Sport bloeit in de woestijn

De Arabische wereld hecht steeds meer waarde aan sport. Nog steeds worden trainers en sporters met veel geld naar oliestaatjes gelokt....

Zaten er gaten in de muren? Leek het stadion oorlogsgebied? Brachten dedeelnemers aan de WK judo nachten door in sporthallen, alsof orkaan Katrinanaar Caïro was afgebogen? Op de klaagzang van de judoka's reageerden deEgyptische organisatoren onverschillig: nou en. Zij deden de commentarenaf als typisch de arrogantie van het rijke Westen.

Bij de WK in Caïro werd gewoon gejudood. Aan het einde van de dagwerden sporters tot wereldkampioen gekroond en er was geen Egyptenaar diezijn best niet deed om de problemen van zijn gasten op te lossen.

De toewijzing van de WK-organisatie aan Egypte werd als een overwinninggezien voor de Afrikaanse, maar vooral van de Arabische wereld. Sinds '11september' willen islamitische landen laten zien dat ze op sportief gebiedkunnen wedijveren met het Westen. Na alle bomaanslagen was Egypte, ondanksde janboel bij de WK, eindelijk weer eens om een andere reden in hetnieuws.

Sport is een propagandamiddel, een manier om de wereld te laten zien hoetrots men is op zijn land, cultuur en gemeenschap. Een manier ominternationaal voor het voetlicht te komen. Het is een weerspiegeling vande positie in de wereld, van de mate van welvaart en civilisatie. Het isdaarom dat Nederland tijdens de Olympische Spelen zo graag in de toptienvan het landenklassement bivakkeert.

Ook in de Arabische wereld is de kracht van sport als politiek middelen exportproduct inmiddels onderkend. Zelfs de godsdienst wijkt er nu somsvoor, getuige het feit dat steeds meer vrouwen uit de strenge islamitischelanden op de internationale podia actief (mogen) zijn.

De inhaalslag is onmiskenbaar ingezet. De gebroeders Frank en Ronald deBoer mogen in Qatar in hun nadagen als speler nog ongestoord van het levenen de luxe genieten. Maar de dure Europese voetbaltrainers worden allangniet meer alleen ingekocht om na een maand weer ontslagen te worden doorde extreem rijke en dictatoriale voorzitter.

De laatste jaren trokken zo'n vijftig Nederlanders, onder wie Wim vanHanegem, Ruud Krol, Johan Boskamp, Leo Beenhakker, Wim Jansen en Aad deMos, de woestijnen van Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte,Koeweit of Saudi-Arabië in om de Arabieren te leren voetballen. Ze keerdenvaak met meer hilarische verhalen dan met successen terug naar huis.

Tegenwoordig wordt er geïnvesteerd in de basis van de sport, mededankzij de hulp van het internationaal olympisch comité en de grotesportbonden. Zij hopen met de mondialisering een nieuwe markt aan te boren.Het gaat met horten en stoten, maar van de vreemdeling die zijn zakken komtvullen, wordt tegenwoordig verwacht dat hij niet alleen zorgt voorresultaten. Hij dient visie te hebben en structuur aan te brengen.

Erwin Maarhuis werkte vijf jaar lang voor de Egyptische hockeybond. Indie tijd coachte hij afwisselend jeugdelftallen, leidde hij 188hockeytrainers op en was hij verantwoordelijk voor het nationale team enjeugdteam. Hij kwam in 2000. Vier jaar later plaatste Egypte zich voor deSpelen van Athene.

Zijn ontwikkelingswerk was een uitvloeisel van een overeenkomst tussende Nederlandse en Egyptische bond, die nu Norbert Nederlof heeft aangesteldals bondscoach van het jeugdelftal. Betaald kreeg Maarhuis niet, maar naarkost en inwoning had hij geen omkijken. 'Ze wilden beter worden enstructuur aanbrengen in de jeugdopleiding. Maar ze hadden geen flauw ideehoe ze dat moesten doen', zegt hij.

Het enthousiasme is er wel, net als de bereidwilligheid om te werken.Armoede maakt een mens creatief, maar er was nooit een plan. En als er eenplan was, dan hielden ze zich er niet aan.

'Ik heb weleens gevraagd: kunnen jullie überhaupt een programma makenvoor een jaar? Dat je zegt: hier begin ik en over twaalf maanden wil ikdaar uitkomen. Zij denken alleen maar aan het eindresultaat, van hetontwikkelen van een traject en het werken daaraan hebben ze nooit gehoord.'

Maarhuis ondervond aan den lijve dat oude denkpatronen niet makkelijkte doorbreken zijn en dat orde in de chaos niet van de ene op de andere daggecreëerd was. Als hij zelf geen actie ondernam, gebeurde er ook niets.

Zo stelde hij voor, nadat hij als eerste westerse man de Egyptischeacademie lichamelijke opvoeding (ALO) voor vrouwen had bezocht, Nederlandsestudenten van dezelfde opleiding in Caïro hun stage te laten volbrengen.Het idee werd enthousiast onthaald, maar het is er nooit van gekomen.

Op het hockeyveld overkwam hem vaak hetzelfde. 'Er zitten driebollebozen in het bestuur van de bond die alles bepalen. Als er eentje zichgepasseerd voelde, kon het zomaar zijn dat iets dat was toegezegd ineensniet doorging. Die mannen vinden status belangrijker dan de toekomst vanhun sport. Daar moet je tussendoor laveren.'

Naar buiten toe willen ze allemaal graag laten zien hoe goed ze hethebben, maar als je daar doorheen prikt stelt het niets voor, merkte hijal snel. 'Er is geen visie, in geen enkele sport, terwijl ze genoegpotentie hebben. Sport is in Egypte populair. Maar ze zeggen A en doen B.Ze zijn ontevreden over een coach, maar nemen hem vervolgens wel weer aan.'

Het liefst zouden ze medailles en kampioenschappen kopen, en bijvoorkeur vandaag, daarvan is hij overtuigd. Alleen ontbreekt daarvoor inEgypte het geld.

Jaloers kijken ze daarom naar de oliestaten Qatar en Bahrein, dieduizenden dollars vrijmaken om sporters hun paspoort te kunnenoverhandigen. Vorig jaar poogde Qatar een elftal van Duitsers enBrazilianen bij elkaar te kopen dat kon deelnemen aan het WK voetbal in2006. De wereldvoetbalbond gooide roet in het eten.

De wereldkampioen op de 3000 meter steeple Said Shaeef Shaheen(ex-Keniaan) is voorlopig de enige held van Qatar. De tweevoudigwereldkampioen (800 en 1500 meter) Rashid Ramzi (ex-Marokkaan) wordtvereerd in Bahrein. Zij zijn er het levende bewijs van dat wat je niethebt, met geld overal te koop is.

Maar het zou niet terecht zijn de golfstaten alleen te beschuldigen vanhet ronselen van atleten en clubs. Ze investeren tegenwoordig fors op alleterreinen van de sport. Sport bloeit in de woestijn, zeker in de welvarendeoliestaten. Er wordt geracet, gefietst, hard gelopen, gesquasht engetennist op het allerhoogste niveau. Volgend jaar zijn in Doha, hoofdstadvan Qatar, de prestigieuze Aziatische Spelen.

In Dubai wordt gewerkt aan Sports City, een sportstad van 1,7 miljardeuro. In de omgeving van de meest luxe en mooie sportfaciliteiten,waaronder de grootste, overdekte ski-locatie ter wereld, worden 8000 huizenneergezet, twee hotels en drie scholen.

Het project is het antwoord op de Topsportacademie Aspire in Qatar, waarkampioenen worden opgeleid. Zij moeten het ronselen van arme Afrikaanseatleten overbodig maken en de sportbeleving in het land een nieuwe impulsgeven. De school, waar een team van 130 trainers en wetenschappers met 18nationaliteiten werkt, is het paradepaardje van de zoon van emir Hamad binKhalifa al Thani.

De Nederlandse atletiekcoach Gerard Lenting trad er dit jaar in dienst.Vijf dagen in de week leert hij zeven van de 140 uitverkozen jongenssprinten en hordelopen. Atletiek, voetbal, squash, tafeltennis en zeilenzijn de sporten waarin ze zich op de eliteschool kunnen specialiseren.Meisjes zijn er nog niet welkom, daarvoor achtte de sjeik de tijd nog nietrijp.

De jongens zijn overgebleven na een selectieprocedure waaraan allekinderen verplicht zijn deel te nemen. Op basis daarvan worden talentengescout, naar Oost-Duits voorbeeld. 'Het verschil met Oost-Duitsland isslechts dat de kinderen niet verplicht zijn op de uitnodiging van de sjeikin te gaan', vertelt Lenting.

Maar qua professionaliteit overtreft het instituut het Duitse voorbeeldop alle fronten. Lenting heeft alles wat zijn hart als ambitieuze coachbegeert. Als het in eigen land te warm is om te sporten, gaat hij met zijnselectie op trainingskamp naar Duitsland. Overal is geld voor, alleen detalenten ontbreken. 'Terwijl het in Nederland juist altijd andersom was.Daar had ik talenten, maar geen geld en faciliteiten', zucht hij.

'De mensen houden hier wel van sport, maar ze beleven het anders. Zekijken liever dan dat ze zelf actief zijn. En zelfs dat doen ze het liefstthuis in plaats van in een stadion. Het zijn luxe, consumerende sportersen daardoor is de beleving anders.'

Lenting wist ook niet goed wat te verwachten toen hem werd gevraagd ofhij interesse had om naar Qatar te komen. Hem hadden ze toch niet nodig omde aangekochte Kenianen te begeleiden? Maar in het oliestaatje bleken zeop de hoogte van zijn reputatie als 'talentherkenner en -ontwikkelaar'.

Dus legt hij nu bijna dagelijks aan zijn jongens uit dat sport vooralleuk moet zijn. Het kost hem vaak al zijn overredingskracht. 'In deoliestaten zijn ze alleen gericht op wat ze al kunnen, niet op wat zekunnen leren. Ze willen alleen maar uitblinken. Iedereen wil scoren enniemand wil op doel staan. In Qatar doe je iets omdat je er goed in bent.Als je iets niet goed kunt, waarom zou je het dan doen? Daarmee kun jealleen gezichtsverlies leiden.'

Zo is het in de hele maatschappij doorgevoerd. Alleen de beste telt enbij wedstrijden wordt de tijd van de verliezers vaak pas dagen laterbekend. Een uitslagenlijst is immers overbodig als alleen de winnaar vanbelang is.

Oeverloze discussies heeft Lenting al gevoerd. 'Als ik de jongens zegdat een vierde plaats ook een goede prestatie kan zijn, begrijpen ze erniets van. Je hebt je persoonlijke record toch verbeterd?, vraag ik dan.Ja, maar ik was vierde. Maar je was toch sneller dan je ooit was? Ja, maarik was vierde. Ik krijg het ze niet aan het verstand gepeuterd.'

Toch wil sjeik Jasim in Qatar een omslag teweeg wil brengen. Lenting:'In de Arabische wereld geldt: als je welgesteld bent, ben je dik. Daarmeekun je laten zien hoe goed je het hebt. Het verschaft de mensen status. Dusniemand wil er slank en afgetraind uitzien.'

De kans dat het project, dat ook opengesteld wordt voor bevriende armeArabische landen, op korte termijn atletiekkampioenen zal opleveren, achtLenting niet groot. 'Het belangrijkste effect zal zijn dat deze jongensover vijftien jaar zelf gaan coachen en ervoor zullen zorgen dat desportbeleving in hun land verandert. Dat zou ik al fantastisch vinden.'

Meer over