Atleiek

Streng en begripvol coachduo Meuwly en Peters is motor achter atletieksuccessen

Tijdens de Flanders Athletics Meeting loopt Femke Bol zaterdag een nationaal record op de 400 meter. Het is een van de goede prestaties van de Nederlandse afvaardiging onder leiding van de coaches Laurent Meuwly (46) en Bram Peters (29).

Femke Bol tijdens de start van de 400 meter, de afstand waarop zijn zaterdag een Nederlands record liep:  50,56.  Beeld Klaas Jan van der Weij
Femke Bol tijdens de start van de 400 meter, de afstand waarop zijn zaterdag een Nederlands record liep: 50,56.Beeld Klaas Jan van der Weij

Het epicentrum van de Nederlandse atletiek is zaterdagmiddag te lokaliseren in Oordegem, een dorpje in Oost-Vlaanderen. Een nauwkeuriger plaatsbepaling: aan de voet van een lichtmast in het Putbosstadion, op een grasstrook in de schaduw van enkele berken.

Daar hebben nogal wat kampioenen hun rugzak neergezet, met wedstrijdkleding, spikes en drinkflessen. Liemarvin Bonevacia, Jochem Dobber en Ramsey Angela zijn naar Oordegem gereisd, ze maakten zowel op de EK indoor als de World Relays deel uit van het snelste team op de 4x400 estafette. Daar rekt en strekt Femke Bol, twee keer goud op de EK indoor. Aan de overkant van de baan loopt Lieke Klaver, starter in de beste estafetteploeg van Europa.

Twee mannen in blauwe shirts met een patroon van oranje blokjes ontfermen zich hier over negen atleten van wie er zes de afgelopen winter excelleerden op de 400 meter overdekt. Ze praten op ze in voordat ze in het startblok plaatsnemen. Ze vangen ze op als ze met de handen op de heupen en het hoofd omhoog na de finish naar adem snakken of uitgepierd op het tartan liggen.

Bondscoach Laurent Meuwly (46) en zijn assistent Bram Peters (29), uit Heesch, Noord-Brabant, zijn sinds 2019 actief op sportcentrum Papendal en gelden als de grondleggers van de jongste successen. Ze waren zelf ook atleet: Meuwly was tienkamper, Peters liep zelf de 400, totdat blessures begonnen op te spelen.

‘Gewoon relaxed blijven’

Samen zoeken ze op de baan in Oordegem naar gele streepjes die de 10 meter na de start aanduiden. Klaver moet daarop in acht passen uitkomen als ze zo meteen de 100 meter loopt. Peters: ‘Ze heeft de neiging iets te korte passen te maken.’ Meuwly vertelt haar niet te veel te letten op sneller wegschietende tegenstanders. Haar sterkte ligt in de laatste 50 meter. ‘Gewoon relaxed blijven.’

De coaches grijpen de International Flanders Athletics Meeting aan als de overgang tussen de zware trainingsweken en de pittige competitie tot aan de Olympische Spelen. Meuwly: ‘De baan is goed, het is niet te ver reizen, en wij kunnen dichtbij de sporters blijven.’

Femke Bol is zaterdag in Oordegem op weg naar een Nederlands record op de 400 meter. Beeld Klaas Jan van der Weij
Femke Bol is zaterdag in Oordegem op weg naar een Nederlands record op de 400 meter.Beeld Klaas Jan van der Weij

Sommige atleten lopen hier ongewone afstanden. Klaver neemt deel aan de 100 meter om ‘snelheidsprikkels’ te krijgen – ze komt later nog uit op de 200, samen met de 400 haar specialiteit. Bol laat de 400 horden aan zich voorbijgaan, toch het onderdeel waarop ze in Tokio uitkomt. Volgens Meuwly is er in België geen tegenstand van formaat. Na zware trainingen zijn er wat kleine pijntjes. ‘Dan ga je geen risico’s nemen. Maar we willen dat ze ook het wedstrijdgevoel weer ervaart.’ Het wordt de 400 vlak.

Data verzamelen

Meuwly heeft de supervisie. Hij schrijft de trainingsprogramma’s, bepaalt wie waar start en ziet toe op het fysiek van de atleten. Peters verzamelt data, onder meer verkregen door wearables, gadgets die op het lichaam worden gedragen. Ze geven onder meer inzicht in herstel en slaapgedrag.

Hard zijn de grenzen in het takenpakket niet. Meuwly: ‘Het is altijd goed als meer ogen meekijken.’ Peters: ‘We vullen elkaars sterktes en zwaktes aan. Misschien dat ik iets meer aan de atleten vraag hoe het met ze gaat. Laurent heeft meer contacten en ervaring, hij kan beter inschatten wat iemand aankan op een training, hij herkent eerder signalen van een blessure. De 400 is echt iets van ons samen geworden. Ik heb hem voorgehouden dat je flyers en diesels hebt. Je moet ze individueel benaderen. Lieke bijvoorbeeld start snel, Femke komt op gang in de laatste 200. Onze visie is: atleten op hun zwaktes goed genoeg maken en op hun sterktes nog beter.’

Hij beklimt de tribune van het Putbosstadion. Daar heeft hij volledig zicht op de baan, hij houdt de mobiele telefoon in de aanslag voor het filmen van een race. Nog even en dan start Bol. Ze neemt een slokje uit een bidon en plaatst dan ferme petsen op de bovenbenen.

Het is het vertrouwde beeld: de Amersfoortse houdt zich tot 200 meter op tussen de deelnemers om vervolgens alleen maar meer afstand te nemen. Het resultaat is voor velen een verrassing: 50,56, een Nederlands record, twee tienden sneller dan de 50,77 van Lisanne de Witte uit 2018.

Het kan nog sneller

Meuwly heeft al een analyse paraat: er is nog ruimte voor verbetering. De acceleratie was goed, maar rond de 100 à 150 meter liep ze te defensief. Bol, uithijgend: ‘Dat blijft een topic, hè.’ Later: ‘Ik doe het onbewust. Ik moet er beter op gaan letten.’ Verbaasd was ze wel. ‘Ik was best moe na die zware trainingen. De race voelde oké, maar niet super.’

Er volgen meer goede resultaten. Op de 400, waar bijna het hele estafetteteam van de mannen aan de start staat, wint Dobber in 45,52, en lopen Angela en Nout Wardenburg persoonlijke records. Bonevacia is sneller dan hij de afgelopen drie jaar was. Een deel van de credits gaat naar de coaches. Wardenburg, afkomstig uit de meerkamp: ‘Ze vullen elkaar echt aan. Bram is technisch heel sterk, met de schema’s van Laurent win je aan hardheid.’ Curaçaoënaar Bonevacia spreekt van een ‘geweldige combinatie’. ‘Dat is bijzonder. Ik heb veel trainers uit Amerika aan het werk gezien. Hun ego’s zijn groot. Dat zie je bij Bram en Laurent niet. Zij begrijpen me. Zij zijn het die van mij een professioneel atleet hebben gemaakt.’

‘Dat was een goede dag’

Na haar 200 meter is Klaver minder tevreden over het resultaat dan haar coaches, haar winst in 22,83 ten spijt. Meuwly stelt vast dat ze tot op het eind haar ontspanning in de loop behield. Zelf moppert ze dat ze haar topsnelheid maar niet bereikt. ‘Dat moet er toch weer inslijpen.’

Het vertrouwen in het tweetal is groot. ‘Het zijn twee heel verschillende mannen die heel goed samenwerken. Laurent is uiterst professioneel. Hij is helder: zo gaat het gebeuren. Hij weet precies wat hij doet. Bram is van de cijfers, maar hij voelt ook de vibe in de groep aan. Als ik niet zo vrolijk ben, maakt hij twee grappen en dan ben ik er weer helemaal bij. Hij is superempathisch.’

Meuwly is terug bij de lichtmast. ‘Dit was een heel goede dag.’ Hij kijkt wel even op als achter zijn rug op de 400 horden een Britse en Belgische atlete de olympische limiet lopen. ‘Dat had ik niet verwacht.’ Hij lijkt opgelucht adem te halen als hij de tijden hoort. ‘Het is nog een seconde langzamer dan Femke.’ Coaches moeten ook zichzelf gerust kunnen stellen.

Meer over