Soweto gaat op dag 1 uit zijn dak

Aartsbisschop Desmond Tutu bedankt de wereld, die Zuid-Afrika heeft geholpen om ‘van een lelijke rups in een prachtige vlinder te veranderen’....

Van onze correspondent Kees Broere

Soweto Grijs en tragisch, zo begon de dag. Ook in Soweto, het beroemdste township in Afrika, werden de mensen vrijdag wakker met het nieuws dat een achterkleindochter van Nelson Mandela (‘Madiba’), de 13-jarige Zenani, bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen. De toen nog bewolkte dag leek onder een ongelukkig gesternte geboren.

Terwijl de officieuze opening van het WK, de avond ervoor, zo mooi was geweest. In het Orlando stadion van Soweto had een daverend popconcert plaatsgevonden. En tussen de muzikanten door had aartsbisschop Desmond Tutu, ’s lands energiekste bejaarde, bijzondere en treffende woorden gesproken.

Tutu bedankte de wereld, die Zuid-Afrika geholpen had om ‘van een lelijke rups in een prachtige vlinder te veranderen.’ Daarmee refereerde hij uiteraard nog eens aan de apartheid, waaraan in 1994 een einde kwam. Het wereldkampioenschap voetbal is het feest van het nieuwe Zuid-Afrika.

Zoals Lydia Nkosi. Om elf uur in de ochtend loopt zij, dan nog vrijwel alleen, over het terrein van het Elkah Stadion in Soweto. Normaal wordt hier gevoetbald en cricket gespeeld, maar de komende maand is het een van de twintig plekken in Zuid-Afrika waar het publiek gratis op een groot scherm de wedstrijden kan bekijken.

Nkosi is 86 jaar oud, vijf jaar jonger slechts dan Nelson Mandela. Ze leunt zwaar op een kruk en neemt de ondersteunende arm van de verslaggever dan ook graag aan. We schuifelen over het terrein, op zoek naar een stoel voor de bejaarde dame.

Haar muts draagt de kleuren van de Zuid-Afrikaanse vlag. Boven haar rok heeft ze het shirt van de Bafana Bafana aangetrokken. ‘Ik ben met het openbaar vervoer gekomen, want ik kan nauwelijks meer lopen’, zegt ze. ‘Maar oohhh!, ik wil erbij zijn.’

Langzaam stroomt het terrein vol. Nu nog staan de mensen in de rij voor een cola, straks gaan ze naar de ‘biertuin’ (en de rijen mobiele toiletten ernaast), die volgens een serveerder ‘de ruggengraat van de wereldcup’ vormt. En natuurlijk luisteren en kijken ze naar de acts op het podium naast het reusachtige scherm.

Lerato Sibeko is nog maar 28, maar zij vindt het voetbaltoernooi al even bijzonder als de oude Nkosi. ‘Het lijkt hier de Verenigde Naties wel, maar dan in het echt. Kijk toch eens hoe veel mensen naar ons land zijn gekomen. Als ik dat allemaal zie, voel ik mij ongelooflijk trots.’

Die trots vertaalt zich in Soweto al in het begin van de middag in danspassen.

Tegen twee uur, als de openingsceremonie begint, hebben zich op het terrein zo’n vijftienduizend mensen verzameld. De hemel toont nu het strakke blauw van een zonnige Afrikaanse winterdag. Op het podium gaat een zanggroep voor met het uitzinnige lied Fly the flag.

Madiba is er dus niet bij. Maar als zijn beeltenis verschijnt in de uitzending van de openingsceremonie gaat heel Soweto uit zijn dak. Dat hij ‘in gedachten’ toch aanwezig zou zijn, zoals de Nelson Mandela Foundation liet weten, is niets te veel gezegd.

De geest van de vader des vaderlands is hier bijna tastbaar. Tegen het einde van de plechtigheid valt plotseling even de stroom weg. Maar het feest in Soweto staat dan al zo onder stroom, dat het publiek er weinig last van lijkt te hebben.

Het dansen, het zingen, en natuurlijk het blazen op de vuvuzela’s gaat onverminderd door. En wie geen vuvuzela bij zich heeft, heeft gewoon toch een virtuele: twee handen voor de mond en heel hard ‘toet!’ roepen. Dan nog de eerste wedstrijd. Bafana Bafana speelt gelijk. Maar Zuid-Afrika wint.

Meer over