Talenten op wild water stimulans voor kanobond

Helmut Kohl moest er aan te pas komen, ook Valeri Giscard d'Estaing deed zijn best, Anton Geesink gooide zijn gewicht in de strijd....

Van onze verslaggever

Rolf Bos

KAATSHEUVEL/DE EFTELING

Grote teleurstelling bij de Internationale Kano Federatie (ICF), maar na flink wat lobbywerk van de politieke zwaargewichten waren de atleten van het witte water weer welkom. Mits ze echter zelf een deel van de bouwkosten van de kanobaan voor hun rekening zouden nemen.

In het bidbook van Sydney stond het wildwaterkanoën gewoon op het programma, maar toen de Spelen eenmaal aan Australië vergeven waren, bleek men de sport down under liever kwijt dan rijk. Vreemd, want in Barcelona en Atlanta bleek deze vorm van kanoën een van de meest bekeken sporten op de televisie.

De Australiërs klaagden over de kosten. Een speciale baan waarin het water snel stroomt, kost zes miljoen Australische dollars, peanuts op de totale - miljarden - begroting, maar klaarblijkelijk tòch bezwaarlijk. Pas nadat de ICF garant wilde staan voor 300 duizend dollar, de vijf grote kanolanden samen nog eens een half miljoen wilden afdragen en de kleinere landen ook samen nog eens 700 duizend beloofden uit te keren, ging men in Sydney akkoord.

Een bizarre situatie, beaamt ook Jaap van Engers, voorzitter van Bonds Wildwater Wedstrijd Commissie van de NKB, de Nederlandse kanobond. 'Je zou het kunnen vergelijken met de KNVB die flink geld moet betalen voor de bouw van het stadion in Parijs waar volgend jaar de finale van het WK-voetbal wordt gehouden.'

De NKB moet 30 duizend Australische dollar (45 duizend gulden) afdragen voor de bouw van de Olympische baan. In januari worden de eerste tienduizend dollar verwacht.

Op een toch al krappe jaarlijkse begroting van zo'n 80 duizend gulden betekent dat een flinke aanslag, de komende drie jaar. 'Van gericht topsport-beleid kun je dan eigenlijk niet meer spreken', zegt Van Engers. Hoofdsponsor TDK ('aan wie we veel te danken hebben') trok zich terug op het moment dat de Olympische status verloren leek te gaan, een nieuwe sponsor is nog niet gevonden.

De bijdrage aan de aanleg van het Olympische wildwater-tracé vormt een flinke aderlating, maar toch is er bij de NKB niet lang getwijfeld om het geld achter te houden. 'Als we van de Olympische agenda waren verdwenen, dan waren we er nooit meer opgekomen, nu staan we in Athene 2004 weer gewoon op het programma.'

Want juist nu de NKB twee grote talenten heeft die in het ranke vaartuigje hoge ogen gooien, mocht de Olympische status niet verloren gaan. Sam Oud (net 19) is wereldkampioen bij de junioren, Floris Braat (18) werd tweede op dat kampioenschap. Braat werd in augustus in het Poolse Wietrznice bovendien Europees juniorenkampioen.

Gaat de overstap van de juniorenstatus naar het veld van de senioren in de meeste gevallen gepaard met een stevige terugval, bij Oud en Braat is dat niet het geval. Ze varen dit seizoen meteen met de besten mee, terwijl Braat nog niet eens senior is. Bij het recente WK in Brazilië werd hij dertigste, slechts luttele seconden achter de winnaar, Oud vaart bij wereldbekerwedstrijden al binnen de Top-15.

Cor van Weert, topsportcoördinator van de NKB, is er van overtuigd dat het tweetal hoge ogen kan gooien in Sydney. 'Bij de grote kanolanden als Duitsland en Frankrijk zijn er voldoende toppers, maar de aanwas vanuit de jeugd is niet optimaal. Wij hebben zeer getalenteerde junioren met enorme mogelijkheden. Daar zijn ze in die landen jaloers op.'

Slalomkanoërs staan vanaf hun 24ste meestal pas aan de top, Braat is nog lang niet volgroeid, ook Oud bevindt zich nog niet op het fysieke eindpunt. Beiden zitten in de laatste klas van het vwo en richten zich daarnaast op Sydney. Oud: 'Ik baalde flink toen we niet langer Olympisch bleken te zijn, want daar doe je het toch voor.'

Het 'leerproces' werd tijdens het afgelopen WK ingezet, volgend jaar is de EK nabij Praag, waarna in 1999 in het Spaanse Seu d'Urgell tijdens de volgende WK de kwalificatie voor de Spelen van 2000 moet volgen.

Zaterdag, bij de jaarlijkse Nederlandse kampioenschappen op het kunstmatig wild gemaakte water van de Piraña van attractiepark De Efteling, werd Oud Nederlands kampioen. Braat werd derde, achter het al wat oudere talent Maarten Holdrinet, die ook nog kan strijden voor '2000'. Atlanta-gangers Michael Reys (daar nog elfde) en Frits Sins deden niet meer mee, beiden zijn inmiddels gestopt.

Oud was, op het vijfhonderd meter lange parkoers, waarbij de slalomvaarders een 25-tal poortjes moesten passeren, over twee manches net even sneller dan zijn directe concurrenten.

Aan de lichaamsbouw van Oud is te zien, waar het verschil voorlopig zit. Wildwaterkanoën berust op subtiele techniek èn vooral op kracht. Waar Oud al een stevige bundel spieren in het bovenlichaam bezit, moet Braat het voorlopig nog doen met de bouw van een jochie. 'Ik moet van de winter nog veel halteren.'

Meer over