Nieuws

Teambazen hebben goede hoop: nieuwe Formule 1-auto maakt DRS overbodig

Racepuristen moeten er sinds de introductie al niets van weten. De Formule 1 beschouwt het als een noodzakelijk kwaad. Maar DRS, het inhaalfoefje in de koningsklasse om meer spektakel te forceren, zou vanaf volgend jaar zomaar overbodig kunnen zijn.

Een algemeen ontwerp van een Formule 1-auto voor het seizoen 2022. Beeld AP
Een algemeen ontwerp van een Formule 1-auto voor het seizoen 2022.Beeld AP

Althans: dat stellen teambazen Toto Wolff (Mercedes) en Zak Brown (McLaren). ‘Uit alles wat ik hoor, zowel binnen mijn team als daarbuiten, denkt iedereen dat de nieuwe regels zullen werken’, zei Brown deze week tegen racesite Motorsport. Wolff sloot zich in hetzelfde artikel bij die woorden aan.

De reden voor het optimisme van de teambazen? De compleet nieuwe auto’s waarin Max Verstappen en zijn collega’s vanaf volgend seizoen racen. Die bolides wijken op een aantal essentiële punten af van de huidige auto’s, met name als het gaat om grip. Via twee tunnelachtige inkepingen aan de onderkant (de vloer) wordt de auto op het asfalt gezogen, waarmee de lucht die onder het voertuig doorstroomt essentieel wordt voor grip (het grondeffect).

Aerodynamische vleugels

Nu zijn de auto’s voor een groot deel nog afhankelijk van luchtstromen die de auto van bovenaf op het asfalt drukken middels tal van complexe aerodynamische vleugels en gleuven. Een kleine verstoring in de lucht is dan al voldoende voor grip- en snelheidsverlies. Het gevolg is dat coureurs daardoor met moeite vlak achter elkaar kunnen rijden, laat staan inhalen. Zelfs niet als de concurrent aanzienlijk sneller is.

Het was voor de Formule 1 in 2011 reden om DRS te introduceren, oftewel het Drag Reduction System. Daarmee kan een coureur die minder dan een seconde achter een ander rijdt op bepaalde plekken van het circuit met een druk op een knop een deel van de achtervleugel kantelen. Zo vermindert de luchtweerstand, met als resultaat zo’n 12 kilometer per uur extra snelheid.

De inhaalkunstgreep kreeg meteen forse kritiek, voornamelijk van racepuristen die vonden dat DRS het racen kunstmatig maakte. Dik tien jaar later kan het foefje dus mogelijk worden geschrapt.

Coureurs terughoudend

De Formule 1 toonde bij de Britse GP vorige maand een prototype van de nieuwe auto. Daarbij benadrukte de klasse dat de bolide boven alles is ontwikkeld om het racen beter te maken. Uit meer dan 7.500 simulaties blijkt dat het verlies van neerwaartse kracht (lucht die de auto op het asfalt drukt) op tien meter achter een andere auto in 2022 nog zo’n 18 procent is. Dat is nu bijna 50 procent. Het zou op papier betekenen dat de coureurs veel dichter op elkaar kunnen rijden, met als gevolg meer inhaalacties.

De coureurs zelf reageerden enigszins terughoudend, nadat ze op Silverstone rond het prototype hadden geschuifeld. Verstappen benadrukte dat zijn auto er volgend jaar beduidend anders uit zal zien. ‘Dit is gewoon om de mensen een idee te geven van welke kant het ongeveer op gaat, maar wij moeten onze eigen auto ontwerpen’, zei hij.

Verstappen weet als geen ander dat technici van de teams niet onderdoen voor raketgeleerden. Ze zijn bedreven in het vinden van hiaten in regels na grote veranderingen. Eén zo’n vondst zou alle theoretische bespiegelingen al nutteloos kunnen maken.

Teambazen Brown en Wolff vinden het daarom verstandig DRS nog minimaal een jaar te behouden, tot zeker is dat datgene wat is bedacht ook werkt. Brown: ‘Want iedereen denkt in concepten, maar we zullen het pas weten als we het circuit op gaan’.

Meer over