Tactiek loont bij gratie van afmaker

DIT ARTIKEL zou aanvankelijk alleen gaan over die ene Nederlandse ploeg; de ploeg die zich heeft opgeworpen als kraamkamer, leerschool en podium van het Nederlandse wielrennen; de ploeg die dit seizoen vaak voorin eindigt, maar zelden helemaal voorin....

Bart Jungmann

En hoe dat zou kunnen komen? Maar misschien moet die vraag beantwoord worden aan de hand van die andere Nederlandse ploeg; de ploeg die vorig seizoen door een dopingschandaal een paria in het peloton werd en nu het succesvolste in haar lange reeks van seizoenen beleeft; de ploeg die minder prominent in beeld rijdt, maar wel vaak wint. En hoe dat zou kunnen komen. Adri van Houwelingen (de leider van die ene ploeg) dacht zondag, na afloop van de klassieker Luik-Bastenaken-Luik, nog even terug aan de tweede etappe van Parijs-Nice op 8 maart. Zeven van zijn acht gestarte renners zetten die dag een geweldige ontsnapping op touw.

De rit werd gewonnen door Andrej Tsjmil, een overwinning van een eenling tegen een gigantische overmacht. Markus Zberg werd tweede, Leon van Bon derde. Is niet erg, dacht Van Houwelingen toen. Die dag werd immers het fundament gelegd onder de eindzege van Michael Boogerd. Maar zo'n anderhalve maand later krabde hij zich in Luik nog eens achter de oren, nadat Boogerd en Maarten den Bakker respectievelijk tweede en derde waren geworden achter Frank Vandenbroucke. Die tweede plaats in Luik was al de zestiende van zijn ploeg in het nog jonge seizoen.

Tegenover al die net-niet-klasseringen staan tot nu toe negen overwinningen. Op zich lijkt dat niet eens zo slecht, maar de meeste werden behaald in wedstrijden zonder waarde. Eigenlijk heeft de Raboploeg tot nu toe maar vier keer gewonnen in koersen die er echt toe deden. Bovenaan staat natuurlijk de rittenkoers Parijs-Nice van Boogerd. Daarnaast won hij bergritten in de Ronde van Valencia en in de Ronde van het Baskenland.

Vooral die laatste prestatie mag gezien worden en dat geldt dus ook voor de ritzege die ploeggenoot Koos Moerenhout in dezelfde ronde behaalde. Maar voor een ploeg die zo vaak het gewicht van de koers op zich neemt, zoals dat zo fraai heet, is zo'n erelijst bedenkelijk klein. Zeker als bedacht wordt dat Rabo met het Mapei-blok van Bartoli en Museeuw strijdt om de eerste plaats in het ploegenklassement van de UCI. Reden genoeg dus om vragen te stellen bij de tot nu toe gevolgde ploegentactiek.

Dat gebeurde vooral na de Waalse Pijl, waarin Den Bakker in het gezelschap van Bartoli naar een 99 procent zekere tweede plaats reed. Het probleem bij wielrennen is dat we achteraf allemaal meesterbreinen zijn - dat is trouwens ook de charme van de sport. Eerlijk gezegd lijkt er tactisch niet zoveel mis te gaan. Het zit 'm veeleer in de mensen die de tactiek moeten uitvoeren. Neem de Waalse Pijl. Waarop moest Van Houwelingen mikken nadat Den Bakker onbedoeld met Bartoli voorin terecht was gekomen? Een hergroepering? Nee.

Geen van zijn renners, ook Boogerd niet, was in staat geweest op de Muur van Huy in de buurt van Bartoli te blijven. Bovendien zou dan ook weer een rivaal als Jalabert in stelling zijn gebracht, die dezelfde explosiviteit bezit om Boogerd cs in een venijnig klimmetje te lossen. Boogerd zelf zei na afloop meer te verwachten van Luik-Bastenaken-Luik die langer en slopender is. Maar dat werd hetzelfde verhaal met Vandenbroucke in de rol van Bartoli en Boogerd in de rol van Den Bakker.

De ploeg had in die koers eigenlijk alleen een kans gehad met een demarrage in de aanloop naar de Saint-Nicolas. Werd ook geprobeerd door Aebershold, wilde niet lukken. Tactisch gezien dus ook weinig op aan te merken. Wat wil dat allemaal zeggen op de dag van de Amstel Gold Race, de voorlopig laatste kans om een wereldbekerklassieker te winnen? Rabo ontbeert een afmaker. Leon van Bon zou dat op zich wel kunnen.

Denk aan de negende etappe in de Tour de France van vorig jaar en aan de HEW-Cyclassic in Hamburg. Samen met mogelijk Markus Zberg zou Van Bon de enige zijn in het sterke collectief die de stap van plaats twee naar plaats één kan zetten. Alleen heeft hij de afgelopen weken niet bepaald de indruk gewekt daartoe vandaag in staat te zijn. Juist in dat opzicht verschilt de ene Nederlandse ploeg ook van de andere. TVM heeft met Peter van Petegem en Jeroen Blijlevens wel twee echte afmakers in huis.

Vooral de manier waarop Van Petegem in eigen land de E3-Prijs en de Ronde van Vlaanderen naar zich toe trok was een imponerend staaltje van tactische koelbloedigheid. Met dergelijke renners had de erelijst van de Rabo-ploeg er nu heel anders uitgezien. Zelfs de dit seizoen opvallend sterk rijdende Tristan Hoffman uit de ploeg van Priem had voor die van Raas al veel kunnen betekenen.

Zijn Boogerd en Den Bakker vandaag dan helemaal kansloos? Natuurlijk niet. Maar als zij vandaag winnen, zal dat eerder te danken zijn aan de tekortschietende concurrentie. Ze zijn conditioneel sterk genoeg om iedereen te kunnen uitputten, maar ze hebben geen beslissende krachtsexplosie in huis. Om van hun eindsprint maar te zwijgen. Natuurlijk kan een uitputtingsslag ook lonend zijn.

Het grote voorbeeld daarvan rijdt in dezelfde ploeg: Rolf Srensen. Maar voorlopig lijkt Michael Boogerd nog niet zover. Joop Zoetemelk had er ook al heel wat kilometers opzitten, voordat hij in eendaagse wedstrijden potten kon breken. Mocht het er nooit van komen, is er nog geen man overboord. Michael Boogerd is een een geweldige ronderenner en kan ook in dat opzicht alleen maar beter worden. Over een of twee jaar, als de progressie enigszins voltooid is, moet de veelvraat Boogerd de balans maar eens opmaken en wellicht zijn doelen wat scherper stellen.

Meer over