Strijdend ten onder gaan, dat is het

Wat graag zou de Rabo-ploeg vandaag een favoriet naar voren schuiven voor de zege in de Gold Race. Maar die is er niet; de vorm is er niet bij kopman Boogerd en ook de rest van de formatie kan (nog) niet overtuigen....

door Bart Jungmann en Marcel van Lieshout

DE CONCLUSIE na anderhalf uur praten is bijna onthutsend in haar eenvoud: de Rabo-wielerploeg schiet kwalitatief te kort. Daarom is het onzin om te beweren dat er tactische blunders zijn gemaakt.

En dan te bedenken dat we met die onzin in ons achterhoofd donderdagmorgen helemaal naar Zaltbommel, woonplaats van Adri van Houwelingen, waren getreind. Diens collega Theo de Rooy zou ook komen en onze notitieblokjes stonden vol met cijfers waarmee we de heren eens keihard gingen confronteren. Zoals:

1. De ploeg heeft dit jaar niet meer dan twee overwinningen geboekt: een rit in de Tirreno-Adriatico (Boogerd) en Veenendaal-Veenendaal (De Jongh).

2. In de belangrijkste koersen van het jaar, de vier tot nu toe verreden wereldbekerwedstrijden, was de ploeg een stuk minder prominent dan vorig jaar. Neem Luik-Bastenaken-Luik: in 1999 vier renners bij de eerste tien, nu niet meer dan een achtste plaats (Den Bakker).

3. De afgelopen klassiekers hebben aangetoond dat een zege alleen kan worden behaald door ploegen met een uitgesproken kopman. Rabo is een veelkoppig monster geweest dat steeds te laat was, erger nog: dat steeds achter de feiten aanreed.

'Dat lees ik dus voortdurend', zegt Theo de Rooy. Het is de eerste en de enige keer deze ochtend dat hij zijn stem verheft. 'Maar ik formuleer het liever zo: we hebben ons niet bij de feiten neergelegd. Dat is een heel andere invalshoek. Het eerste suggereert een zekere machteloosheid, alsof we hebben zitten slapen. Maar daarvan is geen sprake geweest.

'We zijn eenvoudigweg op beslissende momenten te kort geschoten. En wat doe je dan als in Gent-Wevelgem de tien besten wegspringen op de Kemmel? Als je er eentje bij hebt zitten en daarachter nog eens vijf man, dan heb je in de finale een superploeg. Maar als die ene niet mee is, dan moeten die vijf zich leeg rijden.

'In Gent-Wevelgem is het nog zo'n zestig kilometer vlak na de Kemmel en dan rijd je voor wat je waard bent. Je neemt je verantwoordelijkheid, ook omdat er nog een reële kans is om dat gat dicht te rijden. Strijdend ten onder gaan, dat is het. Niet verschuilen achter het laffe gedrag van collega's zoals Telekom. Nee, rijden, gewoon rijden. Geen gezeik, geen gedraai. Erop of eronder.'

De opwinding ebt even snel weg als ze is opgekomen. De Rooy wil er nog wel even aan toevoegen een dergelijke strijdvaardigheid altijd van zijn renners te verlangen, niet alleen als er wat gerepareerd moet worden. 'Als we met een ploeg in een koers verschijnen is het met de ambitie om een rol te spelen in het wedstrijdverhaal.'

En als Adri van Houwelingen tegen zijn renners zegt, zoals voor de Waalse Pijl, dat hij ze in elke ontsnapping aanwezig wil zien, is dat volgens dezelfde filosofie. 'Ik heb dat niet gezegd omdat ze daarin tot dan toe gefaald hadden. Het is bedoeld tegen het afwachtende rijden van de anderen. Er zijn nog maar zo weinig ploegen die het initiatief durven te nemen. Er wordt altijd naar een paar ploegen gekeken en een van die ploegen zijn wij.'

Zo strijdvaardig, zo erop of eronder, zal het vandaag in de Amstel Gold Race ook moeten zijn. Net zo min als vorig jaar zal de ploegleiding vooraf een kopman aanwijzen, ook al lijkt dat met de ervaringen in de eerdere klassiekers misschien wel verstandig.

Van Houwelingen: 'Een kopman wijs je niet aan, die dient zich aan.'

De Rooy: 'En het is echt geen garantie voor succes. Men kijkt dan altijd naar de winnaars, maar Rebellin was zondag ook kopman in Luik-Bastenaken-Luik. Hij wint niet.'

Van Houwelingen: 'En wat dacht je van Casagrande? Ook kopman, maar geen winnaar, althans niet in Luik.'

De kritiek op Rabo's tactiek klonk het luidst na afloop van La Doyenne. Maar liefst vier renners reden in een omvangrijke groep achter de koplopers, maar een gecoördineerde reactie bleef uit.

Boogerd en Zberg gingen de hele tijd schuil in de schoot van die groep. Maarten den Bakker probeerde in twee demarrages het gat in z'n eentje te overbruggen. Niki Aebersold verrichtte nog wel wat sleurwerk, maar niemand bood steun. Van enig teamwork leek op dat moment in het geheel geen sprake, laat staan van enige coördinatie.

Van Houwelingen: 'Daar ben ik het niet mee eens. Als je weet dat de vier beste renners van die dag voorop zitten, heeft het weinig zin om een achtervolging te organiseren. Je krijgt dan hetzelfde scenario als in de Ronde van Vlaanderen vorig jaar. De Rabo's reden achter Museeuw, Van Petegem en Vandenbroucke aan. Het gat werd alleen maar groter. We verloren gewoon steeds meer terrein. Dat was zondag ook gebeurd, daar ben ik van overtuigd.

'Er is bovendien een verschil tussen op kop rijden en op kop kúnnen rijden. Zberg was blij dat-ie mee was, bij Boogerd was het beste er ook al af, Aebersold reed maximum en Den Bakker was net teruggepakt. Wat had je dan gekregen? Je had drie mindere renners opgeofferd om jacht te maken op de beste vier van de dag. En de rest zich maar lekker gedeisd houden. Nee, vanaf de Côte de Sprimont was het een verloren koers.'

De Rooy: 'En dan nog: in Luik-Bastenaken-Luik kun je misschien tien kilometer volle bak rijden, maar dan volgt weer een klim waar je weer terrein verliest.'

Van Houwelingen: 'Het had echt niets opgeleverd.'

De Rooy: 'Je was alleen maar een hoop zelfvertrouwen kwijt geraakt.'

In antwoord op de vraag waarom de oogst tot nu toe zo mager is geweest, zou menig voetbaltrainer in hun geval volstaan met één woord: pech. Aart Vierhouten brak zijn sleutelbeen, Erik Dekker brak zijn elleboog, Beat Zberg scheurde een nier, Boogerd ontwrichtte zijn schouder, Van Bon kampte tot begin dit jaar met een onwillige knie en dat is nog maar een greep uit het blessureleed. De Rooy: 'Dan vallen er dus wel een paar cruciale verbindingsstukken weg.'

Maar als algemeen geldend excuus is het Van Houwelingen en hem iets te gemakkelijk. De Rooy: 'In het begin wordt het nog wel gesignaleerd, maar als straks de balans wordt opgemaakt, tellen alleen nog maar de cijfers. Als jammerverhaal werkt het niet meer.'

De ploegleiding beseft zelf bovendien ook wel dat de coureurs die wel schadevrij zijn gebleven, eveneens minder rijden. Van Houwelingen: 'Van Markus Zberg had ik zeker verwacht dat hij in een wereldbekerwedstrijd om de zege zou strijden. Het is er nog niet van gekomen. Den Bakker rijdt goed, vorig jaar was hij uitzonderlijk goed.'

De Rooy: 'Vorig jaar reed er ook een super-Boogerd voor hem uit. Dat doet een hoop voor de psyche van een renner, zeker voor een figuur als Den Bakker.'

Rijst de vraag of de samenstelling van de ploeg wel deugt. De Rooy: 'Wij stellen onszelf die vraag ook wel hoor, elk jaar weer. Het verschil met vorig jaar is dat er geen verschil is. Oké, toen hadden we een sprinter, McEwen, maar wat heeft die nou helemaal gewonnen? We hebben een goede ploeg, maar gaan we er wat mee winnen? Dat is elk jaar toch weer goed gekomen. Toch zo'n dertig, veertig wedstrijden met een paar mooie zeges erbij.'

Als je de budgetten van de grote profploegen vergelijkt, is dat op zich al knap. Met elf miljoen zit Rabo aan de staart van de middenmoot. Mapei, Telekom en ONCE beschikken elk over 22 miljoen. De Rooy: 'Onze middelen zijn beperkt, niet alleen qua budget, maar ook omdat we ons bewust beperken tot de Nederlandse markt. In Italië komen er elk jaar vijftig neo's bij en vijftig tweedejaars vliegen eruit. Gewoon een ladinkje in het diepe gooien en kijken wie het hoofd boven water houdt, dat is lekker makkelijk. Een dergelijke aanpak kunnen wij ons niet veroorloven. We moeten wel heel verantwoord met onze jongeren omspringen.'

MISSCHIEN, oppert Van Houwelingen, was het vorige seizoen wel te goed, in elk geval zo goed dat de verwachtingen voor dit jaar te hoog waren. Met twee klassiekers en de eerste plaats in het ploegenklassement in de wereldbeker kon het eigenlijk alleen maar minder worden.

De Rooy: 'Dat zeg je nou wel, maar er zijn toch mensen geweest, die tegen me zeiden: dit is toch niet zo'n goed seizoen geweest, hè.'

Van Houwelingen: 'Die mensen kijken alleen naar de Tour van vorig jaar.'

De Rooy: 'Ik zeg: pardon. Iets genuanceerder graag.'

Van Houwelingen: 'Wat we nu meemaken is niet te vergelijken met de Tour. Dat was puur slecht. En niemand kan beweren dat ons voorjaar mislukt is, zelfs als we de Amstel Gold Race niet winnen.'

Wat opvalt is de laconieke, bijna koele reactie op de kritiek die eigenlijk al een jaar lang op het duo neerdaalt. Vorig jaar rond deze tijd was Den Bakker een kansloze metgezel geweest van Bartoli in diens race naar de zege in de Waalse Pijl. Vier dagen later konden vier Rabo-renners geen stokje steken voor de overwinning van Vandenbroucke in Luik-Bastenaken-Luik.

Volgde de Tour de France waarin de ploeg collectief faalde en in de Ronde van Nederland zou Den Bakker de zege hebben verspeeld door een reeks tactische missers. En nu wordt beweerd dat Rabo achter de feiten aanrijdt, of laten we zeggen: zich niet neerlegt bij die feiten.

Van Houwelingen: 'En als we een keer winnen, zoals bij het WK veldrijden, is het ook weer niet goed.'

De Rooy: 'Ik laat die kritiek zoveel mogelijk van me afglijden. Eén keer heb ik een Belgische journalist gebeld. Die had na de Ronde van Nederland een stuk geschreven waar de honden geen brood van lustten. Ik heb het hem allemaal rustig uitgelegd en toen bond hij wel een beetje in.'

Van Houwelingen: 'Dit is geen sport die je aan een overwinning kunt afmeten. Als dat zo zou zijn, gaan er elke keer 24 ploegen met een kater naar huis. Het is geen voetbalwedstrijd waarin je wint, verliest of gelijkspeelt.'

Bovendien, zeggen ze allebei, er verandert echt niets als ze zich wel zouden opwinden. Van Houwelingen: 'Zolang de renners doen wat ze moeten doen, is er niets aan de hand.' De Rooy: 'Dit is een geweldige ploeg waarin je niemand iets kunt verwijten.'

Moe worden ze alleen van de aanhoudende vergelijkingen met eerst TVM en nu Farm Frites. De Rooy: 'Die weten zich steeds in de underdogpositie te manoeuvreren. En dan voortdurend roepen dat ze toch maar mooi hebben gewonnen van die andere ploeg.'

Van Houwelingen: 'Dat komt doordat Rabo alom tegenwoordig is. Er kan geen wedstrijd worden georganiseerd of er hangt wel een spandoek.'

De Rooy: 'En dat keert zich tegen ons. Wij zijn van het kapitaal, terwijl het budget echt niet zoveel scheelt. We hebben gewoon een goed functionerend clubje. Dat heeft met kapitaal niets te maken.'

Van Houwelingen: 'Het is het imago van de bank die alles kan regelen, alsof het een of andere hogere macht is.'

Het zou vandaag goed van pas komen als Rabo het voorjaar in één keer kan redden door het 257 kilometer lange labyrinth van Maastricht tot Maastricht winnend af te sluiten.

Het scenario daartoe zal weinig verschillen van vorig jaar toen Markus Zberg in een ideale positie werd gemanoeuvreerd, maar door een verkeerd geparkeerde motor zijn winstkansen in rook zag opgaan. Boogerd redde in een adembenemende sprint met Lance Armstrong de eer.

De Rooy: 'We zijn alleen een stuk minder favoriet. Iedereen praat ons die rol wel aan, maar dat is onzin. Als je de koersen tot nu toe ziet, zijn de andere ploegen kennelijk beter. Dat zelfvertrouwen van vorig jaar ontbreekt. We hebben gewoon minder houvast.'

Van Houwelingen heeft deze week nog met Boogerd op het parkoers getraind. 'Ik zie wel verbetering, maar ik heb geen idee waar hij nu precies staat.' De Rooy: 'En hetzelfde geldt eigenlijk voor Van Bon.'

De Amstel Gold Race is volgens beiden een nerveuze wedstrijd die hoge attentie vergt. Van Houwelingen: 'Je moet er steeds op bedacht zijn dat de wedstrijd je niet uit handen glipt.' De Rooy: 'Je moet goede mannen hebben die meekunnen. Zoals Moerenhout vorig jaar in de eerste ontsnapping. Dan zit je de halve koers in een zetel.'

- Was de Amstel Gold Race van vorig jaar in tactisch opzicht de beste race die Rabo tot nu toe reed?

Van Houwelingen: 'Achteraf gezien wel, ja. Maar op de televisie zeiden ze tijdens de wedstrijd nog dat Boogerd te vroeg op kop zat.'

De Rooy: 'Als je puur tactisch gaat praten, dan zat Parijs-Tours nog beter in elkaar. De Amstel Gold Race had te veel wisselende scenario's.'

Van Houwelingen: 'En alleen omdat Boogerd met zo'n klein stukje verschil wint, wordt er gezegd: perfect gereden. Maar hoe was het geweest als hij met zo'n klein stukje verschil had verloren?'

Meer over