'Sporters kunnen je blad breken'

Vanaf volgende week is het nieuwe tijdschrift Sportweek te koop. Dit blad wil zich van Voetbal International onderscheiden door eenderde van het blad in te ruimen voor andere sporten dan voetbal en door opvallende fotografie....

FOKKE OBBEMA

'HOE IS het eigenlijk mogelijk dat er maar één sportweekblad bestaat in Nederland?' Leunend tegen de deurpost stelde Arie Bruin, de marketingman van Nieuwe Revu, deze vraag aan een clubje redacteuren van het weekblad.

Dat was bijna drie jaar geleden, zo maar op een donderdagochtend, en de tomeloos energieke Bruin bemoeide zich weer eens met de redactie. Dit keer liet hij niet meer los. Komende week verschijnt daardoor Sportweek, dat wil bewijzen dat er in Nederland meer mogelijk moet zijn dan Voetbal International (VI).

'Emotionele researchjournalistiek', zo verwoordt hoofdredacteur Frans Lomans, ex-Nieuwe Revu, een van de pijlers van de bladformule. Hij doelt daarmee niet op diepgravend journalistiek onderzoek naar de handel en wandel van topsporters, maar op interviews die meer bieden dan een doorsnee-vraaggesprek. Die worden uitsluitend gevoerd met 'aansprekende sporters', in de categorie Dennis Bergkamp of Clarence Seedorf.

'Wij zullen geen lezers bij VI weghalen', voorspellen Bruin en Lomans. De VI-lezer kan moeiteloos de opstelling van RKC opsommen of de ploegen die op het punt staan uit de Turkse eredivisie te degraderen.

Sportweek wil daarentegen de massa liefhebbers aanspreken die wel een warme belangstelling voor sport hebben, maar níet verslaafd zijn. Ajax, PSV en Feyenoord, Vitesse misschien nog, maar vervolgens liever verhalen over de sterren van Chelsea of AC Milan dan ook maar één letter over de wedstrijd NEC-De Graafschap. 'Die interesseert ons niet.'

Het blad wordt gemaakt met het enthousiasme van sportliefhebbers, aangevoerd door een hoofdredacteur wiens smaak 'volstrekt samenvalt met die van het grote publiek'. 'Ons staat niet-elitaire, hoogdravende journalistiek voor ogen. Wij vinden sport hier allemaal leuk', legt Lomans de Sportweek-aanpak uit. Geen Panorama-achtige leukigheid, niet de gossip uit de roddelbladen en ook niet de koele, registrerende aanpak van de dagbladen. 'Wel vanuit het hart, bewogen. Eerlijke journalistiek.'

Spreekt het televisie-amusement van Hans Kraaij jr. (SBS 6) of Harry Vermeegen (Veronica) de nieuwe hoofdredacteur soms aan? 'Hans Kraaij niet, dat is plat amusement. Maar Vermeegen is van een ander niveau: die kan zijn vragen zo stellen dat hij ook iets onthult of dat hij ontroert.' Bladerend door kranten voelt Lomans zich niet thuis bij de populistische benadering van de Telegraaf of de afstandelijkheid van NRC Handelsblad. 'De human interest-aanpak van Het Parool, die spreekt me aan.'

De eerlijkheid die de Sportweek-journalist aan de dag moet leggen, houdt in dat hij er niet op uit mag zijn 'om mensen te naaien. Als we een interview maken, sturen we de tekst altijd keurig naar de betrokkene. We willen ze geen dolk in de rug steken.'

Nieuwe Revu bewees eerder dat het ook anders kan. 'Dat had de reputatie opgebouwd om te willen scoren ten koste van de sporters. Vervolgens hebben we ons jarenlang roomser dan de paus moeten gedragen om weer van die reputatie af te komen.'

Met Sportweek wil Lomans zich wederom roomser dan de paus opstellen, want 'daar hou ik van'. Dat komt mooi uit, want goed gedrag is tevens een levensnoodzaak voor het blad. Volgens Lomans kan Sportweek eenvoudigweg niet bestaan zonder goede relaties met de toppers: 'Sporters kunnen je blad breken.' Zijn journalisten heeft hij dan ook deels op hun adresboekjes geselecteerd. ''Tot wie heb je toegang'', was een van onze vragen.'

Sportweek wil zich van VI onderscheiden door eenderde van het blad in te ruimen voor andere sporten dan voetbal en door opvallende fotografie. De lay-out van het blad wordt strak. De vermoeiende typografie van jongerenbladen wordt gemeden, ook al zullen de meeste lezers jong zijn.

Het blad, dat in een oplage van 175 duizend zal worden verspreid en daarmee achterblijft bij VI, wordt gefinancierd door twee participatiemaatschappijen. De journalisten is verzekerd dat zij tot het Europees Kampioenschap in 2000 kunnen aanblijven. Duidelijkheid zal er veel eerder zijn. 'Binnen een half jaar weten we of de consument op dit blad zit te wachten', stelt Bruin.

Fokke Obbema

Meer over