Interview

Talent in de knel door corona: ‘Mijn toekomstbeeld is weg, evenals mijn zelfvertrouwen’

Sportkoepel NOCNSF maakt zich zorgen over de kampioenen van de toekomst, die vaak al bijna een jaar stilliggen door de coronapandemie. Bij velen is een uitgekiende planning ruw verstoord. Drie talenten en hun obstakels.

null Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Jonna Muntjewerff (17) – Zwemmen

Jonna Muntjewerff had afgelopen jaar haar doorbraak willen beleven, maar in plaats daarvan overwoog de talentvolle zwemster een punt te zetten achter haar carrière, nog voordat die goed en wel begonnen was. ‘Ik ben enorm geschrokken hoe erg mijn techniek achteruit is gegaan. Hoe kan ik het gat met de absolute top nu nog dichten?’

Voor de uitbraak van het coronavirus trok Muntjewerff zestien uur per week haar baantjes in het binnenbad van zwemvereniging VZC in Veenendaal. Toen dat iets meer dan een jaar geleden op slot ging, droogden ook de trainingsmogelijkheden van Muntjewerff grotendeels op. Omdat ze niet was aangesloten bij een opleidingscentrum, kreeg ze ondanks haar topsportstatus geen uitzonderingspositie om door te trainen.

Sinds kort ligt ze vier keer per week in een buitenbad in het Gelderse Bennekom. Als alternatief, al is het volgens haar niet te vergelijken met een training in een binnenbad. ‘Mijn lichaam is niet gewend aan de kou, de kans op blessures is veel groter. Ik lig nu in het water om bezig te blijven, niet om beter te worden.’

Muntjewerff heeft het gevoel alsof ze opnieuw moet beginnen. Ineens moet ze bij de borstcrawl weer nadenken hoe ze haar hand in het water steekt. Het zijn details die het verschil maken. Ze schat dat ze op de 100 meter seconden is verloren, een eeuwigheid in een sport waarbij het draait om honderdsten.

Het gat tussen de talenten in de top en subtop is vergroot, vreest Muntjewerff. Ze vraagt zich af of die opgelopen achterstand ooit nog in te halen is. ‘Terwijl ik dit interview geef, zijn mijn concurrenten die trainen bij opleidingscentra bezig om beter te worden. Ik heb geen flauw idee wanneer voor mij het binnenbad weer opengaat.’

De onzekerheid knaagt aan haar mentale gestel. Heeft ze het er straks nog voor over om vier keer per week om vijf uur ’s ochtends in het zwembad te liggen, terwijl ze na een jaar stilstand niet weet waar ze staat? ‘Mijn toekomstbeeld als zwemster is weg, evenals mijn zelfvertrouwen.’

Ze staat naar eigen zeggen voor de grootste inhaalrace in haar carrière, die ze heel zorgvuldig moet opbouwen. ‘Ik heb straks zeker een half jaar nodig om op mijn oude niveau te komen. Als je dan terugrekent, ben ik dadelijk twee jaar kwijt. Ik vraag me af of ik daar ongestraft mee kan wegkomen.’

null Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Calvin Scholten (19) – Voetbal

Als linksbuiten van FC Twente/Heracles Almelo onder 21 jaar leeft Calvin Scholten van passeerbewegingen maken en tegenstanders voorbijspelen. Juist dat heeft hij bijna een seizoen lang niet kunnen doen. ‘Gevoelsmatig ben ik op een aantal vlakken achteruitgegaan.’

Scholten mocht als 19-jarig talent lange tijd niet in groepsverband trainen, laat staan wedstrijden spelen. Hooguit kon hij in twee- of viertallen oefeningen doen op anderhalve meter afstand of onderhield zijn conditie met loopvormen. Vooral mentaal was het een beproeving. Nooit was er een wedstrijd in het vooruitzicht waar hij naartoe kon werken.

Het contrast met een aantal van zijn leeftijdgenoten die wel aan de eerste selecties van Twente en Heracles werden toegevoegd, is groot. Zij konden blijven doortrainen in groepsverband. Al tackelend, duellerend, en passerend, omdat de overheid een uitzondering had gemaakt voor het betaald voetbal.

Scholten had zijn overstap van amateurvereniging HVV Tubantia naar de jeugdopleiding van Twente/Heracles afgelopen zomer anders voorgesteld. Als relatieve laatbloeier weet hij dat zijn tijd beperkt is. ‘Ik wilde dit seizoen gebruiken om te wennen aan het hogere niveau en volgend seizoen mijn naam definitief vestigen, voordat ik de overstap naar het eerste elftal zou maken.’

Door het coronavirus is zijn missie om te slagen als profvoetballer een race tegen de klok geworden. In plaats van twee seizoenen heeft hij nu nog één seizoen om de technische beleidsbepalers bij Twente en Heracles te overtuigen van zijn kwaliteiten. ‘Ik weet dat mijn tijd niet oneindig is.’

Scholten kende in de eerste maanden een vliegende start bij Twente/Heracles, toen er nog competitief gesport mocht worden. Met zes doelpunten en drie assists wist hij de aandacht van Twente-trainer Ron Jans op zich gericht. ‘Ik voelde dat ik naar het vereiste niveau aan het groeien was. Ik heb stappen gemaakt, maar die hadden groter kunnen zijn als ik een seizoen lang normaal had kunnen trainen en spelen.’

Sinds een maand mag hij weer in groepsverband trainen, zonder anderhalve meter afstand te houden. Al is het volgens Scholten nog niet te vergelijken met het ‘oude normaal’ nu de competities nog stilliggen. ‘Als voetballer werk je doordeweeks naar het weekend toe. Leren pieken op het juiste moment is ook onderdeel van je ontwikkeling.’

De tijd haalt Scholten in. ‘Ik weet dat ik de kwaliteiten heb om het betaald voetbal te halen. Alleen moet ik het ook kunnen laten zien aan de club.’

null Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Silvan Bulthuis (18) – Judo

Voor judoka Silvan Bulthuis vormen zijn handen het belangrijkste wapen dat hij heeft. Op de tatami lijkt het te draaien om een spectaculaire schouder- of heupworp, maar daar gaat iets belangrijks aan vooraf: het gevecht om de positie van de handen op het pak van de tegenstander.

Hoe de Nederlands kampioen onder 15 en onder 18 jaar zijn tegenstander vastpakt, bepaalt voor een groot gedeelte de uitkomst van de partij. Pas als hij zijn tegenstander op de goede manier vast heeft, kan het echte gevecht beginnen. Alleen mocht hij het afgelopen jaar geen tegenstander vastpakken.

Bulthuis trainde één keer per week op Papendal en twaalf uur per week bij zijn club in Veendam. Tot het coronavirus een groot deel van de sportwereld platlegde en ook Bulthuis niet meer op Papendal mocht trainen, omdat hij er geen fulltime programma volgt. Terwijl een aantal van zijn concurrenten door kon trainen, was hij veroordeeld tot conditie- en krachtoefeningen thuis.

‘Als judoka moet je je handen onderhouden voor het pakkingsgevecht. Je vingers krijgen behoorlijke optaters te verwerken als een tegenstander zich probeert los te rukken. Mijn handen zijn het niet meer gewend. Ik heb meteen kapotte en bloedende vingers’, zegt Bulthuis, die sinds een maand weer tegenstanders in de buitenlucht tegen de tatami kan werken.

Bulthuis schat dat hij 30 procent heeft ingeleverd als hij praat over het vastpakken van zijn tegenstander. Hoe lang het duurt voordat hij weer op zijn oude niveau zit, durft hij niet te zeggen. Zo is ook onduidelijk wanneer zijn judoschool de deuren weer opent en kan trainen zoals hij deed.

‘Mentaal is het een enorme krachtproef. Op Instagram zie ik mijn concurrenten trainen. Ik gun het ze, maar tegelijk frustreert het me. Ik wil daar ook staan, beter worden. Bovendien mis ik perspectief. Het is een uitdaging een jaar lang gemotiveerd te blijven zonder een stip op de horizon.’

Soms vechten verdriet, boosheid en teleurstelling om voorrang. Hij kan al een jaar lang niet doen, wat hij het liefst doet. Maar hij probeert er ook de positieve kanten van in te zien. Fysiek is hij sterker geworden en in zijn hoofd zit het wel goed, weet hij nu. ‘Stoppen is nooit een optie voor mij geweest. Al is het evident dat het gat naar de absolute top dat ik moet overbruggen alleen maar groter is geworden.’

Het probleem van de volgende generatie

NOCNSF ziet hoe het zorgvuldig uitgestippelde pad op weg naar de top onderbroken wordt. Hoe groot de gevolgen zijn, durft Kayan Bool, prestatiemanager talentontwikkeling bij NOCNSF, niet te zeggen. ‘Maar de kweekvijver wordt kleiner op deze manier.’

Daarbij gaat het niet om de toppers die komende zomer in Tokio moeten schitteren of de oudste talenten daar dicht tegenaan. De zorgen gaan uit naar de talenten in de groep daaronder, die vanwege de sluiting van sporthallen, zwembaden en accommodaties langere periodes niet konden trainen.

Het kabinet maakte vorig jaar een uitzondering voor de topsporters en 690 talenten tussen de vijftien en negentien jaar. Zij konden hun fulltime opleidingsprogramma voortzetten en gebruik blijven maken van de faciliteiten. Maar er is ook een groep talenten dat tussen wal en schip is gevallen en zich zorgen maakt over de toekomst.

‘Wij hebben met de overheid een uitzonderingspositie kunnen creëren voor de talenten die op weg zijn naar de Olympische Spelen van 2024 en 2028’, zegt Kayan. ‘Volgens ons zitten in deze groep de talenten die de meeste kans maken op toekomstig succes. Al zal er altijd een kleine groep omheen hangen die we onvoldoende in beeld hebben of laatbloeiers die de pijn gaan voelen.’

Hoe groot die groep precies is, durft Kayan niet te zeggen. Buiten de toppers en absolute toptalenten om trainen ongeveer vijfduizend talenten onder auspiciën van de bonden. ‘Een groot deel daarvan zal in meer of mindere mate problemen ondervinden of voelen.’

Kayan wil zijn vingers niet branden aan wat de gevolgen op lange termijn zijn. Hij benadrukt dat het nog veel te vroeg is om hele generaties af te schrijven. ‘Daar moeten we echt weg van blijven, we hebben tijd en de kwaliteit om achterstanden in te halen.’

Belangrijker vindt hij dat programma’s optimaal voorbereid zijn zodra er weer meer mogelijk is en er snel weer perspectief komt voor talentvolle sporters. ‘Sporters willen toewerken naar een doel en zich kunnen meten met anderen. Hoe langer dat perspectief uitblijft, hoe moeilijker het is om de motivatie vast te houden.’

Meer over