Nieuws

Sportjurist Michiel van Dijk: tuchtrecht moet af van het idee ‘we lossen het samen wel op’

Het rommelt in de Nederlandse sportrechtspraak. Onlangs werd turncoach Vincent Wevers vrijgesproken van vermeend grensoverschrijdend gedrag omdat het onderzoek van de aanklager aan alle kanten rammelde. Ook bij eerdere zaken was er gemopper over een slordige procesgang.

Erik van Lakerveld
Onno Jacobs (FC Twente) en advocaat Dolf Segaar tijdens het kort geding van FC Twente tegen de KNVB. Beeld ANP
Onno Jacobs (FC Twente) en advocaat Dolf Segaar tijdens het kort geding van FC Twente tegen de KNVB.Beeld ANP

Steen des aanstoots is het ISR, het Instituut Sportrechtspraak, dat het onderzoek naar Wevers deed en dat voor 72 Nederlandse sportbonden de tuchtrechtspraak voor zijn rekening neemt. Het was ook de tuchtcommissie van het ISR zelf dat het onderzoek van de aanklager van onvoldoende kwaliteit achtte en tot vrijspraak kwam.

Afgelopen maandag maande Conny Helder, minister van Langdurige Zorg en Sport, het ISR tot spoedige verbetering. ‘Haast is geboden, zodat het instituut zo snel mogelijk goed kan functioneren’, zei ze.

Een deel van de worsteling van het ISR met grensoverschrijdend gedrag dat niet van seksuele aard is, zit besloten in de aard van het sporttuchtrecht, zegt Michiel van Dijk. De oud-rugbyer is gespecialiseerd in sportrecht en als rechter betrokken bij de ‘dopingkamer’ van het ISR. ‘Strafrecht is heel anders opgeschreven, veel directiever. Verenigingsrecht is eigenlijk vrij soft’, legt hij uit. De basisgedachte is: we lossen het samen wel op.

Die uitgangspositie is in veel gevallen die bij de sportrechtbank worden behandeld best te begrijpen. Maar juist bij zoiets persoonlijks en ingrijpends als grensoverschrijdend gedrag wringt de softere insteek, constateert Van Dijk. ‘De sport zit hiermee in zijn maag.’

Normenkader ontbreekt

Van Dijk benijdt zijn collega’s bij het ISR die moeten oordelen over grensoverschrijdend gedrag niet. In zijn eigen specialisme, doping, zijn de normen heel duidelijk. Er zijn positieve dopingtests, overschreden drempelwaardes of ontdoken controles. En voor elke overtreding is een strafmaat vastgelegd.

Er is geen drempelwaarde voor grensoverschrijdend gedrag. Dat maakt handelen moeilijker. Volgens Anneke van Zanen, voorzitter van NOCNSF, ontbreekt het aan een duidelijk ‘normenkader’. Wat is precies grensoverschrijdend? En welke maatregelen en procedures horen daarbij?

Het gebrek aan heldere regelgeving wreekt zich niet alleen bij zaken die het ISR behandelt, maar ook elders. Zo moest de roeibond deze week de schorsing van technisch directeur Hessel Evertse op last van de kortgedingrechter terugdraaien. Hij was door de bond geschorst vanwege een onveilige topsportcultuur.

Dolf Segaar, sportrechtadvocaat, erkent dat het soms moeilijk is de grenzen te trekken. ‘Bij veel dingen weten we allemaal dat het niet kan, aan haren trekken of spugen bijvoorbeeld.’ Diffuser zijn zaken als schreeuwen, vindt hij. ‘Om iemand op te jutten mag je best verbaal iemand aanspreken. Dat is op zich geen grensoverschrijdend gedrag. Dat wordt anders als het bij herhaling gebeurt.’

Onmogelijke opgave

Toch verbaast het Segaar, die de inmiddels vrijgesproken turntrainers Wolther Kooistra en Claudia Werkhoven bijstond, dat er een nieuw normenkader wordt verlangd. Wat hem betreft voldoet het huidige tuchtreglement. Er staat in dat zaken als pesten, belediging of agressie en geweld ontoelaatbaar zijn. Dat de precieze invulling van wat bijvoorbeeld pesten is ontbreekt is volgens hem onvermijdbaar. ‘Het is een onmogelijke opgave om het verder uit te werken.’

Veel zinniger is het om de routes en procedures die uiteindelijk tot een zaak bij het ISR kunnen leiden licht te houden, vindt Segaar. ‘Het zit meer in het besluitvormingsproces.’ Daarnaast moet de sportwereld werk maken met een cultuurverandering, meer op de waarden van de sport dan op formele normering gericht.

Wat Van Dijk betreft zouden de gedragsgrenzen wel degelijk veel nauwkeuriger omschreven kunnen en moeten worden. Anders blijft het voor slachtoffers, daders en sportbonden onduidelijk wat wel en niet mag. Die normen dienen vervolgens met regelmaat aan de tijdgeest aangepast te worden. ‘Net zoals het dopingreglement van het wereldantidopingagentschap WADA. Dat wordt elke drie jaar herzien.’

Het formuleren van gedetailleerdere regels kost tijd en ondertussen neemt het aantal meldingen van ongewenst gedrag alleen maar toe. Van Zanen voorspelt voor 2022 een verdubbeling ten opzichte 2021. Toen kwamen er 860 meldingen binnen bij het Centrum Veilige Sport, in het eerste kwartaal van dit jaar stond de teller al op zo’n 400.

Gedegener onderzoek

Van Zanen roept op tot gedegener onderzoek en hogere doorloopsnelheid. De sportkoepel is daarover, net als het ministerie, met het instituut in gesprek. Meer kan NOCNSF niet doen, want de sportrechtbank is onafhankelijk.

Een belangrijk probleem is de capaciteit van het ISR. Op het secretariaat werken acht vaste medewerkers en daarmee is het afgelopen jaren al flink uitgebreid. Voor de inhoudelijke behandeling leunt het instituut op een groep onafhankelijke aanklagers, onderzoekers en tuchtrechters. Genoeg is het niet.

Tot 2020 gold een vervaltermijn van 6 maanden bij zaken van grensoverschrijdend gedrag, sindsdien niet meer. Dat leidde tot een stortvloed aan meldingen. Dat was te voorzien geweest, vindt Segaar. Het ISR had beter eerst kunnen opschalen en pas daarna nieuwe reglementen in kunnen voeren dan andersom. Nu zwemt het achter de golf aan.

Meer geld zou een oplossing kunnen zijn om een rappe professionaliseringsslag te maken en uit te breiden. NOCNSF is volgens Van Zanen bereid om meer bij te dragen aan het ISR, mits er een verbeterplan op tafel ligt. Of ook het kabinet financieel zal inspringen, hield de minister in het midden. Ze is nog in gesprek met het ISR. ‘Pas daarna doe ik uitspraken over welke maatregelen allemaal nodig zijn.’

Meer over