Spelverruwing doet voetbal das om

De spelverruwing in het amateurvoetbal loopt de spuigaten uit. Niet alleen de spelers, ook ouders en trainers dragen hiervoor verantwoordelijkheid, meent Martin van den Heuvel....

HET staat er beroerd voor met ons voetbal, en er zal heel wat moeten gebeuren om het weer tot leven te wekken. Dat geldt niet alleen voor het profvoetbal, maar ook voor het amateurvoetbal.

De spelverruwing is de laatste jaren enorm toegenomen, en het molesteren van scheidsrechters is een gewone zaak geworden. Bijna elke plaats bezit wel een of meer elftallen die het voetballen eigenlijk verboden zou moeten worden. Het gaat dan om elftallen die vaak in hun geheel van de ene club naar de andere zwerven, en die vele normen overtreden waar het hard en gemeen voetbal en hun houding tegenover de scheidsrechter betreft.

Scheidsrechters en bestuursleden van voetbalclubs weten welke elftallen hier worden bedoeld, maar maatregelen tegen deze gevreesde schoffelaars blijven meestal uit.

Als gevolg van deze ontwikkeling is het aantal geregistreerde scheidsrechters gedaald tot ongeveer negenduizend. Dat betekent dat er elke week ruim twintigduizend wedstrijden zonder officiële scheidsrechter worden gespeeld. Dit levert een ander probleem op dat de laatste jaren steeds ernstiger vormen heeft aangenomen: dat van de thuisfluiters.

Ook de mentaliteit van ouders, elftalleiders en trainers laat steeds meer te wensen over. In mijn jeugd heb ik nooit een vader of trainer langs de lijn 'haal hem onderuit' horen roepen, hetgeen nu een gebruikelijk advies is. Voor heel wat trainers telt fair play minder dan het resultaat. De mentaliteit van 'winnen ten koste van alles', gecombineerd met steeds minder onafhankelijke scheidsrechters is dan ook een belangrijke oorzaak van het probleem. Pogingen om het tij te keren moeten daarom niet beperkt blijven tot de 'heropvoeding' van de spelers. Net zo belangrijk is de opvoeding van ouders, trainers en elftalbegeleiders.

Pas dan zullen die ouderen hun pupillen duidelijk kunnen maken dat sportbeoefening aan sportieve regels gebonden is, en dat het accepteren van arbitrale beslissingen en nederlagen daarbij horen.

Het lijkt ook zinvol om trainers en elftalbegeleiders directer verantwoordelijk te stellen voor het gedrag van hun spelers. Cursussen en discussiebijeenkomsten zijn daarom noodzakelijk.

Er bestaat overigens weinig eensgezindheid over wat wel en niet op het veld is geoorloofd. Het zou daarom goed zijn een educatieve film samen te stellen met verschillende voetbalscènes, waarover door leiders en voetballers kan worden gediscussieerd. Zulke concrete voorbeelden kunnen tot een duidelijker oordeel leiden over wat wel en niet mag op het veld.

Het afschaffen van de sliding, waarover inmiddels een discussie is begonnen, zou zeker voor het amateurvoetbal een zegen zijn. Slidings houden altijd een risico in, en leiden vaak tot situaties die door scheidsrechters moeilijk zijn te beoordelen. Ook het opheffen van de buitenspelregel zie ik voor de amateurs als winst. Buitenspel is nu eenmaal vaak een betwistbare zaak, waar thuisfluiters graag misbruik van maken. Het opheffen van deze regel zou al veel ergernis wegnemen.

Ondanks de ernst van de situatie krijgen initiatieven vanuit voetbalclubs zelf nauwelijks steun. De Haarlemse voetbalvereniging Alliance '22 richtte bijvoorbeeld haar 75-jarig jubileum grotendeels op de verbetering van het voetbalklimaat. Ze bedacht daarvoor de leuze 'Voor geen geld geweld op het voetbalveld'.

Op het terrein aan de Zeedistelweg in Haarlem hangt nog steeds een spandoek met deze slogan, en daarnaast staat een groot bord met als tekst 'Alliance tegen racisme'. Ook door andere activiteiten probeert Alliance de verloedering van het voetbal te bestrijden. Maar van ondersteuning van bovenaf is nauwelijks sprake.

Studio Sport is wel 'van iedereen, voor iedereen', maar reageerde niet op het initiatief. Ook staatssecretaris Terpstra van Sport gaf niet thuis. Zelfs Terpstra's stichting 'Sport, Tolerantie & Fair Play' liet weinig van zich horen. Dit alles is in strijd met de gedachte dat maatregelen van bovenaf alleen iets uithalen als ze door de basis worden gedragen.

Laten we niettemin blijven hopen dat onze hoge voetbal- en andere bestuurders achter hun vergadertafels vandaan komen en met de vele gewone, goedwillende voetballiefhebbers echt gaan proberen om van het voetbal weer een mooie sport te maken.

Martin van den Heuvel is Oost-Europadeskundige en sportliefhebber.

Meer over