Column

Smijten bij verlies, zou een trend moeten worden

Het ís geen spelletje.

Dafne Schippers smijt haar spikes op de grond na haar tweede plaats op de 200 meter Beeld anp
Dafne Schippers smijt haar spikes op de grond na haar tweede plaats op de 200 meterBeeld anp

Dafne was niet tevreden, gisternacht. Ze pakte zilver, maar ik zag aan hoe ze over de finish kwam gelazerd: die is boos. O jee, dacht ik. Voor het eerst was ik blij dat ik DJ Romero niet was, Dafnes vriendje. Eén verkeerd woord, en je vliegt als Kermit.

We herinneren ons allemaal Sjef, de man van Anky van Grunsven. Die was juist toen Anky en Calimero klaar waren met flaneren een plasje doen. 'Sjef!! Sjef!!', schreeuwde Anky. 'Waar is Sjef!?' Nou, daar kwam Sjef al aangespurt, met z'n broek nog half op z'n knieën. 'SJEF!!' hoorden we Anky kijven, 'WAAR WAS JE NOU?? WAAR WAS JE NOU??'

Wateren.

En dan had Van Grunsven nog goud, hè - denk daaraan. Dafne niet. Dafne was teleurgesteld. Je wil er niet aan denken wat er voor Sjef in het verschiet had gelegen als ook Anky zilver had gehad. De hoefijzers van Calimero, recht in z'n noten!

Dafne smeet woedend d'r schoentjes tegen het gravel. Dat zagen we met z'n driemiljarden. 'Gewoon kut', blafte ze tegen Studio Sport.

Is dat goed?

Ik wist het even niet. Het staat altijd een beetje lullig, als je laat merken dat je niet tegen je verlies kunt. Het hoort bij een winnaarsmentaliteit, schijnt. We herinneren ons allemaal Jochem Uytdehaage, die in Salt Lake City het goud op de 1.500 meter verloor aan Derek Parra, en toen zo blij was voor zijn rivaal dat hij joelend en juichend voor hem uit schaatste, zwaaiend met de Amerikaanse vlag.

Dat is ook niet goed, hoor.

Dan zie ik toch liever Sven Kramer, geloof ik, die na z'n verneukte 10 kilometer in Vancouver eerst z'n zonnebril wegsmeet en toen Gerard Kemkers van zich afduwde. Maar dat was toch anders. Kramer reed een gouden race en het verneuken van die gouden race werd vanaf de zijlijn uitgevoerd door Kemkers, die hem de verkeerde baan instuurde.

Die had ik onthoofd met een klapschaats, dat beloof ik u. Zelf kan ik ook maar matig tegen mijn verlies, nu ik erover nadenk. Schaakborden gooi ik niet meer om, maar ik moet wel hardop fluisteren: het is maar een spelletje, kanjer, het is maar een spelletje.

Gisternacht was het geen spelletje. Het was topsport. Gruwelijke topsport, ook nog eens. Dafnes sport is gruwelijker dan andere sporten, vind ik, want op de sprint doen alleen de Olympische Spelen er werkelijk toe, en het duurt ook nog eens héél kort. Zo kort mogelijk. Neem voetbal, daar verlengen ze juist graag. Spelen ze iedere week voor volle stadions. En bij verlies zepen ze elkaar onder de douche eens lekker in. Dafne heeft alleen Nicky.

Nee, ik ben eruit. Ik vind het authentiek, dat smijten met die schoentjes. Dafne is weer snapbaar. Dat lucht op, want ik ben nog steeds fan, natuurlijk. Misschien zet ze wel een trend, in de sport, die doorzet naar de literaire wereld.

Smijten bij verlies.

Een soepbord richting Connie Palmen, als ze weer eens de Libris heeft gewonnen. P.F. Thomése die gewoon de hele tafel op z'n kant zet, hopsakee, het helse kabaal van borden en bestek en kandelaars, en dat hij tegen Nieuwsuur verklaart dat hij 'hiervoor niet gekomen is'.

Meer over