlingur Richardsson hield zijn belangrijkste spelers dan ook tegen Frankrijk vaker aan de kant dan in eerdere wedstrijden. Zeker toen duidelijk was dat winst er niet meer in zat. Er volgen nog drie wedstrijden. Tegen wereldkampioen Denemarken is verlies ingecalculeerd, maar tegen Kroatië en Montenegro is misschien wel wat mogelijk.

‘We hebben in de poule drie intensieve wedstrijden gespeeld, met heel weinig wisselmogelijkheden’, zegt Steins, ‘Voor ons kost het heel veel energie om met 110, 120 procent het verschil te kunnen maken tegen topploegen. We krijgen steeds meer pijntjes en het energieniveau is misschien niet meer zo hoog als aan het begin van het toernooi.’

Dat is onhandig als je tegen een van de meest succesvolle handballanden van de laatste decennia moet spelen. De laatste keer dat Nederland Frankrijk bij de mannen versloeg was in 1985, in de Haarlemse Handbalweek. Het verschil was minimaal (22-21) en sindsdien is Frankrijk ver uitgelopen.

Groot handballand

Na de eerste internationale medaille, brons op de Olympische Spelen in ­Barcelona in 1992, volgde in 1995 het eerste wereldkampioenschap uit de geschiedenis. Daarna kwamen er nog vijf. Drie keer werd het Frankrijk ook Europees en olympisch kampioen, de laatste keer afgelopen zomer in Tokio.

Het is deels het gevolg van lokale investeringen, ook in sportaccommodaties. Sinds de overname van Paris Saint-Germain door Qatar Sport ­Investment domineert die club ook in het handbal de Franse competitie, maar handbal is en blijft in Frankrijk juist een sport van de provincie. ‘In Parijs spelen we niet in de grootste hal’, zegt PSG-speler Steins. ‘In een stad als Nantes spelen we voor 12 duizend toeschouwers.’

Mede door de successen is het ledenaantal van de Franse handbalfederatie sinds de jaren ’80 ongeveer verdrievoudigd. Zo’n half miljoen Fransen zijn lid van een handbalclub, tien keer zo veel als in Nederland. En waar in Frankrijk de meerderheid van de leden man is, is dat in Nederland precies andersom. Van de 53 duizend leden in 2020 is 16 duizend van het mannelijk geslacht. De Franse handbalvijver is ongeveer twintig keer zo groot als die in Nederland.

Aan de hand van Steins en de andere topper Kay Smits is Nederland boven zich uitgegroeid, maar de grens wordt wel tot het uiterste opgerekt. Sommige internationals werken gewoon veertig uur naast het handbal, zij moesten na de poulefase eerst bellen met hun werkgevers of ze langer in Hongarije konden blijven. En dan zitten er ook nog vier spelers in quarantaine, omdat ze positief zijn getest op corona.

Geen wonder dat het bij Nederland wél te merken is als er vaker gewisseld wordt. Al deed Gerrie Eijlers een dappere poging het tegendeel te bewijzen. Anderhalf jaar geleden stopte hij met handballen, dit toernooi is hij mee als keeperstrainer. Door de positieve test van reservekeeper Dennis Schellekens belandde hij weer in de goal. In de laatste vijf minuten stopte hij nog drie van de vier schoten van de Fransen. Maar toen was het Nederlandse karretje allang afgehaakt.

Meer over