ColumnWillem Vissers

Stoere voetballers praten tussen de regels door over eenzaamheid zonder het woord te gebruiken

null Beeld

Bijna kruipt de oude scout Piet de Visser in de telefoon tijdens de reportage van de NOS bij hem thuis. Aan de andere kant van de verbinding trainen jongens in zijn Ghanese voetbalschool. De Visser huilt. ‘Ik mis mijn jongens.’ Hij wil zich laten opslokken door de telefoon, op een virtuele reis naar de warmte.

Altijd was hij onderweg voor het voetbal. Hij is 86 jaar en heeft al negen levens overleefd. Zijn tiende leven had nog zo mooi kunnen zijn, maar ja, hij verpietert thuis in Oisterwijk. Bang voor corona, bang voor het leven en bang voor de dood. En daar in Ghana gaat het gewoon door, het voetbal. Daar zijn ze wel wat gewend. Oh, wat zijn ze gegroeid, zijn jongens. De Visser is alleen, zoals duizenden alleen zijn in deze moeilijke tijden. Thuis, of in een tehuis. Op zichzelf aangewezen.

Een ambtenaar van de rijksoverheid typte deze week een onzalige zin, toen de winter alleen nog dreigde met een inval. Hij schreef dat ‘sneeuwballen gooien met het eigen huishouden mag’. Wereldvreemd en surrealistisch. Het zou nog grappig kunnen zijn als eenzaamheid niet zo vreselijk was. Miljoenen huishoudens bestaan uit één persoon. Met wie gooien zij sneeuwballen?

Nog een filmpje dan, een gesprekje met Rai Vloet, uitblinker bij Heracles, dat vrijdag bij Fortuna Sittard won door zijn doelpunt. Tussen neus en lippen zegt hij dat hij soms vijf uur belt met vriend Memphis Depay in Lyon. Vijf uur bellen, op één dag. Huh? Nou ja, soms klappen ze de laptop open en praten ze niet voortdurend, maar dan houden ze het contact open en zijn ze toch een beetje bij elkaar.

Ik had nog zeker een uur naar Rai Vloet kunnen luisteren over dit thema, maar het interview was afgelopen. Vloet zei dat hij alleen in Almelo zit en Depay in Lyon, waar hij zaterdag weer eens uitblonk voor Olympique, met twee doelpunten tegen Racing Strasbourg. Vooral de tweede treffer was schitterend, een vrije trap, met een heerlijk toefje juichen van Depay.

Het is veelzeggend voor deze tijden, die overal verborgen leed blootleggen. Stoere voetballers praten tussen de regels door over eenzaamheid, zonder het woord te gebruiken. Terwijl ze toch vertoeven in een bevoorrechte bubbel van samen trainen en samen voetballen. Ze komen op tv en mogen na wedstrijden vertellen wat ze deden en voelden. Maar toch.

Misschien gaan degenen die alleen zijn zelfs beter voetballen, omdat ze minder zijn afgeleid. Misschien wordt Depay kampioen. Het zou een sensatie van de allergrootste orde zijn als Lyon straks eindigt boven Paris SG. Maar ook menig topspeler is dus alleen en eenzaam.

Eenzaamheid is een gesel van deze tijd, zeker in het tijdperk van corona, waarvan de verlies- en winstrekening nog lang niet is opgemaakt. Elke oprisping van vreugde, elke mooie vorm van samenzijn, op of buiten het sportveld, is een lichtje in de duisternis. Alleen, wees voorzichtig: sneeuwballen gooien mag slechts met het eigen huishouden. Of is deze ambtenaar al ouderwets ingewreven door een huishouden of tien?

Meer over