Snelle marathon-hazen steeds schaarser

Wereldkampioen Abel Anton speelt morgen voor haas in de marathon van Amsterdam. De Spanjaard acht zich voor die rol niet te min....

door Rolf Bos

SOMS VERGEET de haas waarvoor hij is ingehuurd. Paul Pilkington won in 1994 de marathon van Los Angeles. De brave atleet zou de kopgroep tot de grens van 25 kilometer gangmaken, maar hij voelde zich op dat punt nog zo fris dat hij gewoon doorliep. Hij finishte in 2.12.13, nog voor de Italiaan Luca Barzaghi, de eerste echte marathonloper die over de meet kwam. De Italiaan was not amused met zijn tweede plaats, de haas ging er vandoor met vijftienduizend gulden prijzengeld, plus een gloednieuwe Mercedes.

Pilkington was niet de eerste haas die tijdens een marathon doorliep en hij zal ongetwijfeld ook niet de laatste zijn. Nederland kent ook enkele van deze exemplaren: Bert van Vlaanderen liep ooit in Rotterdam door nadat zijn feitelijke werk erop zat, dit jaar deed Kamiel Maase hetzelfde. De laatste liep nog nimmer een 42.195 meter, maar met zijn tijd van 2.10.09 kwalificeerde hij zich wel meteen voor de Spelen van Sydney.

Het fenomeen 'haas' is op de marathon nog niet zo oud, maar bij de baanatletiek is het al langer een ingeburgerd begrip. Recentelijk gaf de IAAF een dik boek uit, met de onmogelijke titel Progression of World Best Performances and Official World Records, waarin alle wereldrecords sinds halverwege de vorige eeuw zijn vermeld.

Samensteller Richard Hymans gaat terug tot halverwege de vorige eeuw, de jaren waarin voornamelijk door keurige Britse kostschooljongens al volop werd hardgelopen. In die jaren waren het vaak tweekampen; er kwamen slechts twee lopers in de baan. De langzamere kreeg niet zelden een voorsprong, de snellere atleet moest later van start gaan.

Deze wedstrijden met 'handicaps' waren eigenlijk al races met hazen. Neem de wedstrijd over drie mijl, die op 31 augustus 1889 door de Spartan Harriers in Londen werd georganiseerd. Ene F. Crowther mocht een voorsprong nemen van 160 yards; 30 yards achter hem stond J. Swait klaar. Bij de echte start wachtte James Kibblewhite, die zou finishen in 14.29, hetgeen toen een wereldrecord betekende. De hele race kon Kibblewhite jagen op Crowther en Swait, zij vormden voor hem de ideale hazen.

Het IAAF-boek meldt dat deze handicapraces in de jaren dertig werden verboden. Vanaf dat moment startten de atleten, ongeacht hun persoonlijke records, allemaal op hetzelfde punt. Pas in 1954 keerde de haas, de gangmaker zoals die in de hedendaagse atletieksport bekend is, weer terug in het strijdperk.

De Engelsman Roger Bannister liep die dag in Oxford als eerste de mijl onder de vier minuten (3.59.4), daarbij werd hij geholpen door zijn vrienden Chris Brasher en Chris Chataway. Dit moment wordt door de - voornamelijk Angelsaksische - journalistiek nog steeds als een van de sportieve hoogtepunten van de eeuw gezien ('probably the greatest day in track and field history').

In de jaren na Bannister (die nooit furore maakte op de Olympische Spelen en die zijn record na ruim een maand al weer kwijt was aan John Landy) is er nog wel vaker sprake geweest van 'pacemakers', maar de meeste wereldrecords worden nog vaak zonder hazen en tijdens grote kampioenschappen gelopen. Grootheden als Emil Zatopek, Vladimir Koets, Lasse Viren en Ron Clarke liepen op eigen kracht naar hun imponerende toptijden.

In de jaren zeventig en tachtig, de tijd dat Gerard Nijboer en Jos Hermens liepen, werd er weer sporadisch gebruik gemaakt van hazen. Nijboer liep zijn Nederlands record op de marathon (2.09.01) in 1980 in Amsterdam. 'Er was een haas, Kees Verheul, maar die kon het tempo niet aan. Cor Vriend ging toen op kop lopen, hij sneed de bochten prima aan.'

Hermens liep zijn werelduurrecords in 1975 en 1976 in Papendal ook met gangmakers. Opgezweept door de muziek van The Who en Pink Floyd, en met behulp van onder meer Gerard Tebroke, snelde hij over de baan. 'Het fenomeen was toen nog niet zo ingeburgerd, maar de Belgen Emiel Puttemans en Gaston Roelants liepen ook al met een haas. Dat was ene Andre de Hertoghe, een man die een heel goed tempogevoel had', herinnert Hermens zich.

Tegenwoordig, in de eeuwige jacht op records, wordt geen wedstrijd meer zonder hazen georganiseerd. Alleen de grote kampioenswedstrijden doen het zonder. Dat heeft een tweedeling in de tijden op de langere baanafstanden en de marathon tot gevolg. Aan de ene kant de snelle 2.06-tijden bij de grote 'gehaasde' stadsmarathons, aan de andere kant de 2.13-tijden gelopen tijdens WK's en Olympische Spelen.

V OLGENS Michel Boeting, die werkt voor Global Sports, het bedrijf van de voormalige atleet Jos Hermens, wordt het de laatste tijd steeds moeilijker om goede hazen voor de baan te vinden. 'Als Haile Gebreselassie een nieuw wereldrecord op de 10.000 meter wil lopen, dan heeft hij hazen nodig die op de 5000 meter op 13.11 moeten doorkomen.'

Boeting: 'Als we de wereldlijsten even doornemen, dan zie je, dat er maar weinigen zijn die dat op een gewone 5000 meter voor elkaar krijgen.' Over progressie gesproken: In 1977 stond het wereldrecord op die afstand nog op 13.12,9. In Hengelo kwam Gebreselassie vorig jaar halverwege zijn 10.000 meter in 13.11,8 door.

Een haas voor de marathon vinden is minder lastig, zegt Boeting. 'Morgen gaan we in Amsterdam weg op een schema van rond de 2.08. Er zijn genoeg wegatleten die op de halve afstand 63.45 of 64 minuten in hun benen hebben. Die willen, terwijl ze zelf in voorbereiding zijn op een marathon, best 25 kilometer lopen voor een ander. Voor nieuwelingen op de marathon is het een goede kennismaking.'

Mannelijke marathonlopers moeten het na twintig, dertig kilometer zonder gangmakers doen, de vrouwen worden soms tot aan de finish gebracht door mannelijke hulptroepen.

De Kenyaanse Tegla Loroupe kwam in Rotterdam en Berlijn dankzij deze hulp tot haar wereldrecords. Vooral de organisatie van de marathon van Londen, waar de vrouwen gescheiden lopen van de mannen, heeft kritiek op mannelijke hazen in de vrouwenwedstrijd.

De Association of International Marathons and Roadraces (AIMS) stelt daarom momenteel, mede in opdracht van de IAAF, een eenduidig reglement samen. Bij de AIMS, dat ook de parkoersen nameet, zijn alle grote internationale stadsmarathons aangesloten.

Wim Verhoorn, voorzitter van de AIMS, denkt dat er over een jaar een stelsel van 'haasregels' bestaat waaraan alle grote stadsmarathons moeten voldoen. Vrouwen zouden in de toekomst altijd vóór de mannen moeten starten. 'We denken aan een half uur.' Vrouwelijke hazen zijn wel toegestaan in de vrouwenrace, mannelijke niet.

Bovendien, zegt Verhoorn, moet een organisatie vantevoren duidelijk maken wie gangmaker wordt.

'Na 25 kilometer dient deze uit te stappen. Hij mag dan niet meer doorlopen.' Onduidelijk is nog hoe onwillige hazen als Kamiel Maase en Paul Pilkington in de toekomst van het asfalt zullen worden geplukt.

Meer over